zondag 28 november 2010

Kano

Nog niet zo lang geleden, op een zonnige nazomerdag, hebben we mijn kano geschuurd en gelakt. De bankjes zijn er af geschroefd en staan in de kamer, uitbundig glanzend met drie stevige lagen bootlak. De rand van de boot zelf heeft pas twee laagjes, maar ik heb hem beloofd dat er in het voorjaar nog een laag bij komt.
Al een paar weken zijn we van plan om de boot voor de winter op de kant te leggen. Een klus waar ik erg tegenop zie, want de kano is zwaar en onhandelbaar en past maar net op ons terrasje, zodat het een griezelig wankel karweitje is langs de waterkant.
Vanmorgen zag ik dat het behoorlijk had gevroren. Nu moet het echt gebeuren! Gastzoon M. wil H. wel helpen tillen, maar dan moet ik eerst zorgen dat de laag water uit de boot is. Ik besluit te wachten tot halverwege de middag in de hoop dat het ijslaagje nog wat smelt.
Het is al bijna donker als ik me mijn voornemen herinner. Ik schiet in de warmste jas die ik kan vinden, doe beenwarmers aan en rubberen tuinhandschoenen. Gewapend met een hamer en een kan heet water ga ik naar het schemerige waterterras. De laag ijs in de boot blijkt dikker dan ik dacht, maar met de hamer krijg ik hem wel klein. Ik maak een flink wak. De stukken ijs van wel twee centimeter dik leg ik verderop. Dan schep ik met een emmer zo goed en zo kwaad als het gaat het water uit de kano. Het gaat lastig, want omdat de bankjes er uit zijn, moet ik vanaf de kant naar beneden scheppen. Ik zit op m’n knieën en hoos. Zo kan de laag ijs in elk geval niet dikker worden vannacht.
Intussen is het flink donker geworden.
Toch roept H. een half uur later dat we de boot op de kant gaan trekken. Nu hebben we een zaklamp nodig, maar de twee mannen hebben het klusje snel geklaard. Als de kano op de kant ligt gooien we de rest van de brokken ijs er uit. Volgend weekend zullen we hem omdraaien en afdekken, maar nu kan ie in elk geval niet in de sloot vastvriezen.
Tevreden lopen we terug naar ons lichte, warme huis. Zonder om te kijken laten we het vaarseizoen achter ons. Het wordt winter.

maandag 22 november 2010

9292ov

Het is pas 22 november, maar volgens de weersvoorspellingen is de winter al in aantocht. Voor het eind van deze week worden temperaturen van onder nul voorspeld en sneeuw!
Met een scooter als vervoermiddel voor het woon- werkverkeer is dat slecht nieuws.
Sneeuw betekent glad, want strooien doen ze voornamelijk voor auto’s. En onder nul betekent koude handen. Ik kan me inpakken als een michelin-mannetje, maar als de kou door m’n motorhandschoenen komt, kan ik figuurlijk inpakken. Tegen koude handen is geen kruid gewassen.
Kon ik vorige winter vaak meerijden met H., nu heeft hij een andere baan en is dat geen optie meer. Zuchtend besluit ik om alvast te kijken naar de busdienstregeling. Die valt niet mee.
9292ov.nl biedt een ruime keus aan mogelijkheden om van Beuningen naar Grave te komen. Ik kan kiezen uit de volgende, kleurrijke reis-ideeën:
1. De snelle rit: Vertrek om twee minuten voor half negen, aankomst om twee minuten over negen. Praktisch probleempje met deze reis is, dat de aankomsttijd van bus A gelijk is aan de vertrektijd van bus B. Theoretisch een prachtige aansluiting, praktisch negen van de tien keer mis.
2. De bewerkelijke rit: Vertrek om een minuut voor acht, aankomst om een minuut over negen. Met twee overstappen, inclusief één droom-aansluiting zoals hiervoor genoemd en 16 minuten looptijd.
3. De extra lange rit: Vertrek om drie minuten over half acht, aankomst om een minuut over negen. Met een nette negen minuten overstaptijd en een sportieve vijfentwintig minuten looptijd.
4. De reële rit: Vertrek om half acht, aankomst om vijf voor half negen.

