donderdag 18 augustus 2022

38. IJsje aan de Zaan

We zijn een dagje in Amsterdam bij E. en we brengen meteen een bezoekje aan m’n zwager, die sinds kort in een verzorgingshuis in Wormerveer woont. We vinden hem niet in de woonkamer, maar in de gang vlak bij zijn kamer. Niet te missen dat het zijn kamer is, want bij elke deur is een fotootje van de bewoner geplakt. Handig.

‘Ga je met ons mee een ijsje eten?’ vragen we.
B. lacht vriendelijk en zegt dat hij dat best vindt. Omdat het een zonnige, warme dag is, lijkt het ons verstandig dat hij een pet opzet. Op zijn voorhoofd zit een groot, wit litteken waar jaren geleden een plek met huidkanker is weggehaald. Zo voorzichtig als hij lange tijd was met zon op z’n hoofd, zo zorgeloos is hij er tegenwoordig over.

‘Die pet is kapot, die zet ik niet op,’ zegt hij als we op zijn kamer een blauwe pet vinden. Een tweede, identieke pet wordt ook afgekeurd, die zit niet prettig. We stoppen hem voor alle zekerheid toch maar in een tasje en gaan op pad. Met de auto rijden we tot vlakbij een plek aan de Zaan waar je ijsjes en koffie kunt halen. Als we uitstappen, staan we vlak voor een kledingzaak. Misschien hebben ze daar wel petten.

Met z’n vieren lopen we naar binnen. H., zijn broer, onze dochter en ik. Ik vraag of ze petten hebben en H. ziet achterin de winkel een paar vissershoedjes liggen. Er is nog precies één pet. Samen met een hoedje houdt H. die omhoog. Welke wil je? Zo’n hoedje? Mijn zwager kijkt afkeurend naar het vissershoedje: ‘Zo’n ding hoef ik niet hoor.’ De pet wil hij wel passen, en kijk, die zit precies goed.

'Hemels ijs' in de Zaanbocht
Op een bank in de schaduw van een grote boom eten we een ijsje. We zitten in een wijde bocht van de Zaan waar allerlei bootjes rondvaren. Vlak voor ons legt een flinke boot aan met veel gelakt hout. ‘Zo’n boot hadden we vroeger ook,’ zegt m’n zwager. Een windvlaag voert de geur mee van een cacaofabriek in de buurt. H. wijst waar de fabriek moet staan, achter de bomen.

Zijn broer wijst ook. ‘Daar aan de overkant. Precies daar. Daar was het.’ En even later nog een keer: ‘Daar bij die bomen, aan de overkant, daar hebben we ….” Hij loopt vast. “Daar hebben we ook nog gezeten,” zegt hij tenslotte. Ik knik maar: “Dat is een mooi plekje.”

Na een uurtje brengen we hem terug. Tegelijk met mijn schoonzus komen we bij het verzorgingshuis aan, waar we nog even op het terras gaan zitten. Zij verbaast zich over hoe helder haar man vandaag is en vindt het erg gezellig dat E. ook is meegekomen. Die belooft spontaan dat ze binnenkort nog wel eens op de koffie komt; het is eigenlijk vlakbij. Dan wordt het tijd om op te stappen.

Mijn schoonzus loopt even mee naar de deur. “Tot ziens!” We zwaaien naar zwager B., die op het terras blijft zitten, zijn nieuwe pet stevig op z’n hoofd.


zondag 7 augustus 2022

Concert Radio Kootwijk 2 (East meets West)

Om half acht gaat de deur open en zonder duwen en dringen wandelt het verzamelde publiek naar binnen. Over een smalle trap met art deco- tegeltjes en leuningen naar boven en daar de ruime, hoge zaal in. Er zijn twee vlakken met rijen stoelen. De voorste gewoon op de vloer, de achterste oplopend naar boven. Wij lopen helemaal door om een plekje op de voorste rij te kiezen.

