We gaan naar de begrafenis van tante N.
Ze was de oudere zus van mijn schoonmoeder en haar grote voorbeeld. Op haar negentigste fietste ze nog wekelijks naar de kerk in het buurdorp en had ze een druk sociaal leven. Een vitaal mens. Ook mijn schoonmoeder bleef altijd in beweging. Toen ze negenentachtig was stierf ze. Tante N. woonde de begrafenis bij in een rolstoel, revaliderend van een gebroken enkel. Een paar maanden later fietste ze weer en we dachten dat ze honderd zou worden.
Maar dat heeft ze niet gehaald.
Dezelfde kerk, hetzelfde kerkhof. Het lijkt een herhaling van de begrafenis van haar zus. Net als toen zit de kerk vol. Ontroerde kleinkinderen vertellen over hun herinneringen aan deze geliefde oma. Over logeerpartijen, boterhammen met dik suiker en uitstapjes naar de Zaanse Schans met als hoogtepunt het snoepwinkeltje. Vertederende achterkleinkindjes kijken met grote ogen naar de kist met hun “witte oma” en mogen elk – samen met papa of mama – een kaars aansteken.
De dominee vertelt over het bewogen leven van tante N., dat natuurlijk nauw verbonden was met dat van haar kleine zus. Het is een verhaal als een zielig kinderboek. Al jong werden de zusjes wezen en moesten ze aan het werk. Een oudere zus, eeuwig zwanger, kon wel hulp gebruiken in het huishouden. Op haar veertiende kwam N. er in huis, om op haar zestiende te vluchten; de verpleging in. Het zusje van twaalf mocht het stokje overnemen en heeft lange jaren de hele huishouding van dat uitdijende gezin gedaan. Een vriendelijke zwager kon nog net voorkomen dat haar erfdeel werd ingepikt om de kost en inwoning te vergoeden. Geen van de twee zussen had later rancunes over deze gang van zaken. Ze waren allebei taai, eigenwijs en optimistisch. Tot op hoge leeftijd.
Na de dienst loopt een lange stoet mensen naar het kerkhof, een halve kilometer verderop. Net als bij die andere begrafenis.
Haar graf is vlakbij dat van mijn schoonmoeder. Alleen de man van tante ligt er tussen. Die ligt er al 50 jaar. Zolang heeft ze het alleen gerooid.
Terug bij het kerkje krijgen we koffie en een broodje. Het is geen treurige bijeenkomst. De broers van H. zijn er met hun vrouwen, en H. ziet veel mensen van vroeger. Veel van hen zijn langs onnavolgbare lijnen verre familie van hem. Ook komen we mensen tegen die om verschillende redenen niet meer thuis konden of wilden wonen en tijdelijk onderdak vonden bij tante in huis. Bijzonder.
Het is al laat in de middag als we terugrijden. We zijn tevreden dat we er bij waren. De begrafenis van een speciaal mens.
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
woensdag 3 maart 2010
dinsdag 15 september 2009
Beethoven
Met ons projektkoor zongen we op uitnodiging in een kleine kerk, als afsluiting van een speciale kerkdienst. Nou zijn we bepaald geen kerkkoor, maar dat was geen probleem. De organisatoren wisten wat ze in huis haalden.
Wel vroegen ze ons om extra goed te articuleren, ter wille van de wat oudere kerkleden.
Vlak voor ons optreden herinnerde de dirigent ons aan deze opdracht. “Laat je niet ontmoedigen”, zei hij verder, “dit publiek reageert misschien niet al te enthousiast, het zijn wat oudere mensen, een kerkgemeente… het kan zijn dat ze sommige nummers wat minder waarderen.”
We wisten wat hij bedoelde: een niet-liefdeslied met onparlementaire taal, een parodie-gospel en de s/m solo van C., op de melodie van “Für Elise”.
“Laat jij dat articuleren nou maar zitten”, grinnikten we tegen C. “Gewoon een beetje mompelen, dan denken ze: “ O, dat is Beethoven, mooi!”
We besloten dat we gewoon lekker ons programma zouden zingen, of het nou leuk gevonden werd of niet.
