vrijdag 21 september 2012

Zwarte zusters

“Pa”, staat er als onderwerp boven de mail van m’n broer en ik voel een lichte ongerustheid als ik hem open. Er zijn toestanden met pa, meldt de mail; hij belde deze week te pas en te onpas om te klagen. Hij was pas om half 1 door de nachtdienst naar bed gebracht; ze lieten hem niet plassen voor het slapen gaan; hij zat in de huiskamer met de vervelendste huisgenoten. Hij wilde zo niet verder... Ik bel mijn broer en zeg dat ik met de verzorging zal praten. En met pa.
Vrijdagmorgen zet ik me schrap voor een zware dag. Om elf uur loop ik door de gang van het verpleeghuis en ik zie hem al in de huiskamer zitten. Vorige week begon hij meteen te mopperen dat ze hem alleen aan tafel lieten zitten. Nu zegt hij niet zo veel. Als ik vraag of hij mee naar het restaurant wil om koffie te drinken knikt hij. “Ja! Want hier is het toch niks.”
Dan begint hij alsnog te klagen. Hij wordt hier gecommandeerd en ze laten hem maar praten en luisteren niet naar wat hij wil. Bij een kop koffie probeer ik er achter te komen wat hem dwars zit, want tot vorige week was hij niet zo boos en ongelukkig. “Dat Bouterse-gedoe, daar hou ik niet van”, zegt hij. Ik tel zwijgend tot tien en vraag of hij ruzie heeft met zwarte zusters? “Eentje maar”, antwoordt hij en omdat hij weet hoe weinig ik van z’n racistische opmerkingen moet hebben, probeert hij onbeholpen te nuanceren. “Ze moeten me niet commanderen. Ik weet wel dat wij het vroeger bij hun ook gedaan hebben, maar we leven hier in een vrij land...”
Wij en hun.
Ik vraag of er ook aardige zwarte zusters zijn en die zijn er. Geduldig vraag ik naar al zijn klachten en dan gaan we naar boven, waar ik zijn afdelingscoördinator R. opzoek en om een gesprek vraag. Even later zitten we bij elkaar. We nemen het lijstje door van ergernissen en grieven, bedenken oplossingen en krijgen uitgelegd waarom sommige dingen gaan zoals ze gaan.
Het is een goed gesprek, waarin mijn vader serieus genoemen wordt en dat is waarschijnlijk ook waar alles om draait. Als we uitgepraat zijn, ziet hij er wat tevredener uit. Voordat we weer naar beneden gaan om te lunchen geeft R. mij een hand. Tegen pa zegt ze: “Ik heb alles genoteerd meneer A. Gaat u nu lekker met uw dochter naar het restaurant?” Even legt ze een pikzwarte arm om zijn schouder en terwijl ik zijn rolstoel de gang in duw, lacht hij vriendelijk tegen haar.

zondag 16 september 2012

Kort verhaal in de trein

Het is druk in de trein. Ik heb een bundel korte verhalen bij me, maar het lukt me niet goed om me te concentreren; In de coupé voor me zit een jonge man te bellen en al praat hij niet hard, ik kan niet om z’n stemgeluid heen. Er zit een schor kraakje in en bovendien is het een heel intens gesprek. “Nee, maar ik brsmsp toch...” hoor ik, “dat kán niet, nee, dat kan écht niet...”
Ik kan niet anders dan meeluisteren en zie om me heen dat het met veel medepassagiers niet anders is. Met mijn boek open op schoot kijk ik uit het raam. De gekwelde kraakstem schiet weer uit. “Nee, dat is het niet. NEE! Nee!”
De man tegenover me zucht. Hij kijkt om naar de telefonerende jongen, haalt z’n schouders op en zegt half in de lucht, half tegen mij: “Je hébt d’r exemplaren bij...” Er gaan lachjes van verstandhouding door de coupé.
Ik probeer me weer in mijn boek te verdiepen, lees en herlees een paar regels, kijk weer op. “Asjeblieft, nee asjeblieft!” De stem barst nu helemaal.
Dan laat de man zijn telefoon zakken en begint te huilen. Hij legt z’n zwartgerande bril op het tafeltje voor zich en vist een zakdoek uit zijn zak. Stilletjes staart hij voor zich uit terwijl de tranen over z’n wangen glijden. Ineens vind ik hem niet meer irritant, maar heb ik met hem te doen. Wat ziet hij er weerloos en zielig uit zo. Het is stil in allebei de coupé’s. Ik lees mijn verhaal uit.
Als ik weer opkijk, heeft hij zich hernomen. Zijn bril staat weer op z’n neus, maar daarachter zijn z’n ogen een beetje rood.
In Utrecht stapt hij uit. Zonder te aarzelen loopt hij snel naar een roltrap en verdwijnt met z’n koffertje uit het zicht. Even later zet de trein zich weer in beweging en ik begin aan het volgende verhaal.

zaterdag 8 september 2012

De oudste inwoonster van Rottum.

