Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht een leeg boek. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht een leeg boek. Sorteren op datum Alle posts tonen

woensdag 2 oktober 2024

Een leeg boek



Zo lang als ik me kan herinneren, hou ik van lezen en schrijven. Mijn moeder vertelde me ooit dat ik als tweejarige op m’n knietjes voor een lage boekenplank zat en daar geconcentreerd een voor een alle boeken uit trok. Toen mijn broer z’n eerste letters leerde lezen, rustte ik niet voordat ik óók wist hoe die letters heetten. Ik kon lezen toen ik naar de kleuterschool ging.

Een andere anekdote over mijn relatie met boeken is het verhaal dat ik als kleuter zei dat ik later boeken wilde gaan schrijven, maar me afvroeg waar je een leeg boek vandaan moest halen. (Jaren later kreeg ik een ‘leeg boek’ als Sinterklaas-surprise)

Schrijven heb ik inderdaad altijd gedaan. Op de kinderpagina van het plaatselijke krantje, in dagboeken, als redacteur bij Dedicon en al jaren vrijwel iedere week een appelpuntje hier. Maar een boek is er nog nooit van gekomen.

En nu ben ik dan toch bezig met een boek. Geen roman, geen pretentieus werk, maar een gelegenheidsboek bij het vieren van het 50-jarig jubileum van de Vereniging Vrijwillig Landschapsbeheer. Met een grote stapel oude bulletins, jaarverslagen en notulen naast me op tafel probeer ik de geschiedenis van deze club in leesbare teksten te vangen.

Bij het afscheid van m’n werk kreeg ik een professioneel opname-apparaat cadeau, dat me nu goed van pas komt, want ik ga er op uit om allerlei mensen te interviewen die me bruikbare informatie kunnen geven. Het voelt bijna als werk – en dat is best weer eens leuk.

Een boek dus. Echt een klusje om te gaan doen als je met pensioen bent, toch? En ik heb het nooit eerder gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.

zondag 11 oktober 2009

Opvoeden

Herkenbare scene: in de supermarkt ziet een klein kind de schappen met snoep en krijgt daar veel zin in. Er wordt gezeurd om snoepjes en pappa of mamma begint met een vastbesloten “nee”, maar vijf minuten later zie je het lekkers toch in die kar liggen. Vooral in de rij voor de kassa moeten ouders stevig in hun schoenen staan, als ze minutenlang met hun kroost naast die marsen, twixen en kinder-eieren staan. Het is een plek waar je veel staaltjes van meer of minder geslaagde opvoeding kunt bekijken.

Opvoeden is een hot item.
Sinds dominee Goldschmeding zijn pleidooi voor de pedagogische tik hield, die al snel uitgroeide tot een oudtestamentische kastijding, is de discussie weer in volle gang. Je kunt geen krant openslaan of er is een expert aan het woord.
“Kinderen onder de vier jaar begrijpen nog niets van straf”, beweerde een mevrouw die er verstand van zou hebben in een artikel in het AD. Collega A., alleenstaande moeder van twee kleintjes, grinnikte toen ik het citaat voorlas. Ze vertelde hoe haar tweejarige zoon diezelfde week het tegendeel had bewezen. Iedere dag is het een probleem hem zijn bordje leeg te laten eten, terwijl koekjes en snoepjes er natuurlijk grif in gaan. Ten einde raad had A. hem gezegd als hij aan tafel niet wilde eten, dat hij dan morgen ook geen koek kreeg. Tot haar eigen verbazing wist hij de volgende morgen heel goed dat hij geen koek kreeg en waarom, en at hij ’s avonds keurig zijn bordje leeg.

Het ADartikel ging verder met een praktijkvoorbeeld van een driftig kind, dat volgens de opvoedingsdeskundige vriendelijk toegesproken moest worden. Het voorbeeld dat ze gaf van hoe je dat zou kunnen doen, deed me sterk denken aan “Het feuilleton”, een satirisch boek uit de jaren zeventig, toen “anti-autoritair opvoeden” in de mode was. Daarin spreekt een moeder haar kleuter toe als hij bij anderen thuis in de gordijnen hangt: “ John-John, als vorm van bezig zijn lijkt me dit echt minder geschikt. Je optreden zou wel eens aanleiding tot misverstand kunnen geven, dacht je zelf ook niet?” (antwoord van John-John: “Lig niet te zeiken”)

