zaterdag 10 februari 2024
Alles wat je niet aanstaat vergiftigen
Ik fiets naar Overvecht, een groot tuincentrum, waar we in het voorjaar regelmatig wat plantjes gaan halen. Tot mijn verbazing is het pand donker en leeg. Dicht? Dat had ik helemaal gemist. Gelukkig is er nóg een tuincentrum op fietsafstand, dus ik rij door tot een stukje buiten het dorp. Tuincentrum Bull is open en ik ga op zoek naar de zaden.
Dat valt tegen. De wand met een hoopvolle hoeveelheid haakjes waar zakjes zaad aan kunnen hangen is tamelijk leeg. Hier en daar hangen wat zakjes zaad voor bloemen en verderop wat meer voor groente en fruit… maar veel is het niet. Dat verbaast me, want in februari begin je toch zeker wel na te denken over wat je in je moestuin of je bloemenperk wilt zaaien.
Wat ik wel zie, zijn bestrijdingsmiddelen. Schappen vol. Onkruidverdelgers, middeltjes tegen slakken, tegen mieren, tegen muizen, tegen onbenoemd ongedierte. Ik word er een beetje droevig van. Onverrichter zake fiets ik naar huis.
Een dag later, na mijn werkdag in Grave, bedenk ik dat hier een Welkoop is, waar ze natuurlijk ook bloemzaden hebben. Ik loop er binnen en het eerste wat ik zie zijn de groene flessen roundup en ander gif. Naast veel dierenvoer, snoepjes, speeltjes en andere benodigdheden voor huisdieren zijn het ook hier bestrijdingsmiddelen waar de nadruk op ligt.
Gelukkig zijn er tussen alle ellende ook twee hele schappen met zaden, een voor groente en een voor bloemen. Ik vind wat ik zoek. Maar echt blij ben ik niet als ik de winkel verlaat. Dit is dus blijkbaar de manier waarop je geacht wordt je tuin te beheren. Alles wat je niet aanstaat vergiftigen. Het staat me zó tegen dat ik dit voorjaar zelfs de vraatzuchtige slakken zal verwelkomen.
zondag 4 februari 2024
Rare perenbomen
Met de zaterdaggroep van Vrijwillig Landschapsbeheer gaan we aan de slag op een stukje gemeentegrond. Tot een paar maanden geleden stond hier een noodschoolgebouw. Daarachter een lang stuk grasland met aan beide kanten een sloot en middendoor een verhard pad. Langs de sloten staan wilgen, die we twee weken geleden hebben geknot. Nu zijn de perenboompjes aan de beurt die verspreid in het gras staan.
“Het is een lastige klus,” vertellen de-mannen-die-er-verstand-van-hebben. “We moeten de bomen weer een beetje in vorm krijgen, maar ze zien er niet best uit.”
We zijn met z’n veertienen. Ik heb wel eens perenbomen gesnoeid in een boomgaard, maar deze zien er heel anders uit.
“Kijk nou hoe raar dat groeit,” klinkt het verontwaardigd. “Die zijn he-le-maal verkeerd gesnoeid. Nou ja, gesnoeid, ze hebben gewoon alles eraf gehaald wat in de weg zat toen ze met een grote machine het gras gingen maaien.”
Terwijl in een boomgaard de belangrijkste zij-armen op heuphoogte of nog lager beginnen, zijn deze stammen kaal tot zeker twee meter hoog. Je kunt zien dat er vroeger lagere takken af zijn gehaald.
De takken die er wel zijn, groeien niet de breedte in, maar vooral naar boven en buigen soms zelfs weer terug naar de stam.
Wil je bloesem en later fruit aan je boom hebben, dan heb je vooral horizontale takken nodig, heb ik geleerd. Bij het snoeien haal je alles wat recht omhoog groeit weg en alles wat elkaar in de weg zit. Maar hoe moet dat bij deze lange-lijzenbomen? Ik ga eerst bij een ervaren snoeier afkijken en kies dan een boom uit om te bestuderen. Als ik een idee heb hoe het aan te pakken, vraag ik J. om raad. Hij wijst wat er door elkaar groeit, waar wel en niet een tak weg kan. Het klopt in grote lijnen met wat ik van plan was.
Om een uur of twaalf zijn we klaar met de wilg. Omdat dit veldje zo dicht bij ons huis is, hebben H. en ik beloofd voor de soep te zorgen. We gaan die alvast op het vuur zetten en spreiden in de hal een zeil uit voor alle modderschoenen. Terwijl buiten een miezerbui valt, zitten we met z’n allen in onze huiskamer. Het was geen grote klus vandaag, maar wel een lastige. Over twee weken fruitbomen snoeien in een park verderop. Ik vind het nog steeds leuk.
maandag 29 januari 2024
Oppassen
Vanaf de bank kijkt Louie ons ondoorgrondelijk aan als we binnenkomen. Jack laat zich pas tien minuten later zien. Op deze twee weldoorvoede bontballen passen we voor dochter E., die een lang weekend naar een vriendin is. Het is geen straf. ’s Morgens en ’s avonds voeren, een beetje knuffelen en/of spelen en de kattenbak schoonhouden. In ruil hebben we twee gratis overnachtingen in Amsterdam.
