zaterdag 27 december 2014

Hondjes en paarden

Mijn broer en schoonzus komen Tweede Kerstdag bij ons. Met twee kinderen en drie honden.
"Ik zal een dekentje voor ze neerleggen", zei ik toen mijn broer de hondjes aankondigde.
"Oh, een zakdoek is ook wel groot genoeg", grinnikte hij toen; het is een chihuahua moeder met twee jonkies.
Als het hele stel binnenkomt, draait alles meteen om de hondjes. Ze hollen in het rond, tikkend met hun nageltjes op ons gladde laminaat, maar al gauw vinden ze het tapijt in de zithoek. Ze wroeten er enthousiast met hun snoetjes in rond. Waarschijnlijk denken ze dat het een vreemd soort gras is.
We drinken thee, eten toastjes met paling en praten bij terwijl de hondjes van de een naar de ander springen en door iedereen geaaid en geknuffeld worden.

Na een uurtje besluiten we even naar buiten te gaan. Het is na een week miezeren eindelijk een heldere, droge dag en we gaan met z'n allen naar de uiterwaarden. Daar zitten na vijf minuten alle schoenen en laarzen onder de modder, maar dat houdt ons niet tegen. Vanaf de dijk struinen we naar de Waal. Bij het water zien we een paard lopen en nog een. Tegen de tijd dat we bijna bij het eerste waalstrandje zijn, komt ons een hele kudde tegemoet.

"Doen ze niks?" vraagt m'n neefje een beetje angstig en voor alle zekerheid kruipt hij weg achter een boomstronk. De voorste paardjes lopen ons voorbij, maar als er één nieuwsgierig aan de jas van mijn schoonzus snuffelt, blijven er meer staan. Ineens zijn we omringd door de ruige Konikpaardjes. Hun dikke, pluizige vacht zit vol klittenbollen, waardoor ze er nogal mottig uitzien. Van achter zijn boomstronk kijkt mijn neefje toe hoe zijn moeder en zus de zachte, bruine paardenneuzen aaien.
Als ik een portretfoto van een van de paardjes probeer te maken, duwt m'n fotomodel z'n neus tegen mijn telefoon. Een ander knabbelt aan mijn jas. Na een tijdje lopen de dieren weg achter de kudde aan, die van de rivier af loopt terwijl wij daar juist naar toe willen
De hondjes, die veilig opgetild waren om ze te beschermen tegen blubber en paarden, worden op het gladde, natte zand van het waalstrand gezet. Hier kunnen ze zelf rondlopen, terwijl de mensen platte stenen zoeken om over het water te keilen. De beste worp stuitert wel acht keer.
Als we het koud krijgen, zompen we dwars door een drassige grasvlakte terug naar de dijk. Daar stampen we de ergste kluiten van onze voeten en een kwartier later staan alle modderschoenen op een rijtje in de schuur. Tijd om de laatste hand te leggen aan een maaltijd met heel veel lekkere hapjes.
Terwijl we eten, rollen de hondjes over elkaar heen op ons grasveld-tapijt. Ze vermaken zich prima, en wij ook. Een beestachtig gezellige Tweede Kerstdag.

zondag 21 december 2014

Kerstmannen

Als ik mocht kiezen tussen de Kerstman en Sinterklaas zou ik zonder met m’n ogen te knipperen voor de laatste kiezen. De Kerstman is een commercieel verzinsel, uitgevonden door de frisdrankgigant Coca Cola. Sinterklaas komt voort uit een legende over vrijgevigheid.
Mij is met de paplepel ingegoten dat Kerst het feest is, waarmee we de geboorte vieren van Christus. Daar hoort het kerstverhaal bij, met herders en Engeltjes, en geen dikke man in een rood pak die met een slee door de lucht getrokken wordt door een stel rendieren. Niet dat we elkaar nou ieder jaar dat verhaal vertellen of elke kerst naar de kerk gaan, maar toch. Kerst vieren met cadeautjes onder de boom klopt voor mijn gevoel niet.

