zondag 25 oktober 2026
Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn
Terwijl we aan de ontbijttafel zitten klaart het op en om tien uur komt zowaar de zon door. Ik besluit een rondje te gaan fietsen. Gewoon om even buiten te zijn, en wie weet kom ik nog ergens wat walnoten tegen. Het waait wel hard, dus ik ga niet al te ver weg.
Als ik door het park rij, zie ik een man die bukkend onder een boom iets verzamelt.
Nieuwsgierig stap ik af en wandel door het natte gras naar de verzamelaar toe om een praatje te maken. Het zijn peren die hij raapt en als ik vraag wat hij ermee doet, zegt hij dat hij er perenmoes van maakt, zoals hij van valappels vaak appelmoes maakt.
Ik vertel dat ik vorig jaar tot in december rode appels van een boom verderop kon halen en we constateerden dat daar dit jaar weinig van terechtkwam. Hij wees naar nog een andere boom en zei tot mijn verbazing dat dat een nashipeer was.
Toevallig ken ik de nashipeer, want in de voedselboomgaard waar ik vrijwilligerswerk doe, hebben we die (van oorsprong) Aziatische peertjes ook. Maar dat er hier al jaren een staat in dit park waar ik regelmatig kom, heb ik nooit geweten. Veel vruchten zitten er niet meer aan, maar ik vind drie gave peertjes in het gras die ik meeneem.
Tegen de wind in fiets ik verder langs een pad waarlangs een paar notenbomen staan, maar ik vind er niets. Wel zie ik een enorme afgebroken tak liggen onder een hoge, verwaarloosde wilg. Iemand moet hem de berm in gezeuld hebben, want hij ligt een eind vanaf de plek waar hij aan de boom zat. Brr, je zult er net onderdoor fietsen als al die kilo’s naar beneden komen.
Weer thuis schil ik een van de ronde nashiperen. Hij is knapperig en sappig zoals het hoort, maar als ik erop kauw, wordt de hap steeds vezeliger tot ik em nauwelijks meer door kan slikken. Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn. Nee, dit zijn echt geen lekkere peren. Ze gaan in de compostbak.
PING, zegt mijn telefoon. Er komt een whatsapp berichtje binnen van de wandelgids die net terug is van de tocht over de afvalberg. De helft van de deelnemers kwam niet opdagen, waarschijnlijk vanwege het dreigende weerbericht. Maar met de rest heeft ie een mooie wandeling gemaakt – en het was droog!
zondag 18 oktober 2026
Filmpje maken
door je mond. Eind augustus waren de besjes nog niet rijp, maar nu wel. We plukken ze voordat er veel regen komt die ze onbruikbaar zou maken.
Verderop tingelt iemand met de bel die de koffiepauze aankondigt. Is het alweer zó laat? Het kratje met pepertjes gaat in de oogstkraam. Bij de picknicktafel in het centrum van de voedselboomgaard komen uit verschillende hoeken de vrijwilligers bij elkaar. Er staat een kan koffie op tafel en er zijn verschillende soorten vruchten om te proeven.
“Dit is een ananasreinette,” vertelt Joke, onze coördinator op vrijdag. Wie wil een stukje proeven? Met een zakmes snijdt ze het appeltje in proefpartjes. We proeven ook twee soorten peren en er worden recepten uitgewisseld om er jam van te maken. Na een klein half uurtje gaan we weer aan de slag.
“Heb je zin om een filmpje te maken over de fazantenbes?” vraagt Joke. Ik heb nog nooit van die bes gehoord, maar filmpjes maken vind ik erg leuk, dus lopen we samen naar de rij waar deze bessen staan. Op internet vinden we genoeg informatie voor een één-minuut-filmpje. De fazantenbes heet ook wel choco-bes of ‘grootmoeders oorbel’ en hij smaakt een beetje naar chocola en karamel.
Voordat we gaan filmen proef ik de bes. De karamel proef ik niet zo, maar jawel, het besje smaakt naar donkere chocola! Heel vreemd. Goed om het van te voren te weten. “Kunnen we?” vraagt Joke. Ze telt af. Uit de losse pols vertel ik wat ik weet over de fazantenbes terwijl zij filmt. Ik proef nog een keer voor de camera en opper dat je de besjes bij een toetje met vanille-ijs kunt toevoegen.
Samen kijken we naar het resultaat en nog dezelfde middag zet Joke het filmpje in de app voor oogstgenoten van de voedselboomgaard. Best kans dat volgende week iemand me aanspreekt om te vragen waar die gekke bessen precies staan. Dan zal ik uitleg geven als een expert.
zaterdag 10 oktober 2026
Wie wat bewaart, heeft wat
In een van de laden van onze vriezer liggen nog bramen en rode bessen. Daar wil ik jam van gaan maken, zodat er meer ruimte komt voor andere dingen. Ik haal voortvarend drie zipzakken met bevroren fruit tevoorschijn, maar in één ervan blijken geen bramen, maar zwarte bessen te zitten.
Het zijn niet heel veel zwarte bessen, en als ik het fruit allemaal mix, zal de cassis-smaak waarschijnlijk een beetje verdwijnen in het bramengeweld. Ik besluit dus om er bessensap van te maken. Opzetten met extra water, tien minuten laten koken, door een zeef gooien en dan nog eens door een doek zeven om het sap helder te maken.Het is meer werk dan ik dacht en ik hou behalve het sap ook een bakje zwarte-bessen-moes over waar de pitjes al uitgezeefd zijn. Dat vraagt om een gebruiks-idee. Ik bedenk dat ik het in een cake kan verwerken. Dus blijf ik nog even bezig in de keuken en ik maak een zwarte-bessen-cake.
Tijdens het bakken van de cake is eindelijk ook het laatste beetje sap door de doek gesijpeld en nu heb ik een kleine halve liter helderrood sap. Ik laat H. het flesje zien: “Dit is een buitengewoon arbeidsintensief, dus dúúr flesje sap,” vertel ik.
“Is het ook lekker?” vraagt hij.
Het sapje is niet erg zoet, maar H. ziet meteen een leuke toepassing: laten we er een cocktail mee maken.