Een paar meter links voor ons is de verhoging voor de dirigent, rechts daarvan de stoelen voor de cellisten. Ertussen staat een batterij aan percussie-instrumenten, prachtig versierde djembeh-achtige trommels, een grote, platte trom, trossen belletjes, allemaal voor en rond één stoel. Een jongeman met een lange, zwarte baard neemt plaats op die stoel. Om hem heen komen de andere orkestleden op. Allemaal jong en netjes in het zwart. Instrumenten worden uitgepakt, neergezet en even later klinkt de A van de hobo, overgenomen door de eerste viool. Er wordt gestemd.

Vóór het orkest loopt een trap naar beneden, naar de ruimte waar de orkestleden zich hebben voorbereid en waar vandaan nu de dirigent naar boven komt. Een kleine man in een blauw pak: Tom Cohen. Energiek klimt hij op de verhoging, draait zich om naar het publiek en neemt met een kleine buiging het applaus in ontvangst.

Tom Cohen blijkt een levendige, enthousiaste dirigent te zijn die tussen de verschillende nummers door (in Engels met een zwaar Israëlisch accent) interessante informatie geeft. Hij vertelt uit de losse pols, geestig en ernstig tegelijk; het gaat over internationale verbinding. Waar tussen verschillende landen politiek allerlei blokkades zijn, verbindt de muziek.

Meteen het eerste nummer is een dans, met Arabische klanken, vrolijk en ritmisch. Het is leuk om te zien hoe de baardige percussionist vlak voor ons verschillende instrumenten afwisselt en met snelle, soepele handen roffelt, slaat, tikt en strijkt. Eén van de cellisten speelt niet alleen met zijn armen en handen, maar ook met z’n wenkbrauwen. Tom Cohen staat af en toe letterlijk te dansen terwijl hij dirigeert.

Er zijn solo’s met de ud, de tar en de duduk, oude instrumenten uit de Oosterse wereld. Bij de laatste solist vertelt de dirigent geëmotioneerd dat dít de enige plaats is waar een musicus uit Iran kan en mag spelen samen met een dirigent uit Israel. Er zijn jazzy solo’s met blazers, een piano, een gitaar. Tussendoor is er een prijsuitreiking door Freek en Hella de Jonge voor een talentvolle jonge musicus. De toespraak is in het Nederlands. Naast ons zitten de Spaanse ouders van een orkestlid aan wie H. vertelt wat er gezegd is.

Als het concert is afgelopen, is het tegen elven. Het eindigde met een lange toegift na een staande ovatie. ‘East meets West’ heette het concert en ja, het voelde als een ontmoeting. Een muzikale ontmoeting die nog een tijd blijft doorzingen in je hoofd.

Concert Radio Kootwijk 1


We hebben een nieuwe Tomtom. De oude begaf het en H. wilde niet overstappen naar mevrouw Google maar bestelde een nieuw Tomtom. In het rijtje keuzemogelijkheden voor de stem staat onze eigen vertrouwde Bram, dus die kiezen we weer. Hij klinkt een beetje anders. Iets hoger, lijkt het. En tussen sommige woorden is een pauzetje van een nanoseconde ingelast, waardoor het net iets robot-achtiger klinkt dan vroeger. Raar. Maar ach, het zal wel wennen.

Kort voordat we vertrekken naar een concert bij Radio Kootwijk, checkt H. nog even de afstand en de tijd. We blijken een kwartier extra rijtijd te hebben omdat de A50 is afgesloten. Oeps, heel snel iets eten dan maar en op weg. Radio Kootwijk is een bijzondere locatie. Je rijdt er niet gewoon naartoe, maar bij het kaartje voor het concert bestel je meteen een rit met de pendelbus vanaf carpoolplaats Apeldoorn-Agrifirm. We hadden gepland om met de bus van kwart voor zeven mee te gaan en H. rijdt stevig door om dat te halen.