Dat deden we. En al snel hadden we in de gaten dat deze kerkgangers een alert en gul publiek waren. Een verdwaalde “verdomme” leverde nauwelijks gefrons op, om het gespeel met gospels werd vrolijk gelachen en toen C. twee zinnen “Für Elise” had gezongen, zagen we twee grijze dames achterin elkaar proestend aanstoten.
“Lamelamelame nou maar los. Het was heel fijn hoor, daar niet van, maar
Lamelamelame nou maar los. Want zoveel pijn is overdone.
‘k Hou van een klap en van een kneep, ik hou van leer, en van een zweep, maar
Lamelamelame nou maar gaan, ik kan niet lopen meer of staan.” (…)
We zongen met flair ons hele programma en kregen aan het eind bloemen en een staande ovatie. Toen we tevreden onze spullen bij elkaar zochten, kwam een van de organisatoren vertellen dat ze erg genoten had.
“En jij!” Ze wees op C. “Hoe je met zo’n uitgestreken gezicht zulke vréselijke dingen kunt zingen… “ Ze schaterde. “En de vrouwen naast me vroegen aan elkaar: ‘wat zingt ze nou?’en ik dacht: dat wil je helemaal niet weten!”
De kerkgemeente houdt ons koor in de gaten. Als we volgend jaar een nieuw programma hebben, willen ze ons graag weer hebben. En wij zijn wel geen kerkkoor, maar in dit kerkje komen we met plezier nog een keer zingen.
Wel vroegen ze ons om extra goed te articuleren, ter wille van de wat oudere kerkleden.
Vlak voor ons optreden herinnerde de dirigent ons aan deze opdracht. “Laat je niet ontmoedigen”, zei hij verder, “dit publiek reageert misschien niet al te enthousiast, het zijn wat oudere mensen, een kerkgemeente… het kan zijn dat ze sommige nummers wat minder waarderen.”
We wisten wat hij bedoelde: een niet-liefdeslied met onparlementaire taal, een parodie-gospel en de s/m solo van C., op de melodie van “Für Elise”.
“Laat jij dat articuleren nou maar zitten”, grinnikten we tegen C. “Gewoon een beetje mompelen, dan denken ze: “ O, dat is Beethoven, mooi!”
We besloten dat we gewoon lekker ons programma zouden zingen, of het nou leuk gevonden werd of niet.
Dat deden we. En al snel hadden we in de gaten dat deze kerkgangers een alert en gul publiek waren. Een verdwaalde “verdomme” leverde nauwelijks gefrons op, om het gespeel met gospels werd vrolijk gelachen en toen C. twee zinnen “Für Elise” had gezongen, zagen we twee grijze dames achterin elkaar proestend aanstoten.
“Lamelamelame nou maar los. Het was heel fijn hoor, daar niet van, maar
Lamelamelame nou maar los. Want zoveel pijn is overdone.
‘k Hou van een klap en van een kneep, ik hou van leer, en van een zweep, maar
Lamelamelame nou maar gaan, ik kan niet lopen meer of staan.” (…)
We zongen met flair ons hele programma en kregen aan het eind bloemen en een staande ovatie. Toen we tevreden onze spullen bij elkaar zochten, kwam een van de organisatoren vertellen dat ze erg genoten had.
“En jij!” Ze wees op C. “Hoe je met zo’n uitgestreken gezicht zulke vréselijke dingen kunt zingen… “ Ze schaterde. “En de vrouwen naast me vroegen aan elkaar: ‘wat zingt ze nou?’en ik dacht: dat wil je helemaal niet weten!”
De kerkgemeente houdt ons koor in de gaten. Als we volgend jaar een nieuw programma hebben, willen ze ons graag weer hebben. En wij zijn wel geen kerkkoor, maar in dit kerkje komen we met plezier nog een keer zingen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Zinvol werk
“Het is officieel, de subsidie is binnen!” H. komt naar beneden met z’n telefoon in de aanslag, die prompt begint te rinkelen. Ik hoor aan z...
-
Er ligt een klein, hemelsblauw eitje in de tuin. Helemaal gaaf ligt het op een onbegroeid stukje grond. Mijn eerste opwelling is, het op e...
-
Het is ongeveer 10 kilometer fietsen naar Sanguin en voor alle zekerheid doe ik een regenjas aan. Als ik er bijna ben, begint het zachtjes...
-
Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nem...