“Bestemming bereikt”, zegt mijn Tom-tom. Ik parkeer naast de lage muur waarachter het kerkhof ligt. Precies tegenover het huisje van m’n tante. Er staat een bord in de tuin: Te Koop.
“Je bent nog net op tijd”, zegt ze als we elkaar begroet hebben. “over twee weken ga ik verhuizen.” Nooit eerder heb ik haar bezocht hier in het Groningse dorpje Rottum, maar nu ben ik blij dat ik het hele eind gereden heb. De zus van mijn moeder is 89, vitaal en eigengereid.
Ik loop achter haar door de achterdeur naar de keuken. Daar zet ze koffie en dan krijg ik een kleine rondleiding door het huisje. Kamer, slaapkamer, zijkamertje, “en deze trap gaat naar de zolder. Daar mag jij vannacht slapen.” De trap is smal en steil. Voorzichtig klimt ze voor me uit naar boven. “Loop jij maar achter me, dan kun je me opvangen”, grinnikt ze.
Ik moet een emmer meenemen, want ze wil me niet van die trap horen stommelen vannacht. Als de slaapplaats geregeld is, eten we pittige soep. Daarna haalt ze een mondharmonica te voorschijn om liedjes van vroeger te spelen. Na een tijdje stel ik voor om een spelletje te doen. De hele avond wint ze glansrijk van me, en daar heb ik geluk mee want ze kan niet tegen haar verlies, zegt ze nogal triomfantelijk.

Het slapen op zolder is om zeven uur afgelopen; mijn tante is een ochtendmens en ik pas me aan. Achter de rollator gaat ze me na het ontbijt voor door het dorp. “Hier woont het mannetje met de garage. Hij woonde eerst in dat huis daar, maar daar woont nu X, die een zoon is van Y. Die heeft me geholpen met m’n schuurtje. En hier links is het huis van m’n loodgieter. Zij moet deze week m’n waakvlam even aandoen, want dat lukt me zelf niet meer.” We kuieren het dorp uit over een landweggetje. Na twee kilometer draait ze abrupt de rollator om. “Ik wil niet te lang wegblijven, want misschien komt één van de kinderen langs vanwege mijn verhuizing.”
Als we bij het huisje terugkomen, is er buiten bedrijvigheid. Het is open monumentendag en de kerk is geopend. Langs het muurtje bij het kerkhof staat een marktkraam. Er hangen zelfgemaakte tassen met een bordje erbij: “Gemaakt door de oudste inwoonster van Rottum.”
We zijn er al langs als een vrouw naar mijn tante roept: “Hoe vind je je tassen d’r bij hangen?” Ze draait de rollator weer om en we kijken hoe de spulletjes uitgestald worden. Trots wijst ze op de tassen en vertelt over de verschillende stoffen en waar ze vandaan komen.

In haar kleine achtertuin drinken we koffie en dan gaat ze iets te eten maken voordat ik weer in de auto stap. Mijn aanbod om te helpen slaat ze af. “Ik wil het op m’n eigen manier doen. Ga maar wat lezen.” Na het eten loopt ze mee naar m’n auto. “Ben je niks vergeten?” Ik omhels m’n broze, taaie tantetje en zwaai met m’n arm uit het open raam. Voordat ik de bocht om ben, heeft ze zich al omgedraaid om weer naar binnen te gaan.