Goed, een klein uur reistijd is vrij normaal voor de moderne, werkende mens, maar als het met de scooter binnen een half uur kan, is het toch even doorbijten.
Ik zal een bloknootje in m’n tas stoppen, dan kan ik m’n reistijd nuttig gebruiken en onderweg m’n blogjes schrijven.

zondag 14 november 2010

Op bezoek

Op zaterdag gaan we met z’n vieren naar Alkmaar. We zetten gastzoon M. op het station af, waar hij met een vriendin heeft afgesproken. Zoon J. gaat mee naar opa, die hier in een verzorgingshuis woont.
M’n schoonvader is niet zo helder. We gaan met hem naar een rustige zithoek, maar hij zwalkt achter zijn rollator. “Pas op hier”, waarschuwt een verzorgster, “hij ramt tegenwoordig deze deur.” We sturen hem een beetje bij.
H. bladert in een fotoboek en wijst zijn vader foto’s aan. Soms is er herkenning, dan zakt z’n hoofd weer even voorover en valt hij in slaap. Komt het van de antibioticakuur die hij gehad heeft? Of vaagt hij gewoon langzaam weg? Hij articuleert moeizaam en als H. hem iets vraagt, moet hij zo lang over het antwoord denken dat hij intussen weer wegzakt.
J. heeft een eigen boek meegenomen en zit daarmee aan een hoekje van de tafel. Hij zegt niet veel, maar we vinden het toch fijn dat hij er bij is. Hoe vaak zal hij z’n opa nog zien?
Er wordt een kom pap gebracht. Mijn schoonvader slikt de laatste weken moeilijk, en pap lukt beter dan brood. “Zal ik je helpen pa?” H. voert zijn vader aandachtig, tot die zegt: “Eet jij de rest maar op hoor”.
Na alle hazenslaapjes is het tijd voor een echte middagdut. We lopen terug naar de huiskamer en deze keer gaat de rollator nergens tegen aan. Helder kijkt pa ons aan als we afscheid nemen. “De groeten aan je vader”, zegt hij tegen me en dan pas weet ik dat hij goed in de gaten heeft wie er bij hem op bezoek was. Alleen gaan we deze keer niet door naar mijn vader, maar naar vrienden in IJmuiden.
M. gaat mee, we pikken hem weer op bij het station.
Het zijn goede vrienden die we veel te weinig zien. Aan de keukentafel praten we vrolijk bij terwijl de jongens met een zoon des huizes in een computerkamer verdwijnen. Intussen wordt er een stevige linzensoep gebrouwen waarmee we het bezoek afronden.
Na een hartelijk afscheid gaan we terug naar huis. We zijn tevreden over beide dagdelen. Zo verschillend, maar samen waren ze de twee uur rijden meer dan waard.

zondag 7 november 2010

Trein

De trein naar Amsterdam heeft 20 minuten vertraging. Ik mis mijn aansluitende bus en ook de volgende, wat de vertraging op een half uur brengt. Jammer. M’n vader vindt het tóch altijd al zo kort voor ik weer terug ga.
Hij loopt met me mee naar de bushalte, voetje voor voetje, en zwaait me na. Twee bussen naar het Centraal Station en daar wacht ik op de intercity naar Nijmegen.
Terwijl ik m’n tas op de grond zet, hoor ik op het spoor achter me een hoop gepiep en geraas. Als ik omkijk, zie ik een trein langzij komen. Ik draai me om om beter te kunnen kijken, want dit is geen gewone trein, maar een glanzend zwarte. Achter de ramen zie ik schemerlampjes en opengetrokken gordijnen. Van buiten zijn de wagons versierd met goudkleurige randjes. Langzaam piept en knarst de trein voorbij. Steeds langzamer, zodat ik nu de goudkleurige sierletters kan lezen: Oriënt Express.
Met een vage verwondering denk ik: bestaat dat nog? Ik dacht dat dat een historisch museumstuk was. Tussen de wachtenden op het perron door maak ik een paar foto’s.
Op goed geluk; het is al vrij donker en de trein rijdt nog steeds. Dan zie ik dat de intercity naar Nijmegen er al staat en stap vlug in.
Ook op de terugweg hebben we 20 minuten vertraging. Ik baal als ik in het donker aankom in een regenachtig Nijmegen. Thuis is het warm en droog en de televisie staat aan. Het journaal. Ineens hoor ik: “De wereldberoemde Oriënt Express vertrekt vandaag bij hoge uitzondering uit Amsterdam.” Dezelfde trein die vroeger van Parijs naar Istanbul reed, gaat nu met een exclusief gezelschap eenmalig van Amsterdam naar Venetië.
Ik stel me voor hoe lang het luxe, zwarte voertuig erover deed naar Istanbul en besluit dat twintig minuten vertraging toch eigenlijk niet zoveel voorstelt. “Ik heb em gezien!” roep ik triomfantelijk naar mijn huisgenoten en dan eet ik tevreden de soep die ze voor me warm gehouden hebben.