Goed, dominee Goldschmeding is een griezel, met z’n verhaal over huilende kinderen die je moet blijven slaan tot hun wil gebroken is. Maar naar de andere kant kun je ook doorslaan. Wel eens geprobeerd om met een lieflijk stemgeluid over het gebrul van een boze peuter heen te komen? Soms is een grens duidelijker als je zo’n driftkikker bij kop en kont pakt en even op een rustig plekje zet. Kun je zelf ook even afkoelen.
En als er geen rustig plekje in de buurt is? Tja, opvoeden is improviseren. Op sommige dagen bak je er niks van, en soms gaat het zomaar gesmeerd. En die mislukte dagen komen in de beste families voor hoor. Wie denkt dat het bij anderen altijd lekker loopt, moet maar eens een uurtje gaan rondhangen bij de kassa’s van de supermarkt.

zaterdag 8 april 2017

Hulpmiddelen in de klas

beeldschermloep

De klas van de bovenbouw is achterin de eerste gang rechts. Er zijn nog geen kinderen binnen en leerkracht K. neemt rustig de tijd om me iets over zijn klasje te vertellen. Acht kinderen zitten er in zijn groep en vandaag zijn er maar zeven, want er is iemand ziek. Eén meisje is helemaal blind, de anderen zien nog wel iets. Dat vraagt om verschillende aanpassingen. Er staat dan ook heel wat apparatuur in het lokaal. Daar wil ik straks meer over weten.

Om kwart voor negen lopen we naar buiten om de kinderen op te halen. Er gaat niet, zoals bij gewone scholen, een bel waarna iedereen naar binnen stormt. Elke klas heeft z’n eigen verzamelplek waarvandaan ze naar binnen begeleid worden. Er is pas één jongen aanwezig. K. lacht: “sjonge, we hebben al één leerling!” In de tien minuten erna druppelt de rest binnen. De kinderen komen met taxibusjes uit de wijde omgeving en dat niet iedereen op tijd is, is vaste prik. Als het schoolplein leeg is, vinden de kinderen zelf hun weg naar de klas wel. Die van de bovenbouw tenminste. 

Meester K. vertelt de klas wie ik ben en dat ik vanmorgen kom kijken. Dan geeft hij precies aan wat er die ochtend op het programma staat. Even later gaat iedereen bezig met z’n eigen taak en twee kinderen komen met K. vlak voor het grote digibord zitten, waar ze instructie krijgen.

Laptop met brailleleesregel
Het blinde meisje kent het tijdschrift wel dat ik maak. Ze heeft het een paar keer geluisterd en vertelt vrolijk: “Toen dacht ik: nee, hier ga ik geen abonnee van worden!” Ik moet lachen en vertel dat ik van het volgende nummer voor de hele klas cd’s ga opsturen. Daar is ze dan weer heel enthousiast over.
Het thema voor dat volgende nummer is ‘hulpmiddelen’ en daarom ben ik vandaag in de klas. Ik wil weten wat voor hulpmiddelen ze gebruiken, want ik hou de ontwikkelingen op dat gebied wel een beetje bij, maar wat er van alle mooie, nieuwe technologie nou dagelijks gebruikt wordt, is weer een ander verhaal.

Ik loop door de klas en kijk even mee met een jongetje met pet en bril. De pet is omdat hij slecht tegen fel licht kan. Hij legt uit hoe hij werkt met de beeldschermloep. Er zit een verstelbare camera aan die nu op zijn werkboek gericht is. Het kan ook op het digibord gericht worden. Het beeld komt vergroot op het scherm en de jongen laat zien hoe hij het kan aanpassen. Het blinde meisje werkt op een laptop. Als ze hem aanzet, geeft een elektronische stem aan wat er op het scherm staat, maar die stem zet ze vlug af. Ze heeft er een hekel aan, zegt ze. Haar smalle vingertjes bewegen vlug over de brailleleesregel, waar ze nu haar informatie kan vinden.

De houten tafels kunnen allemaal opgeklapt worden, als grote leesplanken, zodat kinderen met hun neus bovenop een boek kunnen zitten zonder dat ze zich helemaal voorover hoeven te buigen. “Beter voor de houding,” vertelt de leerkracht. Die boeken zijn bijna allemaal speciale grootletter-uitgaven.
Sommigen lezen ze zonder meer, anderen gebruiken een beeldschermloep en er is ook een jongen die een doorzichtige halve bol als loep over zijn boek schuift om de letters goed te kunnen zien.