En zo drinken we vandaag een zelf ontworpen cocktail met wodka, vanillesiroop, citroen en zwarte-bessen sap. Hij is verrassend lekker. En het plakje versgebakken cake dat we er naast eten past er uitstekend bij. Het mag, want het is weekend!
zaterdag 3 oktober 2026
Wormen tellen als burgerwetenschap
Twee tasjes met testmaterialen … check.
O ja, en een fles water.
We staan op het punt om aan de slag te gaan als burgerwetenschappers; op drie plekken zullen we grond- en watermonsters nemen om de kwaliteit ervan in verschillende natuurgebieden te meten.
Behalve de bodem en het water testen we ook het
testmateriaal. Dit weekend worden door verschillende groepen tests uitgevoerd
en als alles goed werkt, gaat het ook op grotere schaal gebeuren.
Met z’n vijven staan we in een parkje uit te vinden hoe het
allemaal werkt. H. heeft de app gedownload met de vragen en opdrachten. Een
boekje met extra informatie moet meer duidelijkheid geven, maar brengt ons
juist in de war omdat het niet dezelfde volgorde geeft als de app.
We overleggen over die volgorde. En dan over de vraag wat
voor weer het vandaag is (overwegend zonnig) en welke begroeiing hier
hoofdzakelijk is (op deze vierkante meter? Of in het hele park?). We steken een
blokje van 20x20 cm. grond uit en overleggen hoe het voelt (glad? korrelig? of
er tussenin). We tellen hoeveel wormen erin zitten (21) en welke soorten
(vergelijkend met plaatjes uit het boekje).
Bij een testbuisje met water voegen we twee theelepels aarde
om met een teststrookje te kijken hoeveel fosfaat en nitraat erin zit. Doen we
het goed? Er verandert niets aan de kleuren op het strookje. Mensen die met hun
hond door het parkje wandelen kijken nieuwsgierig wat we aan het doen zijn.
Volgens de instructies zouden we met één locatie ongeveer
een half uur bezig zijn. Zoals we van te voren al dachten, duurt het veel
langer. Na de eerste test houden we een koffiepauze en daarna gaan we met vier van
de vijf burgerwetenschappers verder naar een volgende plek. En kijk, de tweede
keer snappen we hoe het allemaal werkt en zijn we binnen drie kwartier klaar. Dan
is het genoeg voor vandaag. We stoppen de hele zooi in onze fietstassen en
spreken af om morgenochtend naar de derde locatie te gaan.
Een rare nieuwe hobby? Nou ja, het is heel leuk om te doen, maar de bedoeling is nogal serieus. Deze drie voorbeeldtestjes stellen natuurlijk niet zo veel voor, maar als er straks door honderden mensen kleine stukjes natuur in kaart gebracht worden, hopen we dat dat kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit. En bovendien houdt het ons pensionado’s van de straat. Mooi toch?
zondag 27 september 2026
Zinvol werk
H. komt naar beneden met z’n telefoon in de aanslag, die prompt begint te rinkelen. Ik hoor aan zijn kant van het gesprek dat het een bestuurslid is van VLB, de vereniging waarvan H. de voorzitter is. Ze zijn enthousiast, want het is net bekend geworden dat een subsidie van 150.000 euro is toegekend, die VLB gaat beheren.
H. zet het gesprek op speaker. Ze spreken een
spoedvergadering af voor vanmiddag en omdat ik verantwoordelijk ben voor de
communicatie, word ik ook uitgenodigd.
Om vier uur fietsen we naar het thuishonk van de vereniging, de houtwerf, een
kleine kilometer vanaf ons huis. H. stopt een fles bubbels in de fietstas.
Het wordt een vrolijke, maar ook efficiënte vergadering. Er
worden snelle afspraken gemaakt over wie wanneer wat moet doen en mijn taak is
om een persbericht te verzorgen en een artikel op onze website te zetten.
Er zijn een hoop instanties bij de aanvraag en uitvoering
van de subsidie betrokken en als ik me in dat doolhof de weg laat wijzen,
blijkt dat ook het bestuur soms niet helemaal helder heeft wat al die partijen
doen. Maar het lukt toch om er nog dezelfde avond een leesbaar stuk over te
schrijven.
Leuk, zo’n spoedklus. En nog leuker is het dat H. twee dagen
later gebeld wordt door een journalist van de Gelderlander. We zijn dan juist
onderweg naar een excursie in de uiterwaarden, ook al met vrijwilligers van
VLB. De journalist schrijft er dezelfde middag een uitgebreid stuk over, dat meteen
in onze appgroep wordt gedeeld.
Het is best lekker om met pensioen te zijn en niet elke dag vroeg
op te hoeven om te gaan werken. Maar af en toe is het heerlijk om wél vroeg op
te staan om vrijwilligerswerk te gaan doen. Vooral als je het gevoel hebt dat
dat werk ertoe doet. Door bijvoorbeeld kale stukken gras te beplanten met
struiken en bomen die meer natuurleven aantrekken.
Of door meer vrijwilligers enthousiast te maken om daaraan mee te doen. Bijvoorbeeld door erover te schrijven, in persberichten en op websites. Wat dat betreft lijkt het soms net of ik weer een leuke baan heb gevonden.
vrijdag 18 september 2026
Een koffer met geschiedenis
We hebben onze fietsen meegenomen deze vakantie, maar we hebben pas één keer echt een dagtocht gemaakt. Toch is het fijn om te kunnen fietsen in de steden waar we zijn. In Berlijn fietsen we een deel van de ‘muur-route’, die in totaal 160 kilometer lang is. Wij doen alleen het deel dat door de binnenstad gaat.
Een dubbele rij vierkante keitjes loopt (bijna) overal waar vroeger de muur stond; op sommige plekken zijn stukken van de muur bewaard gebleven. We doen lang over het stuk van een kilometer of 12, want er zijn veel plaatsen waar we afstappen om informatieborden te lezen.