Toch kunnen we niet om de Kerstman heen. Zo weinig Klazen als ik dit jaar in mijn omgeving ben tegengekomen, zo alom tegenwoordig is de Kerstman. Bij een dagje winkelen in de stad zagen we niet alleen kerstmannen  in etalages en reclame-uitdelende studenten met witgerande, rode mutsen. We kwamen ook de Kerstman zelf tegen, zingend en ‘hohoho’ lachend vanaf een koets met een prachtig zwart paard ervoor (geen rendieren). Hij maakte gemoedelijke grapjes tegen voorbijgangers, vooral kinderen, en je hoorde hem vanaf grote afstand nog zingen. Ik vond het wel sfeervol.
Vandaag is het winkelzondag. Samen met mijn dochter fiets ik even naar het dorp om een vergeten boodschapje te halen. Onderweg zien we verschillende mensen in rode pakken en met kerstmutsen op hun hoofd. Ze lopen in groepjes en hebben rugnummers. Een kerstmannenloop?


In het winkelcentrum aangekomen, moeten we afstappen vanwege de drukte. Op het plein staat een podium en daarvoor, in een ruimte die door hekken is afgezet, staat een grote groep kerstmannen en –vrouwen. Vanaf het hoge podium spreekt en opperkerstman de groep toe, versterkt door een microfoon. Het is een enthousiast verhaal, waar we niet echt naar luisteren omdat we intussen een gesprek proberen af te maken. Als we na onze boodschap bij hetzelfde plein terug komen, is het nog drukker geworden. Er staat nu een andere Kerstman achter de microfoon, die de “Hebben-we-er-allemaal-zin-in?” act doet, met het onvermijdelijke vervolg: “Ik hoor jullie niet!”
Ja, de kerstpersonen hebben er zin in. Ze doen allemaal mee met de warming up en tien minuten later vertrekken ze voor een rondje (hard?)lopen. Wij gaan nog even bij Blokker naar binnen en daarna fietsen we naar huis. Onderweg zien we overal groepjes mensen in rode pakken met witte randjes en met rugnummers. Erg hard lopen ze niet, maar het ziet er wel gezellig uit. Waarschijnlijk lopen ze voor een goed doel. Tegen zulke kerstmannen heb ik geen enkel bezwaar. 
Maar die dikke Cola-reclameman met z’n cadeautjes komt er bij ons niet in. 

* s'Avonds lees ik op internet dat met de Santarun (3 km) inderdaad geld werd ingezameld voor goede doelen, namelijk de voedselbank en Stichting Perspectief. Er werd 2500 euro opgehaald.

zondag 14 december 2014

Misa Criolla


 De Sint Bartholomaeuskerk in Beek is nog geen half uur rijden. Om kwart over 8 begint daar een uitvoering van de Misa Criolla en we zijn ruim op tijd. De voorste banken zijn gereserveerd voor abonnementhouders, maar direct daarachter vinden we een goede plek. Als de kerk voller en voller stroomt, zijn we blij dat we zo vroeg waren. Laatkomers moeten zoeken naar een plekje. Mensen op de lange houten banken schikken gewillig in, zodat er nog iemand bij kan op het puntje.

Op het podium voor in de kerk worden wat instrumenten gestemd. In de kroonluchters branden echte kaarsen, ook zijn er kaarsen op de adventskrans. Twee van de vier zijn aangestoken; volgende week zullen dat er drie zijn en met kerst branden ze alle vier.
Voor onze kerkbank staat een knielbank. Precies op de plek waar je normaal je voeten neer zou zetten, zodat we moeten kiezen: voeten ongemakkelijk dichtbij, iets te ver weg of bovenop het rode pluche van de knielbank. De houten kerkbank is recht en hard.
Maar als de muziek begint, vergeet ik alle ongemakken.

Drie mannen met panfluiten spelen het eerste nummer. Het is nog niet de Misa Criolla; die zal pas op het laatst komen. Eerst krijgen we een ‘rondleiding’ door de Argentijnse volksmuziekgeschiedenis.
De Misa Criolla is de eerste ‘volksmis’, vijftig jaar geleden gecomponeerd door Ariel Ramírez. Voor het eerst in de geschiedenis werd een mis niet in het Latijn, maar in de volkstaal gezongen: Spaans. Het is een mix van oude melodieën en folkloretradities.

Met die tradities maken we het volgende uur kennis. We horen plechtige, oude koorzang, maar ook uitbundige accordeonmuziek. Er zijn zware trommels, kleine gitaartjes, een orgel, piano, een Indiaanse fluit, een fagot en een cello. Het koor is niet groot, maar ze zingen fantastisch. De Latijns Amerikaanse ritmes zijn meeslepend en ik zie om me heen dat sommige mensen moeite hebben om stil te blijven zitten.

