De bel gaat. Door het keukenraam zie ik een jongen voor de deur staan en ik neem aan dat hij met een kaartje van een of ander bezorgbedrijf in z’n hand wacht tot hij mij plichtmatig een gelukkig nieuwjaar kan wensen. Ik hoef niet naar m’n portemonnee te zoeken want in de meterkast liggen wat losse euro’s voor wensende bezorgers.
Maar deze jongen heeft geen nieuwjaarswens. Hij heeft oliebollen te koop. Netjes stelt hij zich voor, zegt dat hij op het Dominicus College zit en dat ze voor een project naar China willen gaan. Daarom zamelen ze nu met een oliebollenverkoop geld in voor ‘de goede doelen in China’.
Eh… de goede doelen in China?
Ik denk een heleboel dingen tegelijk.
Bijvoorbeeld dat het zo’n onzin is dat middelbare scholieren voor een project naar China moeten. Realiseert de school zich niet dat je in deze tijd beter terughoudend kunt zijn met vliegen en dat je met zo’n project een ander signaal afgeeft?
En dat China me nu niet het meest voor de hand liggende land lijkt om geld voor op te halen.
Maar ook dat mijn eigen zoon dolgraag naar Japan gegaan zou zijn toen hij op het Dominicus College zat (daar was toen een uitwisseling mee).
En dat deze jonge zo keurig en beleefd is.
Daarom vraag ik hem niet kritisch wat die goede doelen dan wel zijn, maar vertel gewoon de waarheid:
‘We zijn uitgenodigd op een oliebollenparty en daar hoeven geen extra oliebollen meer bij.’
‘Maar ze blijven wel drie dagen goed, hoor,’ probeert hij nog.
Ik schud vriendelijk mijn hoofd: ‘We kunnen echt geen oliebollen gebruiken.’ En ik wens hem nog succes verder.
Hij groet netjes en loopt naar het buurhuis om het daar te proberen. Ach, je gunt zo’n vriendelijke jongen toch een mooi project in China. Maar je gunt hem ook dat de wereld over dertig jaar nog een beetje leefbaar is. Misschien had ik hem dát gewoon moeten vertellen.
zondag 30 december 2018
zaterdag 22 december 2018
Loketten
“U had een afspraak om kwart voor elf. Maar het is nu
kwart óver elf. Dat is te laat!” zegt de dame achter de balie streng tegen de
donkere jongeman die vóór ons aan de beurt is.
N. kijkt me ongelovig aan. Gaan ze hem wegsturen?
Het verschil tussen kwart vóór en kwart óver is niet
makkelijk als je de taal niet goed spreekt. Net als andere tijdsaanduidingen. Daar
zijn wij zelf ook een paar keer tegenaan gelopen. Dan kwam ik om half 11 aan de
deur en had zij begrepen dat dat half 12 zou zijn.
Gelukkig is de man die óók achter de balie zit minder
streng. Hij laat de jongeman door en belt ‘naar achteren’ dat er nu iemand met
een petje aan komt “zonder afspraak”.
We zijn bij de IND (Immigratie en Naturalisatie dienst) in
Den Bosch om het nieuwe identiteitsbewijs voor N. te halen. Beiden moeten we ons aan de balie
identificeren, maar zij komt juist omdat ze geen ID heeft. Ze moet het proces
verbaal laten zien dat bewijst dat haar tas gestolen is. Dan mogen we door.
Achter de glazen deur is een ruimte met negen genummerde
loketten, maar we moeten eerst naar een centrale balie om een nummertje te
halen. Op een groot scherm verschijnt al vrij snel dat nummer met daaronder het
nummer van het loket waar N. zich moet melden. Maar voordat ze het plastic
pasje in ontvangst mag nemen, moet er eerst betaald worden, aan weer een ander
loket.
132 euro kost het pasje, waar ze tien weken op heeft
moeten wachten en waarvoor we vandaag (om 11.20 u) helemaal naar Den Bosch
moeten. Als N. het in haar hand heeft, zegt ze tegen me dat ze het thuis gaat bewaren
en dat ze het nooit meer in haar tas mee zal nemen.