Na Berlijn gaan we naar Hannover, waar we voor de laatste drie nachten een appartement hebben besproken. Beneden kunnen we onze fietsen in een rek zetten. Onze kamer is op de bovenste verdieping, vijf trappen op. ’s Avonds gaan we uit eten en als we terugkomen, ziet H. dat zijn achterband plat is. Vervelend, maar gelukkig hebben we bandenplakspullen mee.
De volgende morgen zet H. zijn fiets ondersteboven op de bestrating voor de garage. Terwijl hij bezig is met de band, komt er een man het erf op wandelen die een praatje begint. Het gaat een tijdje over de fiets en dan vraagt hij waar we vandaan komen. Ah, Nederland. Hij kent Amsterdam; vooral Schiphol.
De man vertelt dat hij twee jaar lang steward is geweest bij de KLM. Dat ging toen nog anders dan tegenwoordig; hij ging bij iedereen langs met zo’n kar om te vragen wat ze wilden drinken. Heel persoonlijk. De vliegtuigen waar hij in vloog waren propellervliegtuigen. Ik vraag wanneer dat dan was en hij glimlacht: “Von 1959 bis 1961.” Wauw, dat was echt een andere tijd.
Dan vraagt hij welke kamer we hebben. Kamer vijf, op de bovenste verdieping? Dan hebben we misschien wel zijn koffer gezien. Die staat daar in de hal opgesteld. Een koffer vol stickers uit alle landen waar hij heen gevlogen is.
We hadden de koffer nog niet gezien, maar als ik weer boven kom, kijk ik de hal rond voordat ik kamer vijf in ga. Jawel, daar staat ie. Een ouderwetse koffer vol stickers. Ik zie voor me hoe een keurige, jonge steward met die koffer het propellervliegtuig in gaat en hem in een hoekje parkeert om de passagiers te gaan bedienen. Vliegen was toen nog een elitegebeuren. Het is een historisch beeld. De koffer zou niet misstaan in een museum. Toch zou ik hem niet eens opgemerkt hebben als we niet toevallig de eigenaar tegen het lijf waren gelopen.
woensdag 16 september 2026
Hijskraan
(7 september)
Toen we vanmiddag terugkwamen van een dagje Potsdam, was de
straat voor het hotel afgezet en lag er een enorm onderdeel van een hijskraan
midden over de weg. Intussen zijn er nog twee van die ijzeren raamwerken
bijgekomen en werkmannen zijn bezig ze aan elkaar te koppelen. Met een (andere)
kraan wordt zo’n stuk een eindje opgetild en zorgvuldig naar de goede plek
gedirigeerd. Dan doen ze iets onduidelijks om de boel aan elkaar te maken, wat
eindigt met galmende klappen van metaal op metaal.
Het is een flinke klus, waar ze nog steeds mee bezig zijn
als wij klaar zijn met eten en met het speelgoed-afwasje. We hangen een tijdje
uit het open raam om te kijken naar het werk. De arm van de nieuwe hijskraan is
nu helemaal in elkaar gezet en ligt languit voor ons hotel te wachten op de
volgende fase.
Het begint te schemeren en er gaan een paar bouwlampen aan.
Blijkbaar moet het karwei vandaag afgemaakt worden. We zien de mannen een tros
van vier kabels op strategische plekken aan de ijzeren arm vastmaken. Eén van
hen heft z’n hand op, wijsvinger omhoog en maakt een draaiend gebaar naar de
man op de werkende kraan. Dan wordt heel langzaam de nieuwe arm opgetild.
Het maakt een hard, mechanisch geluid dat het gerammel
overstemt van de metro, die verderop elke tien minuten een hoorbare bocht
maakt. Als het gevaarte een halve meter boven de weg hangt, gebeurt er een tijd
lang niets. Ik draai me van het raam af om een stukje te lezen over
bezienswaardigheden in Berlijn. Maar na een kwartier hoor ik het hijsen weer
beginnen en ik kan het niet laten om weer te gaan kijken.
Daar gaat ie dan. Terwijl de vier werkmannen het ding losjes
tegenhouden als het dreigt te draaien, gaat de kraan-arm hoger en hoger, tot ze
er niet meer bij kunnen. Nog wat hoger en dan stopt het. Zo’n beetje ter hoogte
van onze derde verdieping blijft de arm hangen, een waarschuwend rood lichtje
aan de top. Tot morgenochtend, blijkt, want daarna wordt alles uitgezet en
afgesloten.
De voorstelling is afgelopen en we gaan kijken waar we morgen naartoe willen in Berlijn. Wat we ook gaan doen, dit wordt in onze herinnering later vast ‘de vakantie van die kraan’. Ik zal in elk geval nooit meer op dezelfde manier naar een hijskraan kijken.
maandag 14 september 2026
Kwijt
(3 september, Berlijn)
Vanaf de metrohalte is het maar een klein stukje lopen naar Planet Modulor. We gaan de trap op bij de ingang en H. zet braaf de rugzak met onze regenjassen (want er is nattigheid voorspeld) in een kluisje. Dan gaan we de winkel in om langzaam rond te dwalen tussen al die leuke dingen die hier zo aantrekkelijk zijn uitgestald.Planet Modulor is een winkel in Berlijn die we allebei geweldig vinden. Een plek waar je alles kunt kopen wat je voor welk creatief project dan ook nodig hebt. Twee verdiepingen, 3000 vierkante meter met spullen om te tekenen, schilderen, bouwen, ontwerpen, vouwen, knutselen enzovoort. Heerlijk.
Er is een enorme wand met potloden, fineliners, stiften en pennen. Boven de schappen met koopwaar is een kunstwerk gemaakt van kleurpotloden die met de punt naar voren in de muur gestoken zijn. Over de breedte van de wand verloopt de kleur van de potloden langzaam, wat een mooi effect geeft als je er langs loopt.
Er zijn schetsboeken in allerlei formaten, gekleurd papier, soorten lijm, japans vouwpapier. Verderop zijn materialen om maquettes mee te maken. Platen karton met motiefjes van bakstenen, stucwerk, dakpannen, boompjes, piepkleine mensjes, machines om hout, foam of kunststof mee te bewerken.
