zondag 19 januari 2020

De N70


We lopen de N70.  En we zijn niet de enigen die vandaag op dat idee kwamen. Het is dan ook prima wandelweer. Af en toe laat een vriendelijke zon zich even zien, dan weer is het grijs. Een enkel druppeltje regen doet er weinig aan af. Dat er de afgelopen tijd wel meer regen gevallen is, kun je goed merken aan het pad. Soms moeten we een stuk door de blubber. We proberen die eerst zoveel mogelijk te  ontwijken door langs het randje van het pad te lopen, maar na verloop van tijd word ik steeds minder kieskeurig over waar ik m’n voeten neerzet. 

De N70 is voor Nederlandse begrippen flink heuvelachtig. Het is een mooie wandeling die we al vaak gelopen hebben, maar hij verveelt nooit. De kale, winterse bomen geven veel meer doorkijkjes weg dan wanneer ze in de zomer vol in blad zijn. Soms zie je in de diepte een kerkje liggen, of een dorp. Soms een glooiende vlakte met bijvoorbeeld de prachtige naam “Elyzeese velden”. Regelmatig worden we ingehaald door hardlopers die met hun ijzeren kuiten de hellingen trotseren. Tijdens een steile afdaling komt een jonge gast in een strak pak als een springende hinde uit de struiken om met een flinke vaart langs ons naar beneden te rennen. Ik schiet in de lach, want hij loopt als een tekenfilmpoppetje zonder gewicht. 

Een stukje verderop komt een enthousiaste hond ons tegemoet. Twee kleine jongetjes rennen schreeuwend en lachend achter de hond aan en weer een stukje verderop lopen hun vermoedelijke ouders. Ze zijn vast onderweg naar  het pannenkoekenrestaurant de Duivelsberg. Dat ligt halverwege onze route en we hebben we onszelf hier een kop koffie beloofd. Maar als we zien hoe druk het er is, stellen we die koffie toch maar uit.  Eigenlijk is het lekkerder om gewoon door te lopen als je een beetje het tempo te pakken hebt.

We doen er ongeveer drie uur over. Dat is netjes, want het was best lang geleden dat we zo’n eind gelopen hadden. Als we terug naar huis gereden zijn, genieten we extra van de uitgestelde koffie. We zijn het er over eens dat we die helemaal verdiend hebben. En nu maar zien wie van ons morgen de meeste spierpijn heeft.

vrijdag 10 januari 2020

Kledingpakketten


Voor gezinnen die het financieel moeilijk hebben, is er de algemeen bekende voedselbank. Maar er zijn meer voorzieningen. Vooral voor kinderen zijn er verschillende clubs die zich inzetten om de armoede te verlichten.
Zo is er de stichting Leergeld, die bijspringt in de kosten voor school, sociale activiteiten en sporten.  Ook de stichting STOP (de kinderarmoede) biedt mogelijkheden voor ondersteuning. En er is de stichting Kinderen van de voedselbank “die zich inzet tegen de maatschappelijke gevolgen van kinderarmoede in Nederland”.  En dan is er de stichting Kinderarmoede, het Kansfonds, Save the Children en als je nog even doorzoekt zijn er waarschijnlijk nog wel meer initiatieven  te vinden, want kinderen in armoede moeten geholpen worden.
Mooi. Daar kun je het toch alleen maar mee eens zijn.

Dan nu de praktijk. Mijn Syrische vrienden H. en N. en hun kinderen hebben weinig te besteden. Ik zou ze graag af en toe iets toe willen stoppen, maar zo welkom als mijn praktische hulp is, zo afhoudend zijn ze wat geld betreft. Makkelijker is het om geld en goederen te accepteren van instanties. Van kennissen hoorden ze over kledingpakketten die ze voor de kinderen konden aanvragen. Begin november deden ze zo’n aanvraag.
Nu, in januari, laat H. me een aantal mailtjes zien, waar hij mijn hulp bij vraagt. Er wordt gevraagd om een code en hij snapt niet waar hij die vandaan moet halen. Ik bestudeer wat hij me laat zien en het duurt een tijd voor ik begrijp welke weg de aanvraag intussen heeft afgelegd. Een reconstructie:

Begin november mailde H. de stichting Leergeld of zijn kinderen in aanmerking kwamen voor een kledingpakket. Het antwoord was JA. Hij kreeg een wachtwoord om in te loggen bij een gemeentelijke website, waar hij per kind een code zou krijgen. De codes kwamen per mail en moesten , samen met een aantal praktische gegevens, naar Stichting STOP / Kinderen van de voedselbank gestuurd worden.
Vanuit die stichting(en) kwamen verschillende mails terug. Eerst een bevestiging. Dan: er zouden pakketten worden samengesteld en binnen drie weken worden verstuurd.
Daarna nóg een mail over een code die ontbrak.

In de verschillende mails van Stichting Leergeld, de gemeente en Stichting STOP / Kinderen van de voedselbank (elk met een eigen website) kon ik niet ontdekken over welke code het kon gaan. Er was sprake van boekingsnummers en van codes en de laatste mail was erg vreemd geformuleerd. Dus nu ben ik aan het bellen. Eerst iemand van de Stichting Leergeld. Die vertelt me dat ik bij Kinderen van de voedselbank moet zijn. Daar zeggen ze dat de mail van H. nog niet aan de beurt is geweest en dat we moeten wachten tot de codes bevestigd worden en daarna zullen binnen drie weken de pakketten verstuurd worden.

Dus, als ze geluk hebben, zullen de kinderen begin februari hun pakketten met winterkleding ontvangen. Gelukkig is het een zachte winter… H. heeft al besloten dat dit meteen de laatste keer is dat hij zo’n kledingpakket voor ze aanvraagt. Ze regelen het wel op een andere manier. Toch jammer van zo’n prachtige voorziening. Zou dat nou echt niet eenvoudiger kunnen?

zondag 5 januari 2020

Nederland, Europa, De Wereld


Meestal doe ik er niet aan, maar voor dit jaar heb ik een Goed Voornemen. Ik wil mijn topografische kennis opvijzelen. De kaart van Nederland zit niet goed in mijn hoofd, laat staan die van Europa of de Wereld. Mijn richtingsgevoel is heel slecht en ik heb me er eigenlijk heel lang bij neergelegd dat dat nou eenmaal m’n zwakke plek is. Maar nu heb ik me dus voorgenomen om op z’n minst te proberen om er verbetering in te brengen. 

Dat is een behoorlijk groot voornemen en grote plannen kun je beter in kleine stukjes knippen om ze waar te maken. Dus begin ik met Nederland. Deze week heb ik de Grote Bosatlas editie tweeënvijftig uit de kast gehaald en daarin de topografische kaart van Nederland opgezocht. Lekker overzichtelijk, want van google maps, die meteen de hele wereld laat zien, word ik bij voorbaat een beetje moedeloos.

Nu zit ik elke dag een tijdje met die kaart voor m’n neus te prevelen: Friesland – hoofdstad Leeuwarden, aan het water Harlingen, Sneek bij de meren, een eind naar boven Dokkum en hoe heet dat plaatsje daar onderin ook weer? Even spieken … Lemmer. En eigenlijk vind ik het nog leuk ook. 

Als we naar Eindhoven rijden, let ik beter dan anders op de borden. Os en Den Bosch laten we rechts liggen en Cuijk links, we passeren Uden, Veghel en Sint Oedenrode. Ik probeer steeds in mijn hoofd de kaart voor me te zien, wat ik lastig vind. Ik stel me altijd voor dat iemand met dyslexie in z’n brein op dezelfde manier met de woorden husselt als ik met plaatsen. Maar weet je, er zijn schríjvers met dyslexie, dus waarom zou ik niet kunnen leren hoe Nederland in elkaar zit, en Europa, en de rest van de wereld? 
  
