zaterdag 4 augustus 2012

Fietscomputer

Zorgvuldig verschuif ik het magneetje aan m’n fietsspaak tot het precies voor de sensor langs komt als het wiel draait. Zo. Dat zit goed. Het houdertje heb ik al op m’n stuur gemonteerd en nu kan ik het computertje in gaan stellen. Ik heb alweer een nieuwe kilometerteller gekocht. De vorige begaf het al na een maand, maar voor ik ermee terug kon gaan naar de Hema, verloor ik het tellertje toen ik de fiets achter in de auto meenam. Pech. Inmiddels weet ik goed hoe ik zo’n ding op mijn fiets moet zetten, want het exemplaar vóór de vorige ging ook niet lang mee.
Ik spiek nog even op de gebruiksaanwijzing hoe het instellen moet en druk de beide knopjes drie seconden in om te resetten. Maar het schermpje blijft angstvallig leeg. Ik controleer of de batterij er goed in zit. Druk nog wat langer op de knopjes. Schuif het tellertje aan de houder. Niets.
Dan maar meteen naar de winkel terug, besluit ik slagvaardig.
Het meisje in de HEMA kijkt een beetje angstig naar het lege schermpje en roept haar collega. Dat is een vriendelijke jongen. Hij bekijkt de teller en voert alle handelingen uit die ik net ook bedacht had, maar hij heeft een troef als het scherm dood blijft: een nieuw batterijtje. En kijk, dat helpt. Er verschijnt een rijtje knipperende nullen. Snel fiets ik naar huis om alles goed in te gaan stellen. Vreemd, de teller geeft geen snelheid aan. Misschien moet de magneet wat dichter bij de sensor...
Ik pruts aan de sensor, lees de gebruiksaanwijzing nog eens door, druk op knopjes en rij drie keer naar de hoek van de straat en terug. De kilometerteller geeft keurig de tijd aan, maar kilometers telt ie niet. Nijdig gooi ik de verpakking, de gebruiksaanwijzing en een schaar in m’n fietstas en fiets terug naar de HEMA. Daar staat nu een ander meisje achter de kassa, dat ook al bang is haar vingers te branden aan een kapotte kilometerteller. Ze roept dezelfde jongen erbij en ik verkondig dat de teller weigert en dat ik hem terug kom brengen. Vriendelijk vertelt hij me dat ik dan wel weer alle onderdelen van m’n fiets af moet halen... Juist; daar had ik die schaar voor meegenomen. Ik knip de hele boel los, lever alles in en krijg m’n vijftien euro terug.
Jammer, nou heb ik nog steeds geen kilometerteller.
Ik besluit bij de fietsenwinkel langs te gaan en dan maar een duurder exemplaar te kopen. Maar om nou nog een keer zo’n ding op mijn fiets te zetten, daar heb ik geen zin meer in. Dat komt dan later wel. De jongen die vraagt of hij kan helpen, heb ik nooit eerder gezien. Zou het een stagiair zijn? Als ik hem vraag om een eenvoudige kilometerteller, pakt hij er zonder aarzelen één van twaalf euro negentig. Heb ik de fiets hier? Hij loopt mee en begint kalmpjes de onderdelen uit het doosje te halen. In tien minuten zet hij het tellertje op mijn fiets. “Wacht even”. Hij loopt naar binnen en komt even later terug met een paar extra plastic stripjes, waarmee hij netjes het snoer langs de voorvork vastzet. Ik til het voorwiel op en hij laat het draaien. Net als ik teleurgesteld begin te zeggen dat hij het niet doet, komt de teller tot leven. “Hij moet even een paar keer draaien, dan weet ie wat de snelheid is,” zegt de fietsenjongen. Hij geeft me de lege verpakking en loopt terug de winkel in. “Je bent geweldig!” Zeg ik tegen zijn rug en ik lach breed. Dan stap ik op m’n fiets en rij naar huis. Anderhalve kilometer, met een snelheid van 21 kilometer per uur.