zondag 31 oktober 2010

Stedentrip naar Nijmegen

Hoe zou je als toerist Nijmegen bekijken?
Met die vraag in ons achterhoofd stappen we op de fiets. Het is een grijze, maar droge dag en we hebben nog niet ontbeten. Dat doen we straks bij De Blonde Pater op de Houtstraat.
Honderden keren zijn we er langs gelopen en nu gaan we er voor het eerst naar binnen. Na zeven kilometer fietsen ontbijten we uitgebreid, lekker en gezellig. Onbegrijpelijk dat we dit nooit eerder hebben gedaan!
Als we betaald hebben wil H. onze leidraad pakken: ‘Rondje Romeinen, een fietstocht door de oude en jonge historie van het Rijk van Nijmegen.’ Helaas, het ligt nog thuis op tafel.
We gaan er niet voor terug en fietsen richting Ubbergen. Op zoek naar het enige Romeinse amfitheater in Nederland. We weten dat het er moet zijn en waar ongeveer, maar hebben het nog nooit bekeken. Bij het oude museum Kam vinden we op een kaartje aangegeven waar we moeten zijn, maar er is bar weinig van terug te vinden. In Xanten is een amfitheater nagebouwd en we nemen ons voor daar dan maar een keer heen te gaan.
Terwijl we verder fietsen proberen we de stad te bekijken alsof we er nog nooit geweest zijn, maar dat lukt niet erg. Wel zien we gevelstenen die ons nooit eerder opvielen en gaan we straatjes in die we allebei niet kennen, maar natuurlijk komen we ook steeds weer bekende plaatsen tegen. Als we langs het voormalig kazerneterrein de Limos komen, blijkt H. dat niet te kennen. Ik vertel hem dat er tussen de huizenblokken een soort houten vlonderterrassen zijn die een binnenplaats vormen en we gaan er kijken. Later staan we plotseling voor het Albertinumklooster. Prachtig gebouw waar we eigenlijk nooit geweest zijn. We zigzaggen tussen studentenwoningen door en fietsen over het universiteitsterrein en dan begin ik het koud te krijgen. Tijd voor een kop koffie bij Blixem, waar we heel langzaam en zorgvuldig bediend worden door het speciale personeel. Afrekenen doe je in de winkel, waar allerlei grappige hebbedingetjes liggen. We neuzen er een tijdje rond.
Voordat we naar huis gaan, willen we nog even langs een Turkse winkel om olijven, een Turks brood en een paar stukjes mierzoete baklava te halen. Toch wel handig om de weg te weten in de stad waar je als toerist rondfietst. We vinden de winkel en alles wat we nodig hebben en met een rugzak vol lekkere dingen fietsen we de stad weer uit.
Nijmegen, leuke stad voor een stedentrip

woensdag 27 oktober 2010

Wonen aan het water

Maandag. Het weer is goed en H. leent het waadpak van de buurman om het overtollige riet weg te gaan trekken en een wilg aan de waterkant te knotten.
Ik laat de oever aan hém over en ga met een snoeischaar de planten langs het pad te lijf. Ik knip alle oude, dorre stengels uit de kogeldistel en daar komt nog een verrassende late bloei te voorschijn. De monnikskap staat verborgen achter een bossige herfstaster blauw te wezen en tussen de donkere, verschrompelende besjes van het hertshooi piepen nog wat enthousiaste nieuwe gele bloemetjes.
Als ik sta te bedenken waar ik moet beginnen om een verwaarloosd stuk border aan te pakken, roept H. mijn hulp in. Op het waterterras ligt een stapel riet met daar bovenop een grote wilgentak. Er komen nog meer takken aan en daar moet plaats voor gemaakt worden. Zonder veel enthousiasme begin ik aan de tak te zeulen. Hij past maar net op ons minigrasveld. Bij de volgende tak krijg ik de slag een beetje te pakken en als de hele boom gesnoeid is, heb ik m’n fleecetrui uitgetrokken en stort ik me op de verwerking van de enorme takken.
Met een snoeischaar de kleine zijtakken er af en met een zaag de grotere. De kale stukken geef ik door aan H. die inmiddels een werkbankje heeft opgezet en de armdikke takken tot handzame blokken brandhout verzaagt.
Als er alleen nog afval op het gras ligt en de houtblokken netjes zijn ondergebracht, gaan we even zitten onder de blauwe lucht. Ik voel m’n rug een beetje.
Er moet nog meer riet weggetrokken worden en er is nog een tweede wilg te knotten, maar voor vandaag is het wel genoeg geweest. We lopen het trappetje af naar het waterterras en kijken over de rietberg naar het water dat vreemd breed lijkