Posts tonen met het label waterschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waterschap. Alle posts tonen

woensdag 27 oktober 2010

Wonen aan het water

Maandag. Het weer is goed en H. leent het waadpak van de buurman om het overtollige riet weg te gaan trekken en een wilg aan de waterkant te knotten.
Ik laat de oever aan hém over en ga met een snoeischaar de planten langs het pad te lijf. Ik knip alle oude, dorre stengels uit de kogeldistel en daar komt nog een verrassende late bloei te voorschijn. De monnikskap staat verborgen achter een bossige herfstaster blauw te wezen en tussen de donkere, verschrompelende besjes van het hertshooi piepen nog wat enthousiaste nieuwe gele bloemetjes.
Als ik sta te bedenken waar ik moet beginnen om een verwaarloosd stuk border aan te pakken, roept H. mijn hulp in. Op het waterterras ligt een stapel riet met daar bovenop een grote wilgentak. Er komen nog meer takken aan en daar moet plaats voor gemaakt worden. Zonder veel enthousiasme begin ik aan de tak te zeulen. Hij past maar net op ons minigrasveld. Bij de volgende tak krijg ik de slag een beetje te pakken en als de hele boom gesnoeid is, heb ik m’n fleecetrui uitgetrokken en stort ik me op de verwerking van de enorme takken.
Met een snoeischaar de kleine zijtakken er af en met een zaag de grotere. De kale stukken geef ik door aan H. die inmiddels een werkbankje heeft opgezet en de armdikke takken tot handzame blokken brandhout verzaagt.
Als er alleen nog afval op het gras ligt en de houtblokken netjes zijn ondergebracht, gaan we even zitten onder de blauwe lucht. Ik voel m’n rug een beetje.
Er moet nog meer riet weggetrokken worden en er is nog een tweede wilg te knotten, maar voor vandaag is het wel genoeg geweest. We lopen het trappetje af naar het waterterras en kijken over de rietberg naar het water dat vreemd breed lijkt. Eén pol riet is zorgvuldig met rust gelaten. De plek waar ieder jaar een meerkoet nestelt.
Hardop vragen we ons af of het waterschap ons net als vorig jaar zal sommeren om ook deze pol weg te halen. We zullen wel zien. In elk geval vinden we zelf dat we onze oever prima verzorgen. En tevreden lopen we naar binnen om te gaan koken.

dinsdag 17 november 2009

Meerkoet

Toen we elf jaar geleden ons huis kochten, kregen we er en eend bij kado. Een plastic eend die de verbondenheid symboliseerde van ons nieuwe perceel met de natuur. We wonen aan het water. Vandaar. De gemeente was trots op onze nieuwe, waterrijke wijk en belegde bijeenkomsten waarin werd verteld hoe wenselijk het was om de tuinen te laten aansluiten op het natuurleven in het water.
In de jaren dat we hier wonen hebben we ons enthousiast aan die richtlijn gehouden. Een ‘wilde’ tuin, waarin vogels, egels en vlinders zich thuis voelen is precies wat wij leuk vinden.
Op het talud rondom ons bescheiden waterterras passen spontaan opkomende oeverplanten in het plan. In het voorjaar nestelen er eenden, die zodra hun eieren zijn uitgekomen vluchten voor de felle meerkoeten. Díe blijven met hun jongen nog weken in het riet wonen. Hun stuk laten we staan als we later in de zomer de uitbundige groei van het riet inperken.
Kortom: we zijn blij met onze tuin aan het water en onderhouden als brave burgers ons talud volgens de afspraak.
Dachten we.
Maar zaterdag werden we uit deze droom geholpen door het Waterschap. Met een brief genaamd “Last onder bestuursdwang”. We blijken in overtreding te zijn omdat niet voldaan is aan de onderhoudsplicht. Onze overtreding heet nr. 1 en krijgt de aanvullende opmerking: “Niet geschoond”. Een telefoontje leert ons dat schonen volgens het Waterschap betekent dat ALLE begroeiing aan de waterlijn weg moet. Ook de waterlelies, de zwanenbloemen, de dotters, jonge wilgen en de rietpol van de meerkoeten.
Binnen twee weken dienen we deze moord op het ecosysteem uit te voeren en anders zal het waterschap het zelf doen. Op onze kosten!
Hadden wij dit moeten weten??
Jawel, zegt het Waterschap. In de huis- aan huisbladen is de schouw (de inspectie dus) aangekondigd. Oh ja…
En op de vraag waar onze meerkoet dan naar toe moet, volgt een bijna hoorbaar schouderophalen. “Dat weet ik ook niet”.
“Waterschap Rivierenland vindt het belangrijk om met bewoners te overleggen”, lezen we op bladzijde 4 van de brief. Wat volgens hen de definitie van overleggen is, vragen we maar niet. We bladeren terug naar bladzijde 1, waar uitgelegd wordt hoe je een bezwaarschrift moet opstellen. Watervogels, we doen ons best.

Een koffer met geschiedenis

We hebben onze fietsen meegenomen deze vakantie, maar we hebben pas één keer echt een dagtocht gemaakt. Toch is het fijn om te kunnen fietse...