We wijzen elkaar op bijzondere dingen, bestuderen wonderlijke apparaten, kopen wat kleine gadgets, gaan de trap op naar de volgende verdieping. Ineens staat H. geschrokken stil. “Waar heb ik nou m’n rugzak neergezet?” Hij denkt na, kijkt rond.“Had je hem nog toen we de tram uit kwamen?”We weten het allebei niet zeker. Lopen terug waar we allemaal geweest zijn, maar zien nergens de rugzak staan.
Ineens is het niet zo leuk meer. Bij een centrale balie is geen gevonden rugzak afgeleverd en na nog een rondje over de benedenverdieping constateren we dat ie in de metro moet zijn blijven staan. Die krijgen we nooit meer terug.
Een beetje terneergeslagen verlaten we de winkel. Buiten is het droog, maar de donkere lucht belooft regen. En onze regenjassen zijn we dus kwijt. We lopen een stukje door de stad en komen een outdoor-winkel tegen waar we naar binnen gaan. Daar koopt H. meteen maar een nieuwe rugtas en een regencape. Ik kijk besluiteloos naar de regenjassen. Nog maar even niet.
Twee straten verderop begint H. ineens te lachen. Hij staat stil en houdt iets omhoog. Een sleutel met een nummertje eraan. Het duurt even voordat bij mij het kwartje valt: deze sleutel is van een kluisje en ín dat kluisje … Oww, wat stóm!!!
H. besluit de nieuwe rugtas niet terug te brengen en de cape wil hij ook houden. Dus de rest van de vakantie hebben we twee rugtassen en meer dan genoeg regenkleding. En het blijkt niet eens te gaan regenen.
zaterdag 12 september 2026
Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht
Maandag 31 augustus
De Groene Citadel in Maagdenburg is het laatste bouwwerk van de kunstenaar Friedenreich Hundertwasser. Zeven jaar geleden bezochten H. en ik het Hundertwasserhuis (link) in Wenen en we waren er allebei enthousiast over. Nu we in Maagdenburg zijn, willen we dan ook zeker de Groene Citadel bezoeken. Het is op loopafstand van het hotel waar we verblijven.
Terwijl we er naartoe wandelen, komen we langs een pand waar binnen een tentoonstelling is over de geschiedenis van Maagdenburg. Door de etalageruiten zien we grote foto’s en een maquette en als we voor de open deur stil blijven staan om nieuwsgierig even naar binnen te kijken, spreekt een man ons aan: de expo is vrij toegankelijk en we zijn welkom.
We gaan naar binnen en bekijken foto’s die laten zien hoe na de DDR tijd het stadsbeeld verandert. Sombere gebouwen werden opgeknapt of vervangen. Een treurige, grauwe flat wordt op vier foto’s opgeblazen en op de lege plek verschijnt een kleurig gebouw. Het is de Groene Citadel.
“Ik zou echt wel los gaan als ik huurder was,” zeg ik tegen H. Hij lacht me uit en we lachen samen om alle vrolijke kleuren, pilaren, mozaïeken en onverwachte uitbouwtjes van de Groene Citadel. Net als het Hundertwasserhaus in Wenen maakt dit gebouw ons blij.
Dit bezoek alleen al maakt het de moeite waard om een paar dagen in Maagdenburg te zijn.
maandag 24 augustus 2026
Theezakjes
“Wat een heerlijke plek is jouw tuin,” zegt K. als we na het
rondje op het achterterras zitten. “Daar word je toch helemaal rustig van.”
“Hm,” zeg ik, “ik zie hier alleen altijd zo veel wat ik nog moet dóen!”
Ze moet lachen. “Dat ken ik. Eigenlijk moet jij in mijn tuin relaxen en ik in
de jouwe.”
Het tasje dat K. naast haar stoel op de grond heeft gezet,
is maar klein. Dat is wel eens anders, want volgens onze vaste traditie nemen we als we elkaar opzoeken altijd boeken
mee. Daaruit lezen we elkaar fragmenten voor en vervolgens lenen we ze al of
niet aan elkaar uit. Het wordt wel steeds moeilijker om mooi leesvoer te vinden
dat de ander nog niet kent.
“Ik kon eigenlijk niks vinden om je voor te lezen,” vertelt
K. “maar op het laatste nippertje heb ik iets anders bedacht.” Ze haalt een
zakje tevoorschijn en laat lachend zien wat erin zit: theezakjes. “Er staan van
die vragen op de labeltjes. En nou dacht ik: als we die nou eens van elkáár
proberen te beantwoorden. Es kijken hoe goed we elkaar kennen.”
Als ik twee mislukte cappucino’s en een koektrommel op tafel
heb gezet, komt ze met de eerste vraag.
“Waar word je heel gelukkig van?”
“Die is niet moeilijk om voor jou te beantwoorden,” vind ik. “Eén woord: water!”
Haar antwoord voor mij bestaat na even nadenken uit twee woorden: creëren en
tuinieren.
De volgende vraag is moeilijker:
“Wat was vroeger je lievelingsspeelgoed.” Van elkaars kindertijd blijken we
niets te weten. Antwoord geven voor de ander kunnen we niet, maar we zitten
allebei hardop te bedenken waar we zelf graag mee speelden als kind. Het levert
een heel ander gesprek op dan anders. Het begint met speelgoed, maar er komen
ook allerlei andere herinneringen mee.
Van die vragen op theezakjes werd ik altijd een beetje een
wrevelig. Ik kreeg er zo’n ‘waar bemoei je je mee’ gevoel van. Maar kijk, dit
was toch wel een grappig effect.
Nou hebben wij nooit moeite om gespreksonderwerpen te bedenken, maar ik kan me
voorstellen dat een gesprek met iemand die je niet goed kent door zo’n theezakjesvraag
ineens op gang kan komen.
Tussen het praten door genieten we van de lunch en het
lekkere weer en voor we het weten is de halve middag voorbij en stopt K. haar
theezakjes terug in de tas. We omhelzen elkaar en ze stapt in de auto om terug
te rijden naar haar woonboot.