Halverwege de ochtend heb ik een interview met drie leerlingen die nog veel meer hulpmiddelen kunnen noemen en uitleggen. Ze vinden het interview interessanter dan hun schooltaken en rekken het zo lang mogelijk. Ik heb dan ook meer dan genoeg materiaal als ik om kwart over 12 de school weer verlaat.
Een leuke en leerzame ochtend was het. En nu hard aan het werk om van het themanummer over hulpmiddelen een net zo leuke en leerzame uitgave te maken.

zondag 10 december 2023

Broers

Het is de laatste keer dat we m’n schoonzus in dit huis bezoeken. Binnenkort gaat ze verhuizen. Een grote verandering, want ze verhuist alleen. Haar man, de oudste broer van H., woont sinds vorig jaar in een verzorgingshuis. Ze heeft ons al zien aankomen en we hoeven niet in de regen voor de deur te wachten; die gaat meteen open.

In de woonkamer zit broer B. op een makkelijke stoel. Hij is thuis op bezoek. Mijn schoonzus haalt koffie en gebak voor ons uit de keuken. We praten over haar verhuizing en kijken foto’s van haar nieuwe plek. Ze vraagt hoe het met ons gaat en we praten een tijdje. B. zit te luisteren en knikt af en toe, maar of hij het gesprek volgt, weet niemand.

Op tafel liggen een paar fotoboeken met familiefoto’s en na een tijdje schuift H. een stoel naast die van zijn broer en gaat met hem zo’n boek bekijken. H. wijst foto’s aan en vertelt wie er op staan. Bij sommige namen is er herkenning. Vaker alleen een nietszeggende opmerking: ‘ja, die is er ook bij,’ of ‘dat was daar in eh, je weet wel.’ Hij lijkt het wel leuk te vinden, maar H. máákt het ook leuk. Bij een jeugdfoto van zichzelf roept hij enthousiast ‘jaaa, kijk, dat ben ík!’ En bij andere foto’s vertelt hij anekdotes of maakt ie gewoon gekke opmerkingen.

Vanaf de andere kant van de kamer, waar ik op de bank zit, kijk ik naar de broers. Ik ben soms een beetje jaloers op H. om het gemak waarmee hij communiceert, ook in dit soort lastige situaties. Ik denk dat zijn broer het gezellig vindt. Of hij weet wie we zijn, is niet duidelijk, maar hij ziet blijkbaar wel iets bekends.

Er wordt gebeld en een kleindochter komt even bij oma en opa kijken. Ze vertelt over haar werk, op een revalidatie-afdeling, en drukt m’n schoonzus op het hart om haar te bellen als ze een keer hulp nodig heeft. Lief.

Tegen vijven nemen afscheid van m’n schoonzus en brengen B. terug naar het verzorgingshuis. In de huiskamer is de tafel al gedekt en een paar bewoonsters zitten al klaar. We helpen broer B. uit zijn jas en op zijn stoel. Daar zit hij vriendelijk voor zich uit te kijken.
“Ben jij Wim?” vraagt zijn overbuurvrouw aan H.
Hij geeft haar een hand “Nee, ik ben de broer van B.,”
“O, ik dacht dat je mijn zoon Wim was.”
Een andere vrouw vraagt of we ook mee komen eten.
“Nee,” zeg ik, “we gaan zo bij m’n dochter eten in Amsterdam.”
“Naar Amsterdam!” roept ze boos. “Daar moet je niet naar toe gaan!”
“Wim,” zegt de eerste vrouw tegen H., “Wil je me straks roepen?”
“Ik ben H.,” zegt hij, “en ik ben zíjn broer!” Hij houdt zijn gezicht naast dat van zijn broer. Die glimlacht vaag en zegt niets.