We zijn op tijd, maar het parkeerterrein is vol. Geagiteerd maakt H. een rondje om alle auto’s en wil het terrein af rijden, maar ik heb gezien dat achteraan een doorgang is naar een stuk grasland waar ook geparkeerd kan worden. H. gelooft me niet, maar na enig aandringen doet hij tóch een tweede rondje en er blijkt een zee van ruimte te zijn.

De pendelbus staat al klaar, twee dames in gele ‘NJO Muziekzomer’ shirts controleren de kaartjes - zonder apparatuur. Het is zo’n schoolreisjesbus met hoge stoelen aan weerszijden van een smal middenpad. De passagiers zijn gemiddeld minstens twee keer zo oud als de jonge musici waar we straks naar gaan luisteren. Pas als de bus vol zit, vertrekken we, langs een stukje snelweg terug en dan het bos in.

Langs smalle weggetjes met hoge verkeersdrempels rijden we, door het dorpje Radio Kootwijk en verder naar het hoge, betonnen art-deco gebouw van het voormalige zendstation. Het staat midden in een natuurgebied op de Veluwe, omringd door zand en heidestruikjes. Een grote, vierkante vijver weerspiegelt het gebouw en de door de avondzon geel-oranje gekleurde lucht. Mooie plek. Hier binnen gaan we luisteren naar het Jong Metropole. Het zal een concert worden waarin westerse en Arabische muziek samenkomen.

Maar eerst lopen we een rondje om het gebouw en sluiten we achteraan de brede rij om te wachten tot de deur open gaat.

Concert Radio Kootwijk 2

zondag 31 juli 2022

Dagje dierentuin

 ‘Morgen om kwart voor tien staan we bij jullie voor de deur’  
Dat appte ik zaterdag naar mijn vriendin N. We hebben afgesproken dat we samen naar Burgers Zoo in Arnhem gaan. Nu haar man zijn rijbewijs heeft gehaald en een goedkoop autootje op de kop heeft getikt, kunnen we dit doen. Ze passen met hun vier kinderen maar net – of eigenlijk net níet – in die auto. Dus mogen de meiden met ons mee.

Nog vóór half tien krijg ik zondagmorgen een berichtje: ‘Goedemorgen, we zijn er klaar voor’  En jawel, als we om kwart voor tien hun straat indraaien, staan de kinderen met z’n allen buiten bij de voordeur op ons te wachten. Volgens N. staan ze er al minstens een half uur.

veel kleurige vissen in 'Ocean' bij Burgers bush

Wij rijden voorop naar Arnhem. Een half uur later parkeren we en wandelen naar de ingang, waar H. op zijn telefoon negen reserveringen laat aflezen. Negen piepjes en we zijn binnen. Behalve de oudste zoon zijn ze nog nooit in een dierentuin geweest. Wat is het groot! Wat is het mooi!

Langs de pinguïns lopen we door de bush, naar de oceaan. Daar loopt iedereen te wijzen en vol verbazing te kijken naar de gekleurde vissen, die aan alle kanten om ons heen zijn. Aan het eind zwemmen ze zelfs boven onze hoofden. Een bijzonder gezicht.

Al voor twaalf uur komen de lekkere hapjes tevoorschijn. N. heeft van alles klaargemaakt en in afsluitbare dozen meegenomen. Platbrood met za’atar, kleine pizza-achtige broodjes, snoeptomaatjes, komkommertjes, Arabische koekjes. Het lukt H., die nooit luncht, niet om helemaal niets aan te nemen. Ik laat de zak krentenbollen in mijn eigen tas voor wat ie is en doe de baksels van N. eer aan. Lekker.

Na de woestijn en de safari zoeken we de grote speeltuin op. Daar staat de man van N. erop ons op koffie te trakteren. De kinderen klimmen rond in het bouwwerk vol trappetjes en glijbanen en komen dan friet eten, want de dozen proviand van N. weerhouden ze er niet van om patat te kopen.

Voor de jongste (bijna 2) is het intussen een beetje genoeg geweest. Hij wil niet in de wandelwagen, niet lopen, alleen maar bij mama. Als we in de vlindertuin lopen, is ie boos omdat de vlinders niet op zijn hand willen komen, weer buiten is ie boos omdat we weer naar buiten gaan en verderop is ie boos omdat ie gewoon heel moe is. Om een uur of vier is het echt genoeg geweest en zoeken we de auto’s weer op.

Twee tevreden meisjes zitten bij ons in de auto terug. We zetten de familie thuis af en slaan de uitnodiging af om nog mee naar binnen te komen om koffie te drinken. Na een hele dag dierentuin hebben we nu zin om lekker naar huis te gaan. Maar wat was het een goed idee om samen een dag op stap te gaan. We hebben ervan genoten.

zondag 24 juli 2022

Mijn pakje is niet aangenomen

Zaterdag komt E. een dagje naar ons toe. ’s Morgens wil ze eerst nog dit of dat, en daarna rijdt ze weg, dus ze zal er aan het begin van de middag zijn. Gezellig. Ik bedenk dat ik samen met haar naar de stoffenhal kan gaan. E. heeft in Amsterdam een bootje en ik heb beloofd om kussens voor de bankjes te maken. Daar kunnen we dan stof voor uitzoeken.

’s Morgens kan ik dan eerst even naar de juwelier om mijn kapotte horlogebandje te laten fixen. H. weet niets van mijn plannen en vertelt dat hij vandaag naar Duitsland wil om ‘doppelter klarer’ te halen, dan kunnen we leuke drankjes met bramen brouwen. Ow, maar dat vindt E. misschien wel leuker: even mee naar Kranenburg.

Zodra ik terug ben van de juwelier stuur ik haar een appje wat ze liever wil. Ze kiest voor de stoffenhal, dus H. besluit om dan meteen maar naar Duitsland te rijden, dan is ie op tijd terug.
Even later komt J. naar beneden voor een kop koffie. Hij vraagt of ik zin heb om vandaag op een ijsje getrakteerd te worden. Dat is een leuk aanbod en het kan nog wel voordat zijn zus er is. Dus fietsen we naar de ijssalon en op een bankje in de zon eten we een lekker bolletje ijs. Weer thuis zie ik dat ik nog wel even tijd heb om m’n fiets schoon te maken.

tekening van twee ronde, boze gezichtjesTerwijl ik sta te poetsen, hoor ik onze auto aankomen. H. zet z’n aankopen binnen en komt dan naar me toe: ‘Was je niet thuis? Mijn pakje is niet aangenomen!’
Ik vertel dat we even naar het dorp waren en hij zegt nijdig dat ie nou pas maandag z’n pakketje kan gaan halen bij een ophaalpunt. Ik ben me van geen kwaad bewust, maar H. had erop gerekend dat ik thuis was als het pakje ’s morgens al kwam. Hij baalt demonstratief.

Nou zeg, je kunt wel leuk je dag plannen, maar als je mij daar in plant is het wel handig als ik dat ook weet! Heel onterecht om boos tegen mij te doen over een afspraak die niet eens gemaakt is. Ik laat hem chagrijnig en wel zitten en ga verder met m’n fiets.

Een uurtje later zitten we samen gezellig bij te praten met E. Natuurlijk. Als je over dat soort dingen lang boos blijft, hou je het niet zoveel jaren met elkaar vol.

zondag 17 juli 2022

Positief denken

Op vrijdag fiets ik naar mijn vriendin K., die op een fantastisch plekje woont op een zijarm van de Waal, in een woonboot. Ik hoef alleen maar langs de dijk te fietsen, dan kom ik de boot na een kilometer of 25 vanzelf tegen.

Het is lekker fietsweer; een beetje bewolkt maar niet koud. In juli is alles volop in bloei langs de weg en in de uiterwaarden. Als ik langs een langgerekte berm vol bloeiende cichorei kom, roep ik hardop ‘wat mooi!!’ Ik hou van die bijzondere kleur blauw.