Dat was dus een bezoek zonder boeken en zonder voorleesfragmenten vandaag. Maar
ook zonder boek kunnen we elkaar heel goed mooie verhalen vertellen.
donderdag 20 augustus 2026
Portretten tekenen
Siegfried Woldek is een gelauwerd tekenaar van portretten (en ook van vogels). Ik ken hem vooral van zijn literaire en politieke tekeningen in NRC. In de filmpjes van de cursus vertelt hij op een rustige, laconieke manier. Dat je niet moet tekenen wat je wéét, maar wat je zíet; dat het bij een portret eerder om schaduwvlakken gaat dan om lijntjes. Dat soort dingen.
Er zijn informatieve filmpjes en opdrachten. Een van de eerste opdrachten is om voor de spiegel in één doorlopende lijn je eigen gezicht te tekenen zonder op je tekenpapier te kijken. Ik doe het een keer of zes en het levert grappige resultaten op. Er zijn oefeningen om de ‘angst’ te doorbreken om een gezicht te tekenen. Portretkramp noemt Siegfried het. En oefeningen om abstracter te kijken, naar vlakken.
Les zeven heet ‘Het Idee’. Leraar Siegfried vertelt in het inleidende filmpje hoe belangrijk het is om goed te bedenken op welke manier je iemand wilt portretteren. Niet alleen gewoon een kop tekenen, maar daarbij in gedachten houden wat je ermee wilt uitdrukken… Misschien is dit wel de moeilijkste les, vermoedt hij.
En jawel. Hier loop ik helemaal op vast. Ik vond het al zo moeilijk om leuke koppen te vinden om na te tekenen. Als ik dan ook nog moet bedenken wat het portret over die persoon moet zeggen, haak ik af.
Dat kan voor iemand die politieke of literaire portretten tekent dan heel belangrijk zijn, voor mij is het onmogelijk.
Misschien morgen. Misschien dit weekend. Of ga ik gewoon door naar les acht? Het schiet niet op. Eén voordeel is er bij al dit getreuzel. Ik doe zo in elk geval lekker lang met m’n kadootje.
donderdag 13 augustus 2026
Oogmeting
Woensdagmiddag om vijf uur. Het is rustig en koel in de
brillenwinkel op deze warme middag. Ik krijg koffie aangeboden en mag
plaatsnemen om te wachten. De opticien is nog met een andere klant bezig.
Terwijl ik wacht schuiven regelmatig de glazen deuren van de winkel open als er
mensen voorbij lopen. Soms komt er iemand binnen om te vragen of er nog
eclipsbrilletjes zijn. Niet dus.
Een assistent doet alvast een meting met een apparaat dat in
m’n ogen puft. Dan kan ik door naar de opticien. Het is een aardige veertiger.
Hij vraagt waarom ik een oogmeting wil en geeft meteen mijn huidige bril mee
aan iemand die hem goed gaat afstellen en schoonmaken.
Hij vraagt door wat ik precies wel/niet goed zie en stelt
dan voor om in elk oog twee oogdruppels te druppelen. Het kan zijn dat m’n ogen
te droog zijn. Hij legt uit dat de druppels lijken op het eigen oogvocht. Ik
luister zonder veel interesse en ben vooral benieuwd hoe de hele meting uitpakt
en hoe erg m’n zicht achteruit is gegaan.
Terwijl ik ingespannen probeer om rijen steeds kleinere
lettertjes te lezen, vertelt de opticien dat je best op een hoger percentage
uit kunt komen dan honderd.
“Er zijn soms mensen die wel tot 250% scoren.” Hij legt uit dat dat komt door
de manier van meten en ik begrijp dat 100% meer te maken heeft met een
gemiddelde dan met heel goed zien.
Mijn rechteroog, dat het minst goede is, ziet 90%. Vijf jaar
geleden was dat 85%. Met het linkeroog kom ik boven de 100 uit. En toch heb ik
echt wel een bril nodig om te kunnen lezen. Ik denk aan een slechtziende kennis
die het met 6% moet doen. Dat is dus nog minder dan ik dacht.
Dat mijn meting iets hoger uitkomt dan vijf jaar geleden, komt van de
druppeltjes, vertelt de opticien. Oogvocht doet echt heel veel! Hij raadt me
dan ook aan om een flesje oogdruppels te kopen en de komende twee weken elke
avond één druppel per oog te gebruiken.
De assistent komt mijn schoongemaakte en aangeschroefde bril
brengen. Voorzichtig zet de opticien die op m’n neus en vraagt me om rond te
kijken.
“Hoe ziet dat eruit?”
Ik zie alles helder. Dat zegt niet alles, want het is hier goed verlicht, maar
toch heb ik het idee dat de druppeltjes inderdaad iets doen. De wazige vlek,
veroorzaakt door een oud litteken in m’n rechteroog, is soms veel erger.
Het klopt, zegt de opticien, dat juist zo’n littekentje baat heeft bij genoeg
oogvocht.
“Geniet van de eclips vanavond,” zegt hij als ik betaald heb
en de winkel uit ga. Ik fiets blij naar huis. Fijn dat m’n ogen helemaal niet veel
slechter zijn geworden. Dat m’n zicht gewoon verbeterd kan worden met zoiets
simpels als oogdruppels.
Wat die zonsverduistering betreft: die laat ik aan me voorbijgaan. Ik heb niet
zo’n eclipsbrilletje en ik ga toch zeker m’n ogen niet verpesten door recht in
de zon te kijken.
zondag 9 augustus 2026
Schattige kleine flesjes
Maar ook niet-levende dingen zijn leuk als ze heel klein zijn. Van die bouwpakketten van piepkleine boekwinkeltjes, bloemenzaken, huiskamertjes enzovoort. Of grachtenhuisjes voor op de vensterbank, kerstdorpjes met verlichting, hele dorpen en landschappen waar een mini-trein tussendoor rijdt. Veel mensen houden ervan.
In de supermarkt kom ik het ook tegen: minipotjes jam in een traytje, hele kleine pakjes hagelslag, eenpersoons-flesjes wijn. Ik moet mezelf tegenhouden om ze niet te kopen. De pakketjes limonadesiroop van Monin vind ik onweerstaanbaar: vijf flesjes van elk 50 centiliter siroop, elk met een andere smaak, prachtig verpakt.