We moeten gaan.
“Eet smakelijk,” roepen we en zeggen nog een keer gedag tegen B. Die knikt alleen maar vriendelijk. Hij kijkt niet om als we naar de deur lopen.
Wat is hij leeg, denk ik een beetje verdrietig. Maar het was goed om hem te bezoeken vanmiddag. Hij leek er echt van te genieten. En dan rijden we door naar Amsterdam, om gezellig bij E. te gaan eten.

donderdag 5 augustus 2010

Alleen

Vijf dagen heb ik het rijk alleen. Man en zoon zijn op mannenvakantie.
Maandagochtend zwaaien ze mij uit, want ik ben het eerst weg: een dagje naar Rotterdam met E. Shoppen en naar de bioscoop. ’s Avonds kom ik in een leeg huis thuis.
Ik moet er even aan wennen, maar het heeft zo z’n voordelen om alleen te zijn.

Ik hoef met niemand rekening te houden.
Niemand vraagt me om iets te doen of om een antwoord als mijn boek net spannend is. Niemand zit voor de t.v. te zappen langs allerlei stomme programma’s.
Niemand (behalve ikzelf) gooit z’n troep op de bank waar ik wil zitten.
Niemand vraagt me om asjeblieft op te houden met zingen.

Dinsdag ga ik varen met een vriendin.
Woensdag komt de buurvrouw (rechts) vragen of ik de komende tijd de post op de trap wil leggen. De familie gaat drie weken naar Amerika en drie weken post in de hal is een al te duidelijk signaal voor notoire inbrekers. Ik beloof het en wens haar een fijne vakantie.
Donderdag worden er twee logeerkonijnen gebracht met gebruiksaanwijzing. Hun baasjes zijn drie weken naar Frankrijk.
Donderdagmiddag staat m’n buurmeisje (links) voor de deur om te vragen of we misschien voor de cavia’s willen zorgen, want ze gaan twee weken naar Spanje.

Ineens begin ik me een beetje eenzaam te voelen.
Als het buiten donker begint te worden neem ik een glas wijn en trek de gordijnen dicht. Voor het eerst gaat de televisie aan. Nog één nachtje slapen, dan komen mijn mannen weer thuis. Toch wel fijn.

vrijdag 1 januari 2010

Nieuw Jaar

We vieren oud en nieuw met vrienden. Drie gezinnen die elkaar kennen vanaf de basisschooltijd van de nu boomlange zonen. Als we aan komen fietsen zit er een groepje jongeren op de stoep die hun tenen voor ons intrekken en opmerken “Daar is de visite”. In het donker zie ik niets bekends aan ze en dat blijkt te kloppen. Onze gastvrouw legt uit dat oudste zoon een uurtje geleden aan kwam zetten met wel erg veel vrienden. Ze heeft er een aantal geweigerd en zei erbij dat ze net gedweild had omdat er visite zou komen.
Nu zitten ze op de stoep vuurwerk af te steken. Af en toe komt er één plassen of even opwarmen. Onze zoon voegt zich bij de A-vrienden, die boven om een computer zitten.
Wij volwassenen zitten beneden. We laten alle conferences en compilaties van t.v.hoogtepunten aan ons voorbijgaan want we hebben genoeg te praten.
Het is heel gezellig en voor we het weten is het half twaalf geweest. Langzamerhand is de kamer voller geworden. Een A-vriend komt beleefd vragen of hij een biertje mag pakken en blijkt bij toestemming feilloos te weten waar de krat staat. De schaal oliebollen op tafel is plotseling leeg en allerlei hapjes verdwijnen rap nu het feestje van boven zich bij ons gevoegd heeft. Twee jongens die er precies hetzelfde uitzien voelen zich hier duidelijk thuis. Eén komt gezellig bij ons zitten en voegt zich in het gesprek. Dat gaat ineens over “Het puberende brein” en hij vraagt zich hardop af waarom ouders zo’n boek in vredesnaam willen lezen. Een lange knul met woest haar komt zich aan iedereen voorstellen. De zonen des huizes diepen hun vuurwerkpakket op: nog tien minuten.
Iemand zet de televisie aan om “de klok” te zoeken. Als Bohemian Rhapsodie begint, weten we dat het niet lang meer duurt. Kan niet missen, dat is al weer de nummer één van de top 2000. Nog net genoeg tijd om voor iedereen champagne in te schenken. Traditioneel tellen we hardop mee vanaf tien seconden voor twaalf. Dan wordt er gezoend, handen geschud, geproost en geknald.
De jongeren verspreiden zich door de buurt en wij maken binnen de champagne op.
Proost. Er is een nieuw jaar begonnen.

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...