zaterdag 1 september 2012

2theloo

Het is al druk in de Kalverstraat op vrijdagmorgen om 10 uur. Niet met toeristen (al lopen er wel een paar) maar vooral met vrachtverkeer. Ook hier moeten winkels bevoorraad worden.
Ik ben vanaf half 8 onderweg en moet nodig. Dat zal geen probleem zijn op de plaats waar ik een reportage ga maken. 2theloo is the place to be voor winkelend publiek met hoge nood.
Ik heb een afspraak met E., de bedenker en oprichter van de succesvolle keten. Maar eerst ga ik even zo’n luxe toilet uitproberen. Het mag gratis, maar voor de geluidsopname gooi ik toch een euro in het poortje. Met de recorder aan klater ik extra hard en trek door. Als ik het poortje weer door ga, staat er iemand op me te wachten. “E. heeft wat oponthoud; hij is onderweg”, vertelt de man terwijl hij me een hand geeft. Hij stelt zich voor als de financiële manager van 2theloo en nodigt me uit om alvast naar de vergaderkamer te komen. Maar ik wil eerst nog even de winkel rond.
Wie voor een euro het wc-poortje doorgaat, krijgt een bonnetje. Daarmeer kun je 50 cent korting krijgen op de producten in de winkel. Hebbedingetjes, waarvan er veel met w.c.’s te maken hebben: zeep, handcrème, maandverband; maar ook nagellak en snoepjes.
Als ik alles heb bekeken, ga ik langs een metalen wenteltrap naar boven. Daar komt ik door een rommelig gangetje in een lange, smalle ruimte met een grote vergadertafel. De financiele man haalt koffie voor me en vertelt wat over het concept van de w.c.winkel en over zijn werk. Hij vraagt waar ik precies van ben, en midden in mijn uitleg over Dedicon en gesproken tijdschriften komt de directeur binnen.
E. is een joviale man, die graag en makkelijk vertelt over het succes van zijn idee. Het is zo simpel als wat. Wie in een stad rondloopt, moet op een zeker moment plassen. W.c.’s zijn lang niet altijd makkelijk te vinden, en vind je ze wel, dan zijn openbare toiletten vaak nare, vieze plekken. “Dat kan anders”, besloot E. Hij zette meteen hoog in met een w.c. winkel in de Amsterdamse Kalverstraat. Frisse, schone toiletten, waarvan de deuren beplakt zijn met levensgrote posters en ook de ruimtes zelf elk een opvallende inrichting hebben.
Anderhalf jaar later zijn er al zo’n 50 locaties van 2theloo in 6 verschillende landen. “Had je dat ooit gedacht?” vraag ik aan E., “dat je nog eens wc-baas zou zijn?” Hij lacht. “Nee, zoiets bedenk je niet van te voren. En ook niet dat het zo’n succes heeft.” Met enige trots vertelt hij dat ze kort geleden vanuit Las Vegas zijn benaderd om daar een locatie te beginnen.
Dat moet toch wel een enorme kick zijn, als je idee zo wereldwijd aanslaat, bedenk ik. Toch heb ik liever m’n eigen baan. E. mag dan de hele wereld over reizen voor z’n bedrijf: ik ben met een olifantenverzorger meegeweest in het olifantenverblijf, praat met glazenwassers en voetballers, ging op pad met een rattenvanger en deed een workshop hoge hakken lopen.
En nu heb ik weer een leuk gesprek gehad met de directeur van een succesvol, trendy bedrijf dat de wereld verovert: 2theloo.

zondag 26 augustus 2012

Schietsport

Dat gebouwtje aan het eind van de straat moet het zijn. Even denk ik dat het niet klopt, omdat op een grasveld naast de deur een groep hardlopers staat te stretchen. Maar het staat met duidelijke letters op de gevel: “Schietvereniging Op de Korrel “.
Ik duw de deur open en kom in een café. Aan de bar zitten wat mannen en het is meteen duidelijk wie ik moet hebben. “Goedenavond”, zeg ik, “jij moet J. zijn.” “Klopt helemaal”, zegt hij, en hij steekt z’n hand uit. Als ik die schud, kijkt de enorme geleidehond aan zijn voeten even op. Hij besluit blijkbaar meteen dat ik goed volk ben, want z’n kop zakt weer op de voorpoten. Lang kan hij niet blijven liggen, want voor een interview moeten we naar een plek met minder achtergrondgeluid. In de directiekamer achter de bar vertelt J. me hoe hij de schietsport ontdekt heeft en wat er zo leuk is aan schieten. “Dit kan ik helemaal zelf doen”, legt hij uit. “Ik heb van niemand hulp nodig.”
Vroeger had hij muziek gemaakt bij een fanfare-orkest, maar toen zijn ogen achteruit gingen, kon hij de dirigent niet meer zien en de bladmuziek niet lezen. Vooral ’s avonds ziet hij vrijwel niets en zo’n orkest treedt vooral in de avonden op. Het duurde een paar jaar voor hij z’n nieuwe hobby vond: schieten met een luchtgeweer.
“Maar om goed te mikken heb je toch juist een paar scherpe ogen nodig?”
“Het kan ook anders.”
Boven in de schiethal zal J. laten zien hoe. “Kom Digger”. De grote zwarte labrador leidt hem netjes de trap op, naar een hal met aan de ene kant een rijtje stoelen en aan de andere kant ramen van vloer tot plafond. Daarachter zijn 25 schietbanen. Een stuk of 10 mannen en vrouwen staan geconcentreerd te mikken.
“De schietafstand is tien meter”, vertelt J. “Je schiet van achter een balie op een kartonnen bordje met een schietschijf.” Ik zie één van de schutters het geweer neerleggen. Langs een paar metalen “waslijntjes” komt de beschoten schietschijf naar voren. Van dichtbij kan de schutter controleren waar z’n kogeltjes terechtgekomen zijn. We lopen door een glazen deur naar de vaste baan van J. Daar ligt zijn luchtgeweer. Het ziet er anders uit dan de andere, want in plaats van een vizier zit er een dichte, zwarte buis op de loop. “Met dit systeem kan ik horen of ik goed richt”, vertelt hij. Hij rommelt aan een kastje, tilt z’n geweer op en laat me luisteren aan de koptelefoon die met het kastje verbonden is. Er komt een pieptoon uit, die verandert zodra het geweer beweegt. Hoe dichter bij de roos, hoe hoger de piep.
J. zet de koptelefoon op, legt aan en schiet. Hij schudt zijn hoofd. Als hij het kartonnen bordje naar voren laat komen, voelt hij waar het gaatje zit. Nog net in het randje van de schietschijf. “Niet zo best”, vindt hij, maar ik vind het knap om met zoveel afleiding toch nog dat schijfje te raken.
Er is een vrouw naast ons komen staan. Ze stelt zich aan me voor als de vrouw van J. en ze is net zo enthousiast over de schietsport als hij zelf.
Ik heb genoeg materiaal voor m’n geluidsreportage en J. brengt me terug naar het café. Samen met Digger, die de weg wijst. Als ik naar buiten loop, gaat hij weer naar boven. Om nog een tijdje te gaan schieten. Zonder afleiding lukt het hem vast wel een keer om het midden van de roos te raken.