K. ontvangt me hartelijk. Met de plek waar ze woont heeft ze veel geluk, maar verder heeft dat geluk haar de laatste jaren flink in de steek gelaten. Ze viel van de ene ellende in de andere. Ziekte, een auto-ongeluk, een scheiding, corona en als klap op de vuurpijl verloor ze een week of tien geleden een paar vingertoppen door een onhandige actie met een grasmaaier.

Hoe slecht het lot haar ook gezind is, K. weet altijd wel een positieve insteek te vinden om verder te gaan. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf, en ik heb er grote bewondering voor. We drinken koffie aan het water, genieten van het uitzicht en praten over honderd verschillende onderwerpen. Ze laat me zien hoe ze oefent met haar gehavende hand. Met grote volharding. Ze probeert zelfs piano te spelen met de korte vingers, al doet dat behoorlijk pijn.

Na een paar uurtjes stap ik weer op de fiets, want we hebben allebei andere plannen voor de middag. Onderweg bedenk ik dat ik K. een foto wil sturen van de weelderige cichoreirand. Gelukkig weet ik nog waar die was, anders was ik er misschien zo langs gefietst. Waar in de ochtend de blauwe bloemen wijd open stonden, zijn die nu de zon een stuk feller is, voor het grootste deel dichtgevouwen. Het blauwe veld is er niet meer, wat jammer!

‘Geen zorgen’, zegt K. in mijn hoofd. ‘Morgenochtend is het er weer. En als het morgen niet is, dan toch zéker volgend jaar.’ En zo is het.



zaterdag 9 juli 2022

Let's talk about sex

Vrijdagavond tegen half 11 hangen H. en ik nog even voor de televisie. We kijken naar de nieuwe documentaireserie ‘Let’s Talk About Sex’, waarvan de eerste aflevering zich afspeelt in Japan. Ondanks de naam van de docu komt seks eigenlijk helemaal niet aan de orde. Veel Japanse jonge mensen stranden bij het zoeken naar een relatie al lang voor er ook maar sprake is van een eerste zoen. Het vinden van een partner is in Japan een behoorlijk groot probleem.

knuffelen met een vossenmaskertje op
We zien een gelegenheid waar mannen voor 150 euro per half uur geknuffeld worden door een vrouw in een outfit naar keuze. Volledig gekleed lepeltje lepeltje liggen, verder gaan de intimiteiten niet. De man die zich tijdens de sessie laat filmen, draagt een schattig vossenmaskertje dat hij niet afzet.

Er worden cursussen gegeven aan de wanhopig zoekenden. Dodelijk verlegen jongens en mannen leren hoe ze een gesprek met een vrouw moeten voeren. Vrouwen leren vooral hoe ze bevallig op een stoel moeten zitten en hoe hun decolleté het best uitkomt. We verbazen ons zowel over die inhoud als over hoe theoretisch de lessen zijn. Geen vrouw te bekennen om de gesprekstechnieken van de mannencursus mee te oefenen. En de vrouwencursus gaat er vanuit dat de man zich totaal niet bewust is van de vrouwenversiertrucs.

‘Hoe kun je nou denken dat je mensen zo bij elkaar brengt?’ vragen we ons af. Om daarna te bedenken dat er in Nederland vast vergelijkbare situaties te vinden zijn. Denk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die bij hulpinstanties eindeloos gesprekken voeren in plaats van gewoon praktisch samen een werkplek te bezoeken. We hebben het van dichtbij meegemaakt. ‘Daar zullen ze zich dan in Japan weer hevig over verwonderen,’ vermoedt H.

Het eerste deel van de documentaireserie stemt ons treurig. De aflevering van volgende week zal in Thailand zijn. ‘Is dat echt een paradijs voor transgenders?’ is een van de vragen, en ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat dat paradijs wel zal tegenvallen. Gaan we kijken? Misschien is er wel iets leukers te bedenken om op een vrijdagavond te doen.

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...