Vijftig centiliter is maar een héél klein beetje! Je kunt er ongeveer twee glazen limonade mee maken. En het is beslist niet goedkoop. Maar het ziet er zo mooi uit dat ik het tóch een keer heb gekocht. Eén om weg te geven en één om eens al die smaken uit te proberen. En die flesjes bewaar je dan natuurlijk!
Veel goedkoper is het om je eigen limonadesiroop te maken. En het is eigenlijk doodsimpel. Deze week maakte ik bramensiroop. 250 gram bramen, 250 ml. water en 500 gram suiker (veel hè, maar je gebruikt natuurlijk maar een klein beetje dat je verdunt). Alles bij elkaar in de pan, al roerend verhitten tot alle suiker gesmolten is, laten afkoelen en dan door een zeef gieten. That’s it.
Ik vulde een flesje van een halve liter en had toen nog een klein laagje over. Nu kwamen mijn miniflesjes van pas. Met 150 ml. siroop kon ik drie hele flessen vullen. Leuk om weg te geven. Nog specialer als je zegt dat het bedoeld is om in cocktails te gebruiken.
Nou weet je het alvast: als ik binnenkort bij je op bezoek kom, heb je kans dat je een schattig miniflesje van me krijgt met een exclusieve bramensiroop. Lekker voor in een cocktail bijvoorbeeld.
zondag 2 augustus 2026
Fascinating Gershwins
De zaal in het wijkcentrum is niet uitverkocht, maar redelijk vol voor een doordeweekse middag. We vinden een mooi plekje en wachten tot over tien minuten de voorstelling “Fascinating Gershwins” begint. Die tien minuten worden een klein half uur, zonder dat iemand even komt uitleggen waarom er niets gebeurt.
Maar dat is dan ook het enige minpunt van dit concert, want als het eenmaal begonnen is, worden we verrast. Ik was op de naam Gershwin afgekomen. Veel wist ik er niet van, maar de associatie met Jazz, met Porgy and Bess, was wel oké.
Een pianist, vijf blazers en een drummer beginnen met een medly van lekkere jazzy nummers. Daarna komt uit de coulissen een dame die met Vlaamse tongval begint voor te lezen. Een brief van George Gershwin aan zijn broer Ira. Er volgen er meer als rode draad tussen de verschillende muziekstukken. Soms instrumentaal, soms met zang van dezelfde vrouw, die behalve een mooie voorleesstem ook een mooie zangstem blijkt te hebben.
Het wordt een verhaal over het leven van (vooral) George Gershwin. Als hij schrijft over de stad New York, worden op de achtergrond zachtjes de stadsgeluiden gespeeld, schrijft hij over de trein dan laat de drummer de wielen over de rails rollen en piepen blazers de bochten en de remmen. De brieven beschrijven waar de componist aan werkt, voor wie en onder welke omstandigheden. Daarna wordt steeds (een deel van) die muziek gespeeld.
Ik hou wel van deze muziek en de vorm waarin dit concert gegoten is, is leuk en verrassend. We zijn niet de enigen die er zo van genieten. Als het verhaal is uitverteld, komt er een staande ovatie. Eén van de orkestleden stelt onwennig en een beetje verlegen iedereen voor. We klappen nog een keer. Dan is het afgelopen.
Buiten schijnt de zon. We fietsen op ons gemak naar huis, terwijl we nog een beetje napraten over de muziek. Vorige week waren we bij een celloconcert (ook in de muziekzomer-reeks). “Maar dit vond ik leuker!” zegt H. En daar ben ik het helemaal mee eens.
zondag 26 juli 2026
Cello’s in het stadhuis van Arnhem
“Daar mogen wel wat tegels gewipt worden,” zegt H. Je bent landschapsbeheerder of je bent het niet. Ik ben het met hem eens. Naast het plein is dan wel weer een behoorlijk groot, goed verzorgd bloemenperk. Er staan een paar mensen bij te kijken, maar de meeste mensen die we zien, gaan regelrecht het stadhuis in.
We zijn niet de enigen die vroeg zijn. Er zijn al veel rijen bezet van de stoelen die vernuftig op een monumentale trap geplaatst zijn. De achterpoten zijn precies een traptrede korter dan de voorpoten, zodat de stoelen stevig en veilig staan. Maar het blijven van die harde, kunststof stoelen waar je een houten kont van krijgt. We gaan ergens bovenaan zitten.
Wachtend op de twaalf cellisten waar we straks naar gaan luisteren, kijken we rond. Wat een megalomane ruimte is deze hal. Groot, leeg en hoog. Links en rechtsboven zijn kennelijk de werkplekken en vóór de trap waar wij op zitten is een uitgestrekte, betegelde leegte waar in een halve cirkel elf stoelen klaarstaan.
Ja, elf. Eén van de musici blijkt op de valreep te ziek om te spelen, zodat er nog snel aanpassingen gedaan moesten worden in het programma. Cellissimo heet het en cellist Douwe Eisses (hij is pas 21) heeft het programma samengesteld als ‘young artist in residence’ van de Muziekzomer Gelderland 2026.
Je kunt van het gebouw vinden wat je wilt, maar de akoestiek is er goed. Ik vind de cello een mooi instrument en met de 11 cello’s kan er een heleboel. Ze spelen een militaire mars van Schubert en een quatre-mains stuk (voor piano dus eigenlijk) van Mozart, maar ook de Man with the Harmonica uit Once Upon a Time in the West en tangomuziek van Piazolla. We klappen hard genoeg om een toegift uit te lokken en dat wordt The Pink Panther. Je kunt zien hoeveel plezier de cellisten erin hebben om het te spelen.
Dan is het afgelopen. We dalen de trappen af en steken het grote plein weer over. Padapadam, padam, neurie ik de roze panter na. Leuk zo’n avondje cellomuziek. Door de warme zomeravond wandelen we terug naar de parkeergarage.
zaterdag 18 juli 2026
Zes geadopteerde peuters
Met twaalf liter water, verdeeld over twee fietstassen, rij ik langs het landweggetje. Ongeveer een kilometer van huis zet ik m’n fiets in de berm en met de eerste tweeliterkan waad ik door het hoge gras, brandnetels en berenklauwen ontwijkend, naar de slootkant. Er mag dan een sloot zijn; water zit er niet in. Helaas.