zaterdag 28 juli 2012

Cursus HTML

“Ik ben een nieuwe taal aan het leren”, vertel ik aan N. “ik doe een online cursus HTML.” Ze lacht: “grappig dat je dat een nieuwe taal noemt.”
Het is natuurlijk wat anders dan Frans of Spaans leren, maar html heeft voor mij toch echt wel iets van een nieuwe taal. Als ik een aantal code’s type die de webpagina opleveren zoals ik had bedoeld, is dat net zo’n soort kick als m’n eerste klunzige gesprekje in het Spaans. Ik voel een kinderlijke verbazing dat het echt werkt. Lang geleden ben ik een paar jaar juf geweest op een basisschool in Amsterdam. Ik leerde de kinderen hun eerste woordjes lezen en schrijven. Voor sommigen een worsteling, voor anderen een geweldige ontdekking:
Een schooldag. we gaan met de stadsbus naar Artis. De kinderen hebben allemaal een plekje gevonden en praten, duwen, lachen of kijken naar buiten. Eén jongetje kijkt dromerig naar de deur van de bus. Er staat een tekst op: “Niet tegen de deuren van de bus leunen”. Een dag eerder heeft de klas het woord b u s geleerd. Ineens zie ik een blik van herkenning. “Bus”, zegt het jongetje en dan roept ie enthousiast: “Juf, hier staat bus! Kijk, er staat bus op de deur!!”
De leesles op school blijkt in het wild ook te werken. Geweldig om iemand dat te zien ontdekken. Toen ik in mijn cursus leerde hoe ik in een willekeurige webpagina de html code zichtbaar kan maken, had ik hetzelfde gevoel als het kind in de bus. Ik zag een brij van codes waar ik nog niet veel van snap, maar daartussen herkende ik er af en toe één: het werkt echt.
En nu maar oefenen.
Leuk!

dinsdag 24 juli 2012

“Een zonderlinge kalmte”

Op het water is het geluid anders. Zodra we in de boot stappen, is er die rust die het water geeft. Pratende mensen op hun terras, spelende kinderen, een hond die blaft; dwars door al die geluiden heen hoor je de stilte. Alles klinkt ver, behalve het zachte plonzen van onze peddels.
In het boek “Zeitoun” peddelt een man door de ondergelopen straten van New Orleans na de orkaan Katrina. “Hij zag links en rechts uitzonderlijk grote schade, maar in zijn hart voelde hij een zonderlinge kalmte. Er was veel verloren gegaan, maar de stilte die in de stad hing had iets hypnotiserends.”
Terwijl ik in de vroege avond samen met H. vanuit onze achtertuin de wijk uit peddel, heb ik een soortgelijk gevoel. Zonder de ramp dan gelukkig. Wat we tegenkomen zijn een paar hengelaars, een enorme zwaan, wat meerkoeten. Een fuut duikt onder als we er aan komen en komt midden in een groepje eenden weer boven. Ze vluchten verschrikt met veel gespetter en gekwaak.
De zon staat laag en maakt een glinsterende streep op het water. Als we tussen hoge huizen door varen, met donker oprijzende blinde muren, geeft die felle streep licht een surrealistisch effect. Iets verderop lichten witte hortensia’s op in het avondlicht.
Het is maar een klein rondje dat we maken, maar als we na drie kwartier weer aanleggen, voel ik me alsof ik even ver weg ben geweest. Met een kano heb je geen cursus mindfullness nodig.

vrijdag 20 juli 2012

Schoenen föhnen

“Nou, ik geloof dat ik m’n schoenen nu maar verder ga föhnen.”
De derde vierdaagsedag van dit jaar was vooral erg nat. Met twee lopers in huis heb je dat goed in de gaten. Ze vragen oude kranten om in hun schoenen te stoppen, maar zoveel vocht krijgen die in één nachtje niet afgevoerd. De föhn moet er aan te pas komen.
De vader-met-dochter die we onderdak bieden, komen al voor de vijfde keer logeren in de vierdaagseweek. Inmiddels zijn het vrienden geworden. We vinden het leuk om ze vier dagen lang in de watten te leggen. Een goed bed en lekker eten, koffie en thee, maar ook even meefietsen naar de blarenpost, ’s avonds naar het vierdaagsejournaal kijken en gezellig nog een beetje praten. Het ontbijt zetten we ’s avonds klaar; om vier uur (of nog eerder) opstaan gaat iets te ver. Maar we zorgen wel voor een grote schaal met fruit, ontbijtkoek, allerlei meeneem-koekjes, verschillende soorten brood en ingrediënten voor koffie en thee.
Als ze laat in de middag thuiskomen, zie je de veertig kilometer in hun benen zitten. Vooral als er na een half uurtje zitten besloten wordt om te gaan douchen, gaat het opstaan stroef en het lopen strompelend. Maar klagen doen ze niet, onze lopers. Zelfs na een dag regen hebben ze opgewekte verhalen. Over mooie stukken in de route, gekke mensen onderweg en burgemeesters die ze een hand hebben gegeven.
Na vier dagen en 160 kilometer komen ze met glimmende vierdaagsekruisjes, gladiolen en ophalende familieleden binnen. Dat zijn intussen ook geen onbekenden meer voor ons. Met z’n allen sluiten we de week af met een etentje bij de Chinees. Lopend buffet. Misschien toch niet zo’n goed idee, bedenken we als onze wandelaars op hun zere voeten met hun bord langs de gerechten lopen. Maar elk aanbod om iets voor ze te halen, slaan ze af, de bikkels. Trots gaan we naast ze aan tafel zitten. Ze hebben het weer gered, ónze lopers. We heffen het glas: Proost, op de volgende Vierdaagse!