Voordat we weer terug rijden, ga ik even naar het toilet.
Aan de binnenkant van de deur zit een sticker met pictogrammen die duidelijk
maken dat het niet de bedoeling is om gehurkt op de rand van de wc plaats te
nemen om te plassen. Een plaatje daarnaast betekent blijkbaar dat wc-papier
hier gewoon ín de toiletpot mag. Maar wat mij betreft lijkt de boodschap te
zijn: “gooi die rol er maar in.” Ik grinnik.
N. is in gesprek geraakt met een wachtende man. Als ze me
terug ziet komen, groet ze hem vriendelijk en pakt haar tas. We lopen langs de
andere wachtenden, door de glazen deur, langs de balie bij de ingang waar de
strenge dame inmiddels verdwenen is. Dan rijden we door de stromende regen
terug naar Beuningen. “Ik houd van regen”, zegt N., “en ik hou van Beuningen.”
Ze is blij dat ze weer een ID heeft. Dan kan ze tenminste over twee weken weer
een examen gaan doen. Nu nog even goed oefenen!
vrijdag 14 december 2018
Interview over Europese vrouwen
Het is koud, maar als ik op Amsterdam Centraal uit de trein stap, schijnt de zon. Mijn interview-afspraak in Amsterdam Noord is pas over een uurtje en ik besluit een OV fiets te huren. Lang geleden dat ik dat deed.
Vanaf de pont over het IJ is het nog geen twee kilometer fietsen. Ik moet even zoeken naar het goede huisnummer en sta een tijdje te worstelen met het slot van de blauw-gele fiets. Dan bel ik een kwartier te vroeg aan.
Het is een knus huisje waar M. woont. Ze biedt me koffie aan die ze even ‘aan de overkant’ moet gaan halen, zodat ik een minuut of tien alleen in haar kamer ben. Nieuwsgierig bekijk ik de titels in de open boekenkast en zie dat ze, net als ik, een allesvreter is. Van Harry Mulisch tot Sofie Kinsella.
Als we met elk een grote, kartonnen beker koffie aan tafel gaan zitten, zijn we al meteen in gesprek.
Over mijn werk en dan over haar website.
Wacht. Nu moet ik meteen de opname aanzetten, anders moet M. straks alles voor de tweede keer vertellen en daar wordt een audio-interview meestal niet beter van.
Ik kom met haar praten over haar website womenofeurope.eu. Daar verzamelt ze verhalen van gewone vrouwen uit Europese hoofdsteden met daarbij mooie fotoportretten. Zeven willekeurige vrouwen uit elke hoofdstad van Europa, is de bedoeling. M. heeft nu zeven steden gehad, dus ze kan nog even vooruit.
Het is een leuk gesprek. De site is een persoonlijk project van M., die werkt als freelance journaliste. Ze vindt het leuk dat in dit interview met haar andere vragen gesteld worden dan meestal. Ik vraag haar om beschrijvingen te geven van de foto’s op de website, die we nu samen bekijken.
Als ik het opnameapparaat heb uitgezet, blijven we nog een tijdje doorpraten. ‘Leuk werk hebben we allebei,’ concluderen we na een tijdje. Dan beloof ik haar een presentexemplaar van de cd waar het interview op komt en we nemen afscheid.
Opgewekt stap ik weer op de fiets en onderweg naar huis bedenk ik weer eens dat het toch wel bijzonder is dat zo’n gezellige ontmoeting met iemand in Amsterdam gewoon als werk telt.
Leuke baan toch!
Vanaf de pont over het IJ is het nog geen twee kilometer fietsen. Ik moet even zoeken naar het goede huisnummer en sta een tijdje te worstelen met het slot van de blauw-gele fiets. Dan bel ik een kwartier te vroeg aan.