Thuis hebben we op een CD de Misa Criolla, gezongen door José Carreras. Ik hou van de stukken beurtzang van koor en solist, van de manier waarop dat koor afwisselend uitbundig en melancholiek klinkt. Ik was bang dat het kleine koor dat hier staat tegen zou vallen. Maar dat is niet zo. Ze klinken vol en zuiver, waarbij de akoestiek van de kerk natuurlijk meewerkt. Er zijn twee nummers waarin veel van de koorleden een klein stukje solo zingen. Een expressief heen en weer kaatsen van zinnetjes die steeds hetzelfde eindigen. Ik vind het leuk om ze zo heel even uitgelicht te horen en om te zien met hoeveel plezier ze zingen.

Dan komt dirigent Adrián Rodriquez Van der Spoel naar voren om te vertellen dat al deze volksmuziek die we gehoord hebben, terug te vinden is in het laatste deel van het concert: de Misa Criolla *. Zijn gezelschap, Musica Temprana, gooit hart en ziel in de mis. Na de laatste noten blijft het een paar seconden stil in de kerk, waarna een uitbundig applaus losbarst. We staan allemaal op: achter, voor of bovenop de knielbankjes. Er wordt in de statige kerk gefloten en geroepen tot er een toegift komt. En daarna nog een keer. Dan verlaten muzikanten en koor onverbiddelijk het podium. En wij gaan naar buiten. Met nog uren lang een hoofd vol muziek.

        Home.planet.nl over de Misa Criolla:  Dramatische ritmes uit het noordelijke Andesgebergte vormen de basis van het Kyrie. Het populaire Gloria daarna bestaat grotendeels uit een vrolijke 'carnavalito', in het midden opeens afgewisseld door een langzaam ritme dat door de Inca's voor begrafenissen gebruikt wordt. Het Credo is een onweerstaanbare 'chacarera', de belangrijkste feestdans in Argentinië. In het Sanctus is een subtielere variant op de carnavalito te horen. De mis eindigt met een melancholiek ritme van de Argentijnse pampa's.
 



vrijdag 12 december 2014

Interview met een breinonderzoeker

Aan het eind van het Jaar van het Brein maken we op de valreep een Brein-special: een cd vol wetenswaardigheden over het brein in relatie tot onze doelgroep: blinden en slechtzienden. Mijn collega’s verzamelen materiaal uit kranten, tijdschriften en van internet en zoeken geschikte kandidaten voor aanvullende interviews. Mijn taak is het om Professor Kupers te interviewen, een neurowetenschapper die onderzoek doet naar de hersenen van blinde proefpersonen. Hij woont en werkt in Kopenhagen, maar zal in november een weekend in Maastricht zijn, waar ik hem kan spreken.

Na de toezegging blijft het lang stil. Ik krijg de professor pas te pakken vlak voordat hij naar Nederland komt en de afspraak komt op zondag terecht. Dan heeft hij tijd. Op zaterdagavond bekijk ik nog even mijn mail en zie een berichtje van Professor Kupers, dat zijn programma veranderd is. Hij moet op zondag met twee blinde Deensen een rondje Maastricht doen. Maar misschien kan ik hem tijdens de lunch interviewen? Of anders daarna op de Universiteit.

Zo komt het dat ik op zondag 23 november om half 12 over het Vrijthof wandel, op weg naar een kop koffie. Er staat een kermis op het Vrijthof, omringd door hoge hekken. Van het mooie plein is daardoor erg weinig te zien. Vanaf de gezellige terrasjes zie je niet de Sint Janskerk, maar rommelige hekken en daar bovenuit een reuzenrad. Ik zoek een plekje in de zon (ja, deze 23e november is een prachtige dag) en tegen twaalven bel ik het telefoonnummer dat ik heb gekregen. De professor en zijn blinde dames zijn vlakbij. Ze komen naar me toe.
Het kan niet missen. Een kleine, kalende man met aan elke kant een jonge vrouw met witte stok; en dan nog een gids die ze de stad door heeft geleid. We schudden handen en stellen ons aan elkaar voor. De gids verlaat het groepje en wij zoeken een plek waar we rustig kunnen lunchen.