Anderhalf jaar geleden hebben we hier met Vrijwillig LandschapsBeheer een rij jonge wilgen neergezet. Na het knotten op een andere plek kozen we een stapeltje geschikte, polsdikke takken van zo'n 2,5 meter lang uit om te planten. Peuters noemen ze die. Je moet ze onderaan een beetje afschillen, een gat in de grond boren om ze in te zetten en dan de grond stevig aandrukken.We hadden de takken klaargelegd om een week later te planten. Met de onderkanten in de sloot, waar toen wél water in zat. Ongewild bleken we daarmee een snackbar voor bevers te hebben gemaakt, met als specialiteit ‘Willow-to-go”. Bijna al onze peuters waren meegenomen en wat er nog lag, was keurig ontveld. Konden we weer opnieuw beginnen.
Wilgen zijn makkelijke groeiers, maar ze hebben wel water nodig. Vorig jaar was de zomer zo droog dat op een enkeling na al onze geplante jonkies het loodje legden. En daar hadden de bevers niets mee te maken.
Dit voorjaar haalden we alle overleden boompjes weg en plaatsten een rij nieuwe peuters. En weer is het droog. Ik fiets vaak langs deze plek en toen ik de arme jonge wilgjes daar steeds zieliger zag verpieteren, nam ik me voor om er in elk geval een deel van te redden.
Twaalf liter water, dat is voor zes peuters elk twee liter. Al vier keer heb ik ze deze week zo’n extraatje toegestopt en ik hoop dat dat nét genoeg is om ze te laten overleven. Maar nog meer hoop ik dat er binnenkort een paar flinke plensbuien vallen, zodat de hele rij een kansje maakt. We zullen zien.
vrijdag 10 juli 2026
Hop, amputeren maar
“Wat zonde!”
Her en der liggen grote takken op de grond. Sommige bomen zijn scheef gewaaid of liggen zelfs helemaal om. De storm van vorig weekend heeft hier stevig huisgehouden.
Een dag later vertelt H. dat er een bericht is binnengekomen in de mailbox van Vrijwillig Landschapsbeheer. De eigenaren van de gehavende pruimenbomen hebben aan verschillende partijen gevraagd wie eerste hulp kan bieden bij de stormschade. Het is een klus die past bij de vereniging. Oude boomgaarden behouden/onderhouden is een van de dingen die we doen.
De eerstvolgende dinsdagmorgen gaan we er met de vaste groenploeg naartoe. Om te beginnen gaan we alle afgewaaide takken opruimen en daarna kan een van onze snoei-experts bekijken wat er verder moet gebeuren.
Als we aankomen, schrikken we van de aanblik van wat tot voor kort een mooie boomgaard was. Omdat er steeds takken bleven vallen, hebben de eigenaren, een echtpaar op leeftijd, er een boomzager bijgehaald. Die heeft rigoureus de zaag in alle beschadigde bomen gezet. Hop, eraf met die gebroken takken.
Wat een ravage! Was dat nou nodig? Het is als een chirurg die bij een flinke snee in de pols besluit om de hand dan maar te amputeren. Met z’n achten lopen we tussen de bomen door om alle afgezaagde takken te verzamelen en op stapels te leggen, die later afgevoerd zullen worden. Overal liggen onrijpe pruimen. Soms zoveel dat je voeten er bijna over wegrollen.
We krijgen de klus niet in één keer af, maar aan het eind van de ochtend is er al een goed deel opgeruimd. Nog een ochtend en het is weer netjes. Op de grond dan, want voordat de geamputeerde spookbomen weer een beetje bijgegroeid zijn, gaan er nog wel een paar jaar overheen.
Jammer.
donderdag 2 juli 2026
Can Erik
Mijn vriendin N. houdt van zuur. Ze heeft liever een citroen dan zoete kersen en voor een salade kan de dressing haar niet zuur genoeg zijn. Gelukkig voor haar gezin doet ze wel concessies voor degenen die die liefde niet delen.
Soms hebben we gesprekken over recepten. N. leerde me hoe je
tabouleh maakt, peterseliesalade met bulgur. Ik leerde haar hoe je pannenkoeken
bakt. Een tijdje geleden vertelde ze dat ze altijd zo dol was op onrijpe
pruimen, gedoopt in zout. Ze had nooit moeite om dingen met anderen te delen,
maar een zakje van die zure, groene vruchten hield ze lekker voor zichzelf.
Ik begreep niet meteen waar ze het over had, want ze wist
alleen het Syrische woord ervoor. Maar met plaatjes en veel uitleg er omheen
begreep ik dat het om onrijpe pruimen moest gaan. In Nederland kun je ze
moeilijk krijgen. In het seizoen zijn ze er soms even in de Arabische winkel,
maar dan zijn ze duur en snel uitverkocht.
Ik ging online op zoek en vond wel het Turkse woord: Can
Erik, maar kwam er niet achter of het om een speciaal ras ging of dat je
meerdere pruimensoorten op die manier onrijp kunt eten.
Nu ken ik iemand, B., die een jaar geleden een huis gekocht
heeft in het buitengebied, waar een boomgaardje bij zit met pruimenbomen van
diverse soorten. Hij wil er niks commercieels mee, maar gebruikt een deel van
de vruchten zelf en geeft er ook veel weg. Ik vertelde B. over mijn vriendin en
haar geliefde snack en hij zei dat we best langs mochten komen in z’n
boomgaard.
Vorige week leek een goed moment. De pruimen beginnen eruit
te zien zoals op de plaatjes van de Turkse Can Erik. Met de auto haalde ik N.
en haar achtjarige dochtertje T. op om op pruimenjacht te gaan. We werden
ontvangen met een glas fris en nieuwsgierige vragen over de onbekende manier om
pruimen te eten.