Vrijdag bezoeken we het Zaans Museum (nooit eerder geweest, en H. komt nog wel uit de Zaan) en nemen we een kijkje bij Loods 5. Die trendy woonwinkel valt een beetje tegen en we gaan vlug door naar de bouwmarkt om een houten schraag te kopen. De vrijdagavond hangen we lekker op de bank, en op zaterdag hebben we een vol programma.
Samen met een vriendin heeft E. een bootje. Geweldig leuk om met je eigen bootje door de wateren van Amsterdam te tuffen, maar in de winter moeten er allerlei dingen gebeuren.
Allereerst zorgen dat ie niet volregent en zinkt. Het aanbrengen van een dekzeil is lastiger dan je zou denken. Als het niet strak genoeg gespannen is, komen er plassen water te staan die uiteindelijk vaak het zeil lostrekken zodat al dat water alsnog in de boot terechtkomt.
Gewapend met onze houten schraag gaan wij dat bootje redden van de ondergang. Mijn voornaamste taak (behalve het super-idee van die schraag) is het aangeven en aanpakken van spullen, terwijl H. balancerend hoost en daarna met het zeil manoeuvreert.
Als de klus klaar is, gaan we opwarmen met koffie en chocoladetaart. En dan fietsen, met de pont naar Amsterdam-Noord, een bezoekje aan het NDSM terrein, in de IJ-hallen rondsjouwen.
We fietsen rond in de Zaanse buurt (blijkbaar het thema van het weekend) en bewonderen de gerenoveerde huizenblokken in de stijl van de Amsterdamse school. Nooit geweten dat hier zulke prachtige gebouwen staan.
We nemen een kijkje bij de Buiksloterdijk, waar H. gewoond heeft, fietsen over de Kamperfoelieweg, waar ik even gewoond heb, en als het al donker begint te worden, melden we ons bij Het Tolhuis om te gaan eten.
’s Avonds wachten Jack en Louie ongeduldig op hun eten. Of ze ook op
ons wachten?
Daar laten ze zich niet over uit,
maar aaien mag.
zondag 21 januari 2024
Cadeau
“Bedankt voor je bestelling bij de Cadeau Carroussel”, begint de mail die ik ontvang nadat ik voor de kerst-bon van m’n werk een cadeau heb uitgezocht. Ha, mocht ik nog getwijfeld hebben, nu weet ik dat de bestelling gelukt is.
Twee dagen later laat Cadeau Carroussel weten dat mijn bestelling onderweg is en kijk, dat wordt ook bevestigd door DHL, die aankondigt dat het pakje de volgende dag bezorgd zal worden.
Voor alle zekerheid sturen ze me de volgende dag nóg een mail met ook nog het verwachte bezorgmoment tussen 11.10 en 13.00
Die 11.10 u vond ik al behoorlijk precies, maar het mailtje van een dag later vertelt zelfs op de minuut af wat het bezorgmoment was, namelijk 9 januari om 11.59 u. Indrukwekkend! Alleen is er niets bezorgd.
Maar wacht, er was gewoon net iets te snel gemaild. Drie minuten later kwam de bezorger er achter dat ik niet thuis was: “Onze bezorger kon je pakket (…) om 12.02 helaas niet bij je afleveren. Het gaat naar een DHL ServicePoint in de buurt.”
Natuurlijk was er nog een zevende mail nodig om me te laten weten welk servicepunt dat werd. En in de achtste mail las ik de verrassende mededeling dat ik op woensdag 10 januari om 15.00 u. mijn pakket in handen kreeg.
In die mail vragen ze me ook vriendelijk om de service te beoordelen. Dat wordt me zo makkelijk mogelijk gemaakt: ik mag kiezen uit een aantal emoticons
vrijdag 12 januari 2024
Cinque Terre
H. trekt de grote doos uit de kast die onder een stapel spellen stond. Voorop staat een afbeelding van de fotogenieke Italiaanse Cinque Terre. We zijn er nooit geweest, maar het is een bekend plaatje. Nou ja, plaatje, zeg maar plaat. Op de doos is de foto bijna 30 x 40 cm., maar als we de puzzel gaan leggen zal hij 75 x 100 cm. zijn.
Op de foto zijn de kleurige huizen van een van de vijf dorpjes te zien, hoog tegen een rots die uit de donkere zee steekt. Een derde water, een derde rots en een derde huisjes. En dat verdeeld over 2000 stukjes.
We gaan de uitdaging aan. En wel op de grote tafel in de huiskamer.
Eerst leggen we de rand. Dan begin ik met het stukje lucht en H. met het dorp. Er zijn veel dingen waar H. beter in is, maar met puzzelen win ik. Tot laat in de avond blijf ik fanatiek doorpuzzelen, ook als hij geen zin meer heeft en naar een schaatswedstrijd gaat kijken.
Tweeduizend stukjes is veel. Dat krijg je niet in één dag in elkaar, zelfs al doe je bijna de hele druilerige, grijze zondag niets anders. Na het weekend zijn we er nog een paar avonden mee bezig en nu is het vrijdag en zijn alleen de moeilijkste stukken nog over. Het gaat steeds langzamer.