Ik heb een reliëfkaart van het brein meegenomen voor Professor Kupers, die ik meteen te voorschijn haal en op tafel leg. Het is een kleurige, schematische afbeelding van de menselijke hersenen waar overheen een doorzichtig vel hard plastic, met dezelfde afbeelding in reliëf. De vrouwen gaan om de beurt met hun vingers over de plaat. Ze vertellen dat in Denemarken reliëfafbeeldingen bij studiemateriaal op een andere manier gemaakt zijn. Op swell paper, papier waarop bij verhitting getekende lijnen omhoog komen. 


We hebben een geanimeerd gesprek over aanpassingen van studiemateriaal en de problemen die daar bij komen kijken (ook in Denemarken leveren opleidingen hun boekenlijsten vaak erg laat aan) en intussen worden er broodjes gebracht en leren de Deensen de Hollandse Kroket kennen.

Dan is het ineens hoog tijd dat we opstappen, want de dames proefpersonen worden op de Universiteit verwacht voor een hersenscan. De tocht naar de parkeergarage over ongelijke keitjes en langs sluipweggetjes tussen hekken door valt niet mee. Ik loop met één van de vrouwen aan de arm mee tot de auto en zij vertrekken haastig om nog op tijd te komen. Ik kom wat later bij de Universiteit aan.

Het gloednieuwe gebouw van Brains Unlimited is uitgestorven. Professor Kupers wijst me een hoek met zitjes waar we het interview kunnen doen. Hij heeft nu alle tijd, want voor het onderzoek van vandaag hoeft hij alleen in de buurt te zijn voor mogelijke problemen. Uitgebreid beantwoordt hij al mijn vragen. Hij houdt zich bezig met dat deel van de hersenen dat mensen gebruiken bij het kijken: de visuele cortex. Het is een groot stuk van het brein en Kupers wil weten wat daar gebeurt als iemand níet ziet. Wordt het dan voor iets anders gebruikt? Intussen is wel duidelijk dat de visuele cortex van een blind persoon ingezet wordt voor andere dingen. Voelen bijvoorbeeld (braille lezen) en ruiken. Maar er valt nog véél meer aan te onderzoeken.


Met ruim een uur aan materiaal ga ik later op de middag de deur uit. Het wordt nog een hele klus om daar een interview van 12 minuten van over te houden, maar dat gaat wel lukken. Ik zet de autoradio aan en rij door het zonnetje naar huis. Werken op zondag moet geen gewoonte worden, maar voor een keertje vind ik het op deze manier helemaal niet erg.

zaterdag 6 december 2014

Opruimen


Ik heb me voorgenomen om vandaag een blogje te schrijven. Aan de grote tafel zit ik achter mijn laptop te bedenken waar het over zal gaan. Door het raam zie ik in de tuin plotseling een merel uit het struikgewas komen. Nou ja, struikgewas, het zijn lage, nog groene plantjes, maar voor de merel zijn ze manshoog. Hij verdwijnt aan de andere kant van het terras uit zicht. Ik bedenk dat het binnenkort weer nationaal tuinvogel telweekend is. Half januari. Als ik vandaag zou tellen, kon ik heel wat streepjes zetten. Nu ik eenmaal naar buiten kijk, zie ik overal beweging tussen planten en struiken. Ik zie ook dat het terras rommelig is. Overal liggen dingen te slingeren. Omgevallen potjes met kruiden, die al een paar weken ‘voorlopig’ op een stenen bankje staan; een roestig schepje; een oude afwasborstel die voor een vies klusje gebruikt is en niet opgeruimd; een paar grote stenen die ooit beschilderd zijn geweest maar hun kleur in regen en wind hebben verloren…


Sommige mensen hebben hun huis en tuin altijd netjes. Mij lukt dat niet. De tafel waar ik aan zit heb ik gisteren nog helemaal leeggeruimd. Nu liggen er alweer stapels kranten, studieboeken van mijn zoon, een paar brillenkokers, er staan twee laptops en een paar lege koffiemokken en nog meer. Ik negeer de rommel op tafel en besluit naar buiten te gaan. Eigenlijk is het best mooi weer om even dat terras aan te pakken. 