Het is een knus huisje waar M. woont. Ze biedt me koffie aan die ze even ‘aan de overkant’ moet gaan halen, zodat ik een minuut of tien alleen in haar kamer ben. Nieuwsgierig bekijk ik de titels in de open boekenkast en zie dat ze, net als ik, een allesvreter is. Van Harry Mulisch tot Sofie Kinsella.
Als we met elk een grote, kartonnen beker koffie aan tafel gaan zitten, zijn we al meteen in gesprek.
Over mijn werk en dan over haar website.
Wacht. Nu moet ik meteen de opname aanzetten, anders moet M. straks alles voor de tweede keer vertellen en daar wordt een audio-interview meestal niet beter van.
Ik kom met haar praten over haar website womenofeurope.eu. Daar verzamelt ze verhalen van gewone vrouwen uit Europese hoofdsteden met daarbij mooie fotoportretten. Zeven willekeurige vrouwen uit elke hoofdstad van Europa, is de bedoeling. M. heeft nu zeven steden gehad, dus ze kan nog even vooruit.
Het is een leuk gesprek. De site is een persoonlijk project van M., die werkt als freelance journaliste. Ze vindt het leuk dat in dit interview met haar andere vragen gesteld worden dan meestal. Ik vraag haar om beschrijvingen te geven van de foto’s op de website, die we nu samen bekijken.
Als ik het opnameapparaat heb uitgezet, blijven we nog een tijdje doorpraten. ‘Leuk werk hebben we allebei,’ concluderen we na een tijdje. Dan beloof ik haar een presentexemplaar van de cd waar het interview op komt en we nemen afscheid.
Opgewekt stap ik weer op de fiets en onderweg naar huis bedenk ik weer eens dat het toch wel bijzonder is dat zo’n gezellige ontmoeting met iemand in Amsterdam gewoon als werk telt.
Leuke baan toch!
vrijdag 7 december 2018
Koffie op doktersadvies
Het regent en waait, maar ik heb mezelf beloofd om op de fiets te gaan vanmorgen. Je moet je conditie toch ook in de donkere maanden een beetje op peil houden. Dus ik trek een regenpak aan en fiets naar de bloedbank in Nijmegen.
Na een kilometer kom ik een omleiding tegen. Vaak kun je dan met de fiets nog wel ergens tussendoor kruipen, maar als ik dat sta te overwegen, lees ik onder aan het bord: “Geldt ook voor – en dan een plaatje van een fietser en een voetganger.”
Oké. Een kilometertje extra dan.
In Nijmegen loopt de weg omhoog en ik bedenk tevreden dat dat terug dus lekker omlaag is.
Mijn regenpak is van binnen beslagen als ik het uittrek en aan de kapstok hang bij Sanquin.
Ik vul de gebruikelijke vragenlijst in, krijg het gebruikelijke vervelende vingerprikje en m’n ijzergehalte is weer eens op het nippertje hoog genoeg.
“Je bloeddruk is een beetje aan de lage kant. Drink je koffie? Dan raadt ik je aan tijdens de donatie een kop koffie te drinken.”
Ik moet lachen: “Dat is dan de eerste keer van m’n leven dat ik op doktersadvies koffie drink.”
Terwijl ik naast het apparaat vol slangen op een ligbed plaatsneem, krijg ik een cappucino aangereikt. En een broodje kaas. Alles voor de goedgeefse donor.
Een uur later maak ik m’n fiets los. Het regent niet meer en de weg loopt het eerste stuk omlaag. Maar halverwege moet het regenpak toch weer aan en heb ik de vlagerige wind veel meer tegen dan ik had verwacht. Ik denk aan het bordje dat ik een keer bij de bloedbank las: “zware lichamelijke inspanning tijdens de eerste 24 uur na de bloeddonatie wordt afgeraden.”
In een lage versnelling ga ik langzaam tegen de wind in. Het duurt een tijd voordat ik de schuurdeur van het slot draai en hijgend m’n fiets naar binnen duw.