zaterdag 14 juli 2012

De snelste lift van Europa

Op Potzdamerplatz 1 in Berlijn is op de 24e verdieping het Panorama café. Je moet een kaartje kopen om naar boven te kunnen. Achter de kassa wijst een pijl de hoek om naar de lift. Op een bordje staat dat het de snelste lift van Europa is en we mogen dan ook niet zelf op een knopje drukken. Een kale man met z'n gezicht net zo gladgestreken als z'n pak laat ons in de lift, stapt dan ook zelf in en drukt op nummer 24. Als we met een noodvaart omhoog zoeven, kijkt hij ons even streng aan, alsof we gewaarschuwd worden vooral geen cliché opmerkingen te maken over die snelheid en over de druk die dat op je oren geeft.
Boven kun je over een balustrade om het gebouw heen lopen en op Berlijn neer kijken. We zoeken herkenningspunten en lezen historische informatie op fotoborden. Dan gaan we het café in om met een kop koffie met Schwarzwalder kirsch uit het raam te kijken hoe in de diepte de metrotreintjes in en uit het station rijden.
De ober heeft een plastic glimlach die hij alleen even opzet als hij onze koffie neerzet. Twee stappen verder is zijn gezicht weer strak.
De Schwarzwalder kirsch ziet er fantastisch uit maar valt tegen. De chocoladecake smaakt niet naar chocola, de room is niet lekker zoet en de kersen zijn flauw. Als we de rekening vragen is daar weer die nepglimlach. We worden er een beetje lacherig van. Onze kale vriend in de lift is nog steeds even chagrijnig en we bedenken dat het ook niet zo'n leuk baantje is. Steeds maar met toeristen in die lift: zoef, omhoog, zoef, omlaag. Misschien doet het iets raars met je hersens. Misschien is het net zo ongezond als ruimtereizen. Misschien word je er kaal van...
En dan altijd weer hetzelfde commentaar van al die bezoekers. Het is maar goed dat overal stevige spijlen staan, anders zou hij er vast af en toe een naar beneden gooien. Als we weer buiten staan, kijken we omhoog om te zien waar we net zaten.
Was het de moeite waard? Het uitzicht was geweldig, de koffie was lekker. Maar wat we zeker niet zullen vergeten is de lift. Met de meest uitgestreken liftboy van Europa.