Dus oefen ik voorlopig elke dag. Ik weet niet hoe lang ik dat ga volhouden en hoe goed het blijft hangen, maar als je me nú vraagt waar Coevorden ligt, wéét ik het: in het Zuidoosten van Drente.  En Breskens ligt onder Vlissingen. Maar over de rest van de wereld moet je me nog even niet overhoren. Zover ben ik nog niet.

vrijdag 3 januari 2020

Strijp S. en Piet Hein Eek

De laatste vrijdag van de kerstvakantie gaan we naar Eindhoven. Strijp S. schijnt leuk te zijn. De wijk waar de voormalige Philipsfabriek is omgebouwd tot een verzameling kleine winkeltjes, bedrijfjes, restaurants en plekken waar je dingen kunt doen of bekijken. We parkeren de auto in een straatje tussen Strijp S. en het Piet Hein Eek restaurant, waar we eerst koffie gaan drinken.

H. wil daarna graag naar de Piet Hein Eek fabriek/werkplaats/winkel ernaast. Ik ben niet meteen enthousiast, want de sloophout meubelen van die man heb ik nou wel een beetje gezien. Tafeltjes en stoeltjes van ouwe planken met restjes afgeschuurde verf. Je ziet ze al dertig jaar te pas en te onpas te koop of op terrasjes. Van echt hout of, heel lelijk, van plastic met een nephout-motief. Maar als we er toch even binnen gaan, blijkt het anders te zijn dan ik dacht. Piet Hein Eek heeft ook veel subtielere meubels van resthout ontworpen. En heel andere dingen, zoals aardewerk, kandelaars en lampen van oude fabrieksbuizen, enorme leeszaaltafels van een plak boomstam, tassen van afdekzeil dat ooit op vrachtwagens zat …  Eigenlijk ben ik erg vóór dat hergebruik van allerlei materialen. We lopen een hele tijd rond in het grote gebouw. De prijzen van al deze design-spullen zijn om steil van achterover te slaan, maar we hoeven niets te kopen, dus dat maakt niet uit.

Tegen de tijd dat we echt naar Strijp S. gaan, is het al halverwege de middag. Met opgestoken paraplu’s lopen we door de druilregen naar het klokgebouw met bovenop het Philips logo. Daar moet het ongeveer zijn. Door een paar grote ramen met ruitjesgaas ervoor zien we een indoor skatebaan. Om de hoek is een metalen deur waardoor we naar binnen kunnen en dan naar boven. Van daar af kun je zien hoe beneden de skaters en rolschaatsers hun kunsten doen. Verderop is het nog leuker, daar wordt met stepjes en fietsen gestunt. We kijken een tijd hoe jongens en soms een meisje zich op hun fietsjes naar beneden storten, verderop tegen een helling op rijden, op een achterwiel draaien en terug naar beneden zoeven. In een hoek staat een grote bak met blokken schuimrubber aan het eind van een helling. Jongens proberen er salto’s uit waarna ze met fiets en al in het schuimrubber verdwijnen en er dan met moeite weer uit klauteren.

In een ander gebouw is een enorme hoeveelheid piepkleine winkeltjes onder één dak. We dwalen van het een naar het ander. Kleding, sieraden, kinderboeken, serviesgoed, materialen voor graffiti, zeep, sokken. Hele mooie sokken, met Perzisch-tapijt-motieven. Ik koop er een paar van een Engels sprekend meisje. Ik vraag haar of ze helemaal geen Nederlands spreekt en ze vertelt dat ze het best wil leren, maar het is moeilijk, want iedereen hier spreekt Engels met haar. En het valt ook niet mee om een goede lesmethode te vinden. Ik wens haar succes. Na een tijd hebben we genoeg van alle winkeltjes. We gaan nog iets drinken en dan wandelen we, nog steeds door de regen, langzamerhand terug naar de auto.

Onderweg naar huis evalueren we de dag. Strijp S. is best oké, maar waarschijnlijk toch veel gezelliger in de zomer. En het leukst van de dag was toch eigenlijk wel alles van Piet Hein Eek. Nou ja, alles behalve de prijskaartjes dan.

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...