Zo, dat is ook weer gedaan. De laatste bloeddonatie van dit jaar. En nu wordt het tijd om de kerstboom te gaan versieren.
Na een kilometer kom ik een omleiding tegen. Vaak kun je dan met de fiets nog wel ergens tussendoor kruipen, maar als ik dat sta te overwegen, lees ik onder aan het bord: “Geldt ook voor – en dan een plaatje van een fietser en een voetganger.”
Oké. Een kilometertje extra dan.
In Nijmegen loopt de weg omhoog en ik bedenk tevreden dat dat terug dus lekker omlaag is.
Mijn regenpak is van binnen beslagen als ik het uittrek en aan de kapstok hang bij Sanquin.
Ik vul de gebruikelijke vragenlijst in, krijg het gebruikelijke vervelende vingerprikje en m’n ijzergehalte is weer eens op het nippertje hoog genoeg.
“Je bloeddruk is een beetje aan de lage kant. Drink je koffie? Dan raadt ik je aan tijdens de donatie een kop koffie te drinken.”
Ik moet lachen: “Dat is dan de eerste keer van m’n leven dat ik op doktersadvies koffie drink.”
Terwijl ik naast het apparaat vol slangen op een ligbed plaatsneem, krijg ik een cappucino aangereikt. En een broodje kaas. Alles voor de goedgeefse donor.
Een uur later maak ik m’n fiets los. Het regent niet meer en de weg loopt het eerste stuk omlaag. Maar halverwege moet het regenpak toch weer aan en heb ik de vlagerige wind veel meer tegen dan ik had verwacht. Ik denk aan het bordje dat ik een keer bij de bloedbank las: “zware lichamelijke inspanning tijdens de eerste 24 uur na de bloeddonatie wordt afgeraden.”
In een lage versnelling ga ik langzaam tegen de wind in. Het duurt een tijd voordat ik de schuurdeur van het slot draai en hijgend m’n fiets naar binnen duw.
Zo, dat is ook weer gedaan. De laatste bloeddonatie van dit jaar. En nu wordt het tijd om de kerstboom te gaan versieren.
maandag 26 november 2018
"Ik krijg een nieuwe trui en jij niet!"
Als ik de bollen roze-lila-witte wol zie liggen, weet ik meteen dat ik daar een vestje van wil breien voor D. Net als veel Nederlandse kleine meisjes, houdt het Syrische kleine meisje van roze. Ik zoek op internet een patroon en met een paar dikke pennen heb ik best snel een groot deel van het vest klaar.
Op een woensdag, als ik taalles kom geven, neem ik het breiwerk mee om te passen of de mouwen lang genoeg zijn. Als D. uit school komt, haal ik een provisorisch in elkaar gezet vest met één mouw uit een tasje en vraag haar of ze het wil passen. Blij verrast bewondert ze de kleuren en laat zich het rommelige breiwerk aanpassen. Ik vertel haar dat de andere mouw nog niet klaar is en zie ook dat deze ene nog een beetje langer moet. Dan gaat het breiwerk weer in de tas.
Als haar moeder uit de keuken komt met koffie, trekt D. het vest weer uit de tas om het aan mama te laten zien en als een uur later haar broertje binnen komt stormen, moet het wéér even aan.
“Ik krijg een nieuwe trui en jij niet!” roept ze triomfantelijk.
“Nóg niet,” zeg ik, en tegen haar broer: “Als je wilt, maak ik er voor jou ook één. Met een andere kleur.”
“Ja, blauw!” roept hij enthousiast,
“Of rood…. nee, toch blauw.”
“Rood, wit en blauw, als de vlag van Nederland,” stelt zijn moeder lachend voor. “A. hou van de vlag van Nederland.”
Ik stop het driekwart vest van D. weer weg en neem me voor om komend weekend eens te gaan kijken naar blauwe wol. Een blauwe trui met rood-wit-blauwe randjes misschien? Maar eerst dit project afmaken.