donderdag 12 juli 2012

Oudheid

Vandaag regent het in Berlijn. We komen al op tijd bij het Pergamon-museum en zien geen rij bij de ingang. Als we dichtbij zijn, zien we dat er wel een kluit mensen rond het kassagebouw schuilt.
Wij hebben al kaartjes en lopen meteen door naar de tijdelijke tentoonstelling: het Assisi-panorama.
Acht ijzeren trappen voeren ons naar een rond plateau, waar juist de kunstmatige dageraad ontwaakt, compleet met krekelgetjilp en geroezemoes van mensenmassa's. In de diepte zien we een levensecht tafereel uit de oudheid. Duizenden mensen stromen naar de stad waar een feest wordt voorbereid. Aan alle kanten van ons plateautje is zoveel te zien dat we de zon nog twee keer laten ondergaan voor we de trappen weer afdalen. Beneden proberen we te doorgronden hoe het panorama gemaakt is. Een mix van foto's, schilderwerk en technische kunstgrepen. Knap om een stad uit 130 na Christus zo tot leven te brengen.
De vaste collectie van het museum brengt ons nog verder terug in de tijd. We lopen door de Ishtar-poort uit het Babylon van 6 eeuwen voor Christus. Met z'n helderblauw geglazuurde stenen en afbeeldingen van draken en stieren rijst de poort hoog boven de bezoekers uit. En dan is dit nog maar de kleine 'voorpoort'. Er zijn nog meer van die enorme bouwwerken. Poorten, muren, beelden. Geimponeerd lopen we tussen die eeuwenoude stenen kolossen. Tot we na een paar uur onze voeten beginnen te voelen.
Voor de gewone menselijke noden is tussen al dit antieke geweld weinig oog. De honderden bezoekers moeten het met een (1) toilettenblok doen en in een verloren hoek is een piepklein koffiebarretje. Ook bankjes zijn erg dun gezaaid. Als we bijna door onze benen zakken, slaan we de laatste zalen over. En met een hoofd vol antieke oudheid gaan we op zoek naar eten, drinken en een wc.

Berlijnse muur-route

Als we zitten te ontbijten, horen we regen op de parasols buiten. Dit is onze derde dag in Berlijn en we zijn van plan om de muur-route te fietsen. Een tocht van ruim 18 km. Langs de vroegere grensmuur tussen Oost- en Westberlijn. Nu de regen uit een loodgrijze lucht naar beneden klettert, twijfelen we. Maar als we klaar zijn met ontbijten, inpakken en plassen is het droog en zetten we ons plan toch door.
Met de metro naar Bornholmerstrasse, waar we te voet beginnen bij de Bösebrücke. Hier ging in 1989 voor het eerst de slagboom tussen Oost en West open om een grote menigte Ossi's door te laten. Het enige wat ze graag wilden was "een biertje drinken op de Kurfurstendam en dan weer naar huis".
We bekijken de levensgrote foto's van al die lachende, hoopvolle mensen; de eerste bres was geslagen in die gehate muur. Kort erna werd ie echt afgebroken. Langs de brug staat nog een stuk muur en we proberen ons voor te stellen hoe het er voor 1989 uitzag. Onze route gaat precies door het niemandsland dat in die tijd zo streng bewaakt werd. Na een paar km. gaan we verder op gehuurde fietsen. Door een groot park, door woonwijken, maar ook steeds weer langs monumenten. Tegelpaden over een grasveld waaronder vroeger vlucht-tunnels liepen. Een vierkante wachttoren die beheerd wordt door de broer van het eerste muur-slachtoffer; neergeschoten bij een vluchtpoging. Gedenkplaten voor andere vermoorde vluchtelingen die naar het Westen probeerden te komen.
Op delen van de route wordt met een dubbele rij bakstenen in het asfalt aangegeven waar de muur stond. Op sommige plaatsen staat nog een stuk, of hij loopt als een klein siermuurtje verder. We volgen de restanten onder de Brandenburger Tor door en dwars over de Potzdamer Platz. Nu een trots plein waar grote, moderne gebouwen staan. Toen een kale plek waar geen mens mocht komen. Onvoorstelbaar. Het beroemde Checkpoint Charly (destijds een streng bewaakte grensovergang) is een onooglijk gebouwtje met een vierkant van zandzakken er voor. Toeristen kunnen er grappig op de foto met geüniformeerde "wachters". We fietsen er voorbij.
Bijna aan het eind van de route stappen we af bij de "Eastside Gallery". Hier staan nog tientallen meters muur. Maar dit stuk straalt je met bonte kleuren tegemoet. Van boven tot onder is het volgespoten met grafiti. Het ene na het andere kunstwerk. Bijna allemaal met een politieke lading. Somber, vrolijk, lelijk, prachtig, sober, druk, flets, kleurig. We lopen er met de fiets aan de hand langs en kijken en kijken. Dan stappen we op voor het laatste stukje. Bij een laatste wachttoren is het eindpunt van de muur-route. Meer dan een paar spetters regen hebben we onderweg niet gehad. Wel zijn we doordrenkt van Berlijnse geschiedenis. Mooie tocht!

Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht

Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na e...