Door het hoge gras wandelden we naar de pruimenbomen. N.
proefde van verschillende soorten, knikte ernstig, zei dat deze misschien over
een week goed waren, die van een volgende boom ook. Maar bij de derde boom werd
ze blij. Deze waren goed! B. haalde een trap en ging aan het ‘dunnen’. Als je
van iedere kluit vruchten een paar weghaalt, blijft er meer ruimte voor de
andere om te groeien, dus het mes sneed aan twee kanten.
T. proefde van de groene zure pruimen en spuugde haar hapje meteen weer uit. Zij kreeg een handvol zoete kersen. Ik proefde een klein hapje, maar kon er niet enthousiast van worden. Maar N. was blij met haar grote zak onrijpe pruimen. Ik hoop dat ze er thuis, met een bakje zout erbij, erg van geniet.
vrijdag 26 juni 2026
Ochtendje repaircafé
"Vind je het leuk om samen naar het repair-café te gaan?" vraagt vriendin A. in een appje.
"Trakteer ik je meteen op een kopje koffie ergens voor je verjaardag.”
Ik hou van het concept repair-café en ik heb A. al te lang niet gesproken, dus ik typ meteen “Ja, leuk!” terug.
We spreken af op zaterdag om 11 uur, meteen als het repareren begint. Dat blijkt een goed idee, want als we een paar minuten over 11 binnenkomen, zijn er al vijftien wachtenden voor ons. Dat betekent helemaal niet dat we eindeloos moeten wachten. Met haar kapotte melkopschuimer moet A. bij Jasper zijn en die heeft nog geen ‘klanten’. Na het inschrijven kunnen we meteen bij hem terecht.
Jasper is een opgewekte jongeman met een degelijke gereedschapset en genoeg zelfspot. Terwijl hij met de schroevendraaier van A. (“handig, hoef ik niet te zoeken!” de SMEG opendraait, zegt hij: “Ik doe net of ik er verstand van heb, maar dat zegt niet zoveel hoor.”
Een klein uur kijken we op z’n vingers terwijl hij een kluwen draden en fliepjes uit het apparaat trekt die niet bedoeld zijn om het daglicht te zien. Bij alles wat hij doet, geeft hij uitleg en steeds houdt hij voorzichtig een slag om de arm om A. niet blij te maken met een dooie mus.
Tenslotte haalt hij het motortje los, waarvan hij vermoedt dat het niet meer werkt. Het lijkt op een verzwaard waxinelichtje met in plaats van een lont een ijzeren staafje middenin. Jasper meet het dingetje door en constateert dat het is overleden. Een nieuwe heeft ie natuurlijk niet paraat. Samen met A. zoekt hij op internet naar eenzelfde motortje dat ze dan zelf kan kopen.
Nog eens waarschuwt hij: “Het kán nog aan iets anders liggen.” Maar A. wil zeker zo’n waxinelichtje gaan aanschaffen en daarmee later terugkomen. Jasper propt de hele dradenboel zo netjes mogelijk terug en wij gaan eindelijk de beloofde koffie drinken, wat inmiddels op een lunch uitdraait.
Die avond appt A. me dat ze via via een mail kreeg van Jasper. Ze had haar schroevendraaier laten liggen en hij nam helemaal de moeite om haar op te sporen en te mailen.
De melkopschuimer doet het nog steeds niet, maar we hadden een supergezellige ochtend + lunch. En al wordt het uiteindelijk niks met dat motortje: Jasper kan bij ons niet meer stuk.
maandag 22 juni 2026
Teunisbloem
Zondagavond. Na een erg warme dag is het tegen tienen ’s avonds heerlijk om nog even buiten te zitten. Ik zit met een glas koude limonade aan de stenen tafel met m’n rug naar de achtertuin te niksen. Als ik omkijk omdat ik iets hoor, zie ik juist hoe een grote, gele bloem zich in één keer ontvouwt.


De teunisbloem is een avondbloem. Overdag ziet ie er een beetje verflenst uit, vooral als het zonnig en warm is. Als het begint te schemeren (of als het flink bewolkt is) laat ie z’n knalgele bloemen zien. Soms duurt het een tijdje voordat een bloem zich blaadje voor blaadje ontrolt, maar soms gaat het soepel in één keer.
Ik zet m’n stoel andersom en kijk. Waar je meestal time-laps filmpjes voor nodig hebt, die versneld laten zien wat er in een paar uur (of veel langer) gebeurt, zie je bij de teunisbloem gewoon live de verandering van de slapende knoppen in stralende bloei.
We hebben ze op verschillende plekken in de tuin staan. De planten die genoemd zijn naar Sint Antonius van Padua. Dat is vanwege de bloeitijd die rond zijn naamdag op 13 juni begint. Bij ons komt ie niet veel hoger dan een meter, maar je komt ze wel tegen die manshoog zijn. Gewoon in de berm.
Ik weet dat zo’n avondbloem veel nachtvlinders zou moeten trekken, maar als ik van dichtbij ga kijken, zie ik weinig leven. Eén snuitkevertje is alles. Het zal nog te vroeg zijn voor de echte nachtbrakers.
Meteen na de eerste pop-up bloem heb ik een foto gemaakt. Twintig minuten later staat de hele plant heldergeel te stralen. Op de tweede foto lijken de bloemen licht te geven in de avondlucht.
Je kunt in je vakantie op safari gaan naar geweldige natuurreservaten. Je kunt tijdens een stedentrip prachtige, beroemde gebouwen gaan bekijken. Je kunt naar een museum gaan om je te laven aan mooie kunstwerken. Maar na een fietsdag tijdens een hittegolf is er weinig zo ontspannend als het kijken naar het kalmpjes openklappen van de gewone teunisbloem.
Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn
Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...
-
Er ligt een klein, hemelsblauw eitje in de tuin. Helemaal gaaf ligt het op een onbegroeid stukje grond. Mijn eerste opwelling is, het op e...
-
Het is ongeveer 10 kilometer fietsen naar Sanguin en voor alle zekerheid doe ik een regenjas aan. Als ik er bijna ben, begint het zachtjes...
-
Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nem...


