Maar ik vind dat we binnen een week al een heel eind gekomen zijn. Dat verschrikkelijke stuk zee gaat ook nog wel lukken, en het dorp hebben we al glansrijk in elkaar gepuzzeld. Mochten we ooit naar Italië gaan en Cinque Terre bezoeken, dan hebben we dít dorpje alvast helemaal in onze vingers.
vrijdag 29 december 2023
PLONS
PLONS, daar gaat weer een dikke wilgentak het water in. Eens in de drie jaar moeten onze wilgen geknot worden. In drie jaar tijd zijn sommige takken zo dik als mijn been en wel een meter of vijf, zes hoog geworden. H. zaagt eerst het bovenste deel af met een stokzaag en dan gaat hij met de kettingzaag de dikste stukken te lijf.
“Ow,” zegt H., “dat is niet zo slim – nu heb ik geen houvast meer om aan de kant terug te komen.”
Ik leg mijn gereedschap neer en loop voorzichtig langs de aflopende rand langs het water naar het buur-terras. Eerst pak ik de kettingzaag aan. De houten vlonder is nat en glibberig, merk ik als ik naar H. toe buig om hem een hand te geven. Met een grote stap zou het moeten lukken om van de boomstronk naar de kant te komen.
Maar hij wankelt en als hij even voluit op mijn hand leunt, wankel ik ook. Oeps, daar gaan we. H. helemaal en ik half in de sloot. Ik voel meteen m’n laarzen vollopen en weet niet hoe snel ik weer op de kant moet klauteren. Achter me hijst H. zich op de gladde planken. Aaaah, koud!
Lachend zompen we naar de achterdeur. Terwijl we onze drijfnatte sokken en broeken afstropen, komt de zon prompt achter een wolk vandaan. Mooie timing. Met een vieze, natte bundel kleren hol ik naar boven om de boel meteen in de wasmachine te gooien.
Een kwartier later staan we weer buiten met droge kleren aan. Het gevaarlijkste werk is gedaan. Nu nog de hele bende opruimen. We zagen en knippen tot ik m’n rug voel. Dan heb ik er genoeg van. Morgen verder? Nou nee, H. gaat nog even door. Ook als het weer eens flink begint te regenen. Hij komt pas binnen als het al donker begint te worden.
Ik maak een foto van onze kale knotwilgen. Wat hebben we veel gedaan vandaag! Morgen het laatste restje en dan is deze klus klaar voor het einde van het jaar. Goed gedaan, toch!
zaterdag 23 december 2023
Hout
We zijn op een eindejaarsfeestje in een houtbewerkingsplaats. Langs de muur staan platen hout en stapels planken. Het ruikt lekker.
Hij vraagt of dat is omdat het van die mooie nerven heeft en ik moet er even over nadenken.
“Ik vind het gewoon fijn, natuurlijk materiaal,” zeg ik, en: “Mijn vader was timmerman.”
“Was je veel in zijn werkplaats dan, als kind om hem te helpen of zo? ”
Nou nee. Een eigen werkplaats had mijn vader nooit. Hij werkte voor de gemeente Amsterdam in een wijk met huurhuizen, waar hij bijvoorbeeld deuren en raamkozijnen moest vervangen. Hij hield niet echt van dat werk. Maar thuis, in de schuur, maakte hij soms mooie dingen. Kistjes met een schuifdeksel, een Barbiekast voor zijn kleindochter
Ik glimlach bij het idee dat ik mijn vader in zijn werkplaats zou hebben geholpen. Hij was een ouderwetse vakman die het ondenkbaar vond dat een meisje of vrouw ooit een zaag of een boor zou willen hanteren. Jammer, ik had best het een en ander van hem willen leren. In zijn oude werkboeken van de ambachtsschool heb ik de tekeningen gezien die hij daar maakte van zwaluwstaartverbindingen en andere kunstwerkjes. Als ik met pensioen ben, wil ik die gemiste kans gaan inhalen. Het lijkt me echt leuk om een cursus houtbewerking te doen.
Dat alles denk ik, maar zeg ik niet hardop tegen mijn feestgenoot. Die zegt intussen dat hij altijd zo geïntrigeerd is door de jaarringen van een boom. Dat snap ik, en we zijn het erover eens dat sommige houtsoorten een prachtige tekening hebben. En dan ruikt het ook nog eens lekker.
Ja, het is een inspirerende plek voor een feestje, zo’n houtbewerkingsplaats.
Cello’s in het stadhuis van Arnhem
We zetten de auto in parkeergarage Musis en dan wandelen we op ons gemak naar het stadhuis van Arnhem. We zijn zó vroeg, dat we nog een rond...
-
Er ligt een klein, hemelsblauw eitje in de tuin. Helemaal gaaf ligt het op een onbegroeid stukje grond. Mijn eerste opwelling is, het op e...
-
Het is ongeveer 10 kilometer fietsen naar Sanguin en voor alle zekerheid doe ik een regenjas aan. Als ik er bijna ben, begint het zachtjes...
-
Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nem...