Een half uur later sta ik de compostbak om te scheppen. Ach, als je dan toch buiten aan het werk bent, kan zo’n klusje er ook wel even bij. We hebben twee compostbakken. De theorie is dat de ene nu wordt gebruikt voor het groente- en fruitafval terwijl de andere voor de winter met rust gelaten wordt, zodat de compost daarin komend voorjaar over de tuin uitgespreid kan worden. Blijkbaar is die theorie niet bij iedereen bekend. Bovenin de rustende bak ligt een verlepte bos bloemen en een lading verse perenschillen. Ik zie ook waarom: de andere bak is vol. Met een schop help ik de volle bak om een beetje in te klinken. Daarna hevel ik (met handschoenen aan) de bloemen over. De schillen werk ik met de schop door de bijna-klaar compost. Als de klus klaar is, pak ik de bezem om de gemorste compost netjes van het pad te vegen. Eenmaal aan het vegen, doe ik meteen het hele pad. Maar eerst haal ik het onkruid tussen de tegels weg. 

Voordat ik het weet, ben ik een paar uur bezig en begint het een beetje schemerig te worden. Zo vind ik het wel weer genoeg. Ik besluit als beloning een vuurtje te stoken in de vuurschaal. Ik heb in de schuur nog wat kurkdroge stukken schors om mee te beginnen. Hoe droog de schors ook is, in een vuurschaal met vochtige restjes van een eerder vuur lukt het me niet om het brandend te krijgen. Ik had hem natuurlijk eerst schoon en droog moeten maken. Maar ik heb nu al zó veel opgeruimd en schoongemaakt… genoeg is genoeg. En dát is natuurlijk de reden dat het mij niet lukt om huis en tuin altijd netjes te hebben. Na een tijdje vind ik het wel weer genoeg. Dan maar niet schoon en netjes. Maar het is wel jammer van m’n vuurtje. Het blijft bij een sombere, stinkende rookpluim. Stinkend maar opgewekt ga ik naar binnen. Tijd om eindelijk mijn blogje te gaan schrijven.


zondag 30 november 2014

Hip hip hoera


Op 27 november is het precies een jaar geleden dat ik een nieuwe heup kreeg. Ik vind dat iets om even bij stil te staan en neem een dadelrol mee naar m’n werk. Als ik de trap op loop naar mijn werkplek, denk ik aan hoe ik voor het eerst weer voorzichtig met krukken op die trap naar boven ging. Hoe anders is het nu.
“Vandaag heb ik een privé-jubileumpje”, zeg ik tegen m’n chef, die al achter zijn bureau zit. “O ja?” Hij kijkt me nieuwsgierig aan. “Mijn heup is precies één jaar oud,” vertel ik, “dus ik vier een kleine deelverjaardag.” De andere collega’s van mijn afdeling werken vandaag thuis of hebben vrij. Met z’n tweeën eten we halverwege de ochtend een groot deel van de dadelrol op. Lekker.

’s Avonds heb ik dansles. Voordat ik mijn heup brak, ging ik twee keer per week hardlopen, maar dat werd me afgeraden met de kunstheup. Het kán wel, maar dan heb ik kans op een snellere slijtage. Om toch in beweging te blijven, ben ik nog niet zo lang geleden begonnen met salsadansen. Vorige week was de laatste les van de eerste reeks “Ladies Freestyle” voor beginners. Van een aantal anderen heb ik gehoord dat ze willen overstappen naar een cursus voor paren en sommigen willen er mee stoppen. Ik ben dus benieuwd hoeveel mensen er overblijven voor ‘beginners 2.”

De cursus begint al om kwart over zeven en ik moet me altijd haasten om op tijd te zijn. Tegen de wind in fiets ik door de miezeerregen de zeven kilometer naar Nijmegen. Het is bijna kwart over zeven als ik bij de dansschool aankom. Er komt salsamuziek uit de kleine zaal boven, maar ik hoor geen stemmen. Als ik binnen kom, zijn alleen Linda en Betho van de dansschool er. Niemand van de andere cursisten? Nee, ook niet als we nog een tijdje wachten.

Wat nu? Wil ik tóch les of liever niet? Ik zeg dat ik graag wil dansen. Anders ben ik voor niks dat hele eind door de regen gefietst. Betho belooft dat hij over een oplossing gaat nadenken en verdwijnt naar beneden. Een beetje onwennig beginnen we aan een eenpersoons les. We nemen alle danspassen en figuren door die we in eerdere lessen geleerd hebben en Linda laat zien hoe sommige dingen makkelijker of mooier kunnen. Het uur is zo om.