zondag 19 augustus 2012

Heetste dag

Omdat er vandaag in ons land een warmterecord gevestigd wordt, hebben we besloten te gaan varen. Met z’n drieën roeien we naar het meertje verderop. Dochter E., voorin de boot, heeft geen zin om zich uit te sloven en peddelt oppervlakkig. H. moet zich redden met een klein noodpeddeltje. Het gaat hem eigenlijk niet snel genoeg. Ik zit achterin en stuur.

Halverwege wil H. wel met me ruilen en zodra hij op de stuurmansplaats zit, probeert hij zijn gezag te laten gelden: “Jullie moeten wel roeien, anders kan ik niet goed sturen”, zegt hij ongeduldig. We roeien braaf, maar onze onervaren stuurman manoevreert ons recht op een eilandje af. We lachen hem vrolijk uit en slaan met de peddels op het water om hem nat te spetteren.

Langzaam varen we tussen riet en waterplanten door. Een fuut met twee pasgeboren jonkies gaat voor ons opzij. Eén van de kleintjes verdwijnt plotseling onder water. H. schrikt: “is ie door een rat naar beneden getrokken?” Even later floept het beestje een paar meter verderop weer boven. Dat futenkunstje is blijkbaar aangeboren.

In het meertje zijn wat mensen aan het zwemmen. E. vindt dat een goed idee. Ze wil ook het water in. Maar dan wel heel voorzichtig. Als ze haar benen over de rand van de boot laat bungelen, hellen we gevaarlijk over. Lachend gaat ze op het randje van de boot zitten, maar dan bedenkt ze dat haar Iphone droog moet blijven en laat zich in het water zakken voordat we omslaan.

“Het is heerlijk, kom er ook in”, roept ze. Het is niet handig om de kano onbemand te laten dobberen, dus blijf ik in mijn boot. Als ik even later zie hoe lastig het is om weer aan boord te klimmen, ben ik blij toe.

Met twee natte passagiers stuur ik weer naar huis. Daar gaan we een warme middag tegemoet. De heetste zondag sinds 1994.

zaterdag 11 augustus 2012

Logica

De treinkaartjes worden duurder. Dat las ik deze week in de krant. Het zette me aan het denken. Kort geleden verblijdde de NS mij en vele anderen met een boekje met voordeelbonnen. “Tot wel 350 euro korting!” staat er voorop. Zomaar een kadootje van 350 euro! Dank je wel, NS.
En ik krijg tóch al altijd zoveel korting met m’n voordeeluren-abonnement. Als ik er goed over nadenk, word ik enorm gesponsord door de Nederlandse Spoorwegen. Even rekenen:
Iedere week reis ik van Nijmegen naar Amsterdam en terug. Dat zou normaal gesproken 34 euro 20 kosten, maar met korting betaal ik 20 euro 60. Dat levert me dus elke week 13 euro 60 op. Als ik voor het gemak uit ga van 50 weken per jaar, betekent dat een winst van 680 euro! Met die 350 van de voordeelbonnen erbij heb ik dus zeg maar 1030 euro van de NS gekregen. En laat dat nou precies net zo veel zijn als ik uitgeef aan m’n wekelijkse reis naar Amsterdam: 50 keer 20 euro 60.
Welbeschouwd rij ik dus het hele jaar voor niks met de trein. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor mij. Er zijn massa’s mensen met zo’n abonnement, en dat boekje met voordeelbonnen werd huis aan huis verspreid. Voorzichtig geschat moet dus half treinend Nederland op die manier gratis het land door reizen. Hoe is het mogelijk... Geen wonder dat de NS hun prijzen moeten verhogen.

Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht

Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na e...