In de loop van de week brei ik de tweede mouw af, zet alles in elkaar en scoor een rijtje roze knopen. Helemaal klaar. Ik verheug me erop om het woensdag aan D. te geven. Leuk.
Op een woensdag, als ik taalles kom geven, neem ik het breiwerk mee om te passen of de mouwen lang genoeg zijn. Als D. uit school komt, haal ik een provisorisch in elkaar gezet vest met één mouw uit een tasje en vraag haar of ze het wil passen. Blij verrast bewondert ze de kleuren en laat zich het rommelige breiwerk aanpassen. Ik vertel haar dat de andere mouw nog niet klaar is en zie ook dat deze ene nog een beetje langer moet. Dan gaat het breiwerk weer in de tas.
Als haar moeder uit de keuken komt met koffie, trekt D. het vest weer uit de tas om het aan mama te laten zien en als een uur later haar broertje binnen komt stormen, moet het wéér even aan.
“Ik krijg een nieuwe trui en jij niet!” roept ze triomfantelijk.
“Nóg niet,” zeg ik, en tegen haar broer: “Als je wilt, maak ik er voor jou ook één. Met een andere kleur.”
“Ja, blauw!” roept hij enthousiast,
“Of rood…. nee, toch blauw.”
“Rood, wit en blauw, als de vlag van Nederland,” stelt zijn moeder lachend voor. “A. hou van de vlag van Nederland.”
Ik stop het driekwart vest van D. weer weg en neem me voor om komend weekend eens te gaan kijken naar blauwe wol. Een blauwe trui met rood-wit-blauwe randjes misschien? Maar eerst dit project afmaken.
In de loop van de week brei ik de tweede mouw af, zet alles in elkaar en scoor een rijtje roze knopen. Helemaal klaar. Ik verheug me erop om het woensdag aan D. te geven. Leuk.
zondag 18 november 2018
De geur van verkoolde bamischijven
Mijn zoon heeft z’n lunch laten aanbranden in de
combi-magnetron. Ik heb hem nog gewaarschuwd dat ik een brandlucht rook en daar
hebben we dan ook later ruzie over gemaakt, maar voordat iemand doorhad hoe ernstig
de boel aanbrandde, was het te laat.
Het was jammer van de twee pikzwarte bamischijven, maar
erger was, dat bij het openen van de magnetron de kamer ineens blauw zag en dat
de brandlucht niet te harden was. Gelukkig was het een zonnige dag en we zetten
een paar uur lang de achterdeur en het keukenraam tegen elkaar open. Daarmee
waaide de ergste rook er weliswaar uit, maar het bleef stinken.
De hele nacht ging de afzuigkap aan maar toen ik ’s morgens de
kamerdeur opende, kwam de brandlucht me tegemoet. Ik ging op internet op zoek
naar middelen om van die geur af te komen en vond het een en ander aan
huismiddeltjes. IJverig ging ik aan de slag om de meest geloofwaardige trucs
uit te proberen.
Een kommetje azijn neerzetten
Heet water met allesreiniger en citroen neerzetten
Koffie opkoken
Kaarsen branden
De plek des onheils (magnetron) goed schoonboenen.
Zelf bedacht ik er nog een rozemarijn-geurbrander bij: op een fonduebrandertje zette ik boven een brandend waxinelichtje een kommetje water met rozemarijntakjes.
Heet water met allesreiniger en citroen neerzetten
Koffie opkoken
Kaarsen branden
De plek des onheils (magnetron) goed schoonboenen.
Zelf bedacht ik er nog een rozemarijn-geurbrander bij: op een fonduebrandertje zette ik boven een brandend waxinelichtje een kommetje water met rozemarijntakjes.
Conclusie:
Dat kommetje azijn sloeg nergens op (je moet het misschien eigenlijk verhitten, maar op een doordringende azijnlucht zit ook niemand echt te wachten)
De koffie die ik in de magnetron opkookte, ging over de rand, zodat ik de magnetron, die ik al drie keer van binnen had gepoetst, voor de vierde keer moest schoonmaken. Die is nu schoner dan ooit, maar de brandlucht is er na een week nog steeds niet uit verdwenen.
Het branden van kaarsen en waxinelichtjes helpt tijdelijk. Zijn ze uit, dan keert de brandlucht terug, maar die wordt wel met de tijd wat minder heftig.
Ook het hete water met citroen en allesreiniger en de rozemarijn verdrijven de brandlucht alleen zolang ze zelf staan te geuren. Koelt het water af dan wordt het effect minder.
Dat kommetje azijn sloeg nergens op (je moet het misschien eigenlijk verhitten, maar op een doordringende azijnlucht zit ook niemand echt te wachten)
De koffie die ik in de magnetron opkookte, ging over de rand, zodat ik de magnetron, die ik al drie keer van binnen had gepoetst, voor de vierde keer moest schoonmaken. Die is nu schoner dan ooit, maar de brandlucht is er na een week nog steeds niet uit verdwenen.
Het branden van kaarsen en waxinelichtjes helpt tijdelijk. Zijn ze uit, dan keert de brandlucht terug, maar die wordt wel met de tijd wat minder heftig.
Ook het hete water met citroen en allesreiniger en de rozemarijn verdrijven de brandlucht alleen zolang ze zelf staan te geuren. Koelt het water af dan wordt het effect minder.
De beste remedie is uiteindelijk gewoon de tijd. Na een week
is de geur voor het grootste deel uit de kamer weggetrokken. Alleen de
magnetron, hoe blinkend ook, stinkt nog steeds als je hem opendoet. En de twee andere bamischijven die nog uit het 4-pack over zijn, blijven voorlopig in de vriezer
liggen: niemand heeft er trek in.
dinsdag 13 november 2018
Laptop te koop

Een maand geleden raakte mijn Syrische vriendin N. haar tas kwijt met daarin een portemonnee vol geld. (zie mijn eerdere blogpost) In die portemonnee zat ook haar identiteitsbewijs. Toen ze naar het gemeentehuis ging om een nieuwe ID te regelen, werd ze doorverwezen naar de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND). Maar eerst moest ze weer terug naar de politie om een proces verbaal op te laten maken.
Het proces-verbaal moest met aanvullende informatie naar de IND gestuurd worden en een paar dagen later lag er een brief op de mat met de mededeling dat vóór 14 december besloten zou worden of ze in aanmerking kwam voor een nieuw identiteitsbewijs. Dat betekende dat ze op 23 november niet de 2 geplande taal-examens kan doen; daar heeft ze een ID voor nodig.
Vorige week is een brief gekomen van het IND dat er binnenkort een brief zal komen waarin staat wanneer het ID kan worden afgehaald in Eindhoven. Kosten: €132.
Maar intussen komen er aanmaningen binnen omdat er automatische incasso’s mislukken wegens te weinig geld op de rekening. Als je weinig te besteden hebt, laat je een aderlating van honderden euro’s zomaar niet achter je.
H. vraagt of ik wil helpen met het verkopen van een laptop. Deze is in juni aangeschaft zodat N. online oefenexamens kan maken. Maar ze is niet handig met computers en heeft het tot nu toe niet aangedurfd om de laptop in gebruik te nemen. Helemaal nieuw zit ie dus nog in de doos. Een PEAQ, het huismerk van de Mediamarkt.
Ze hebben er 400 euro voor betaald. Weet iemand iemand die geïnteresseerd is in een nieuwe PEAQ laptop (15.6”) voor 200 euro? Dan leg ik die andere 200 er stiekem bij. Specificaties bij mij op te vragen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht
Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na e...
-
Er ligt een klein, hemelsblauw eitje in de tuin. Helemaal gaaf ligt het op een onbegroeid stukje grond. Mijn eerste opwelling is, het op e...
-
Het is ongeveer 10 kilometer fietsen naar Sanguin en voor alle zekerheid doe ik een regenjas aan. Als ik er bijna ben, begint het zachtjes...
-
Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nem...