Om kwart over acht is Betho terug. Hij stelt voor dat ik bij een andere groep aansluit die al wat verder is. Op de maandagavond om zeven uur. Ik ben niet blij met zeven uur en ik ben helemáál niet blij met een groep die al wat verder is. Zó soepeltjes leer ik het allemaal niet. Ik vraag of er weer een eerste beginners groep is, waar ik later bij kan aanhaken. Die is er niet. Maar nu deze groep uitvalt, kan er misschien nog snel iets georganiseerd worden, want er zijn wel liefhebbers, waar geen avond meer vrij voor was. Als ik wil mag ik dan voor niks nog eens de eerste beginnerscursus meedoen. Hij zal me op de hoogte houden.


Door de koude herfstavond fiets ik naar huis met een warm gevoel. Ten eerste omdat ik het van een uur intensief salsadansen gewoon warm heb gekregen. Maar ook omdat er zo met me mee gedacht wordt. En tenslotte omdat ik gewoon heel blij ben dat ik, een jaar nadat ik misselijk en ellendig wakker werd na een heupoperatie, nu zonder probleem op een avond heen en weer fiets naar Nijmegen om daar salsa te dansen. 

vrijdag 21 november 2014

Bedelaars en straatmuzikanten

Ik heb boodschappen gedaan bij Albert Heijn en loop nog even naar de andere kant van het plein om printpapier te halen. Als ik terugkom, hoor ik muziek. Zachte, eentonige accordeonklanken. Ik zoek met mijn ogen naar de muzikant. Die verwacht ik bij de ingang van de Appie, want dat is een plek waar wel vaker een accordeonist of iemand met een gitaar zit. Maar daar zit ie niet. Hij zit een beetje weg gepropt achter de lange rij boodschappenkarretjes. Zo bescheiden als de muziek klinkt, zit de man erbij. Als ik naar mijn fiets loop, kom ik er langs.
Tijdens het lopen heb ik al geconstateerd dat deze man geen muzikaal wonder is. Zijn repertoire lijkt maar uit een paar maten muziek te bestaan. Toch leg ik een euro in zijn bakje voordat ik mijn fiets van het slot haal en wegrijd.

In mijn eigen woonplaats kom je ze niet zo heel veel tegen: straatmuzikanten en bedelaars. Maar in grote steden kun je aardig wat kleingeld kwijt zijn als je in elke hoed, pet of gitaarkoffer een paar munten gooit. Toen we een paar dagen in Rome waren, zagen we elke dag wel een paar oude vrouwen die helemaal in elkaar gekropen op straat zaten: geknield, het hoofd diep naar de grond gebogen en met één uitgestrekte hand bedelend. Het irriteerde me. “Is er echt helemaal niets anders wat je kunt doen om wat geld te verdienen?” dacht ik. In Santo Domingo liepen dit soort oude bedelvrouwen de pleinen te vegen. In Rome zaten ze midden tussen de rommel een zielig handje op te houden.

Oordeel ik te makkelijk? Misschien.
In elk geval besloot ik in Rome om drie keer per dag geld te geven aan iemand op straat. Ik koos altijd mensen die er iets van probeerden te maken. Een trompettist die een melancholiek lied blies, een man die z’n geschminkte hoofd uit een kinderwagen stak en grapjes maakte naar iedereen die langs kwam (vooral de kinderen maakte hij aan het schrikken en aan het lachen), een levend standbeeld…

Is het eerlijk om te kiezen voor de mensen die het toch wel redden boven de allerzieligsten die alleen nog maar in een hoekje kruipen achter een kartonnetje met de vraag om wat geld voor eten? Ik ben in elk geval niet de enige die het doet. En als ik hier in Nederland zulke bedelaars tegenkom, kan ik niet geloven dat ze die euro’s die ze zo bij elkaar bedelen echt gebruiken om een broodje te kopen.
Ach, misschien denk ik er over een paar jaar heel anders over en krioelt het dan ook in onze steden en dorpen van de oude, zielige vrouwtjes die hun hand op houden. Misschien verander ik dan mijn strategie en geef alleen nog maar aan de armste, de oudste, de eenzaamste. Tenslotte lijkt het er tegenwoordig op dat we allemaal in die positie terecht kunnen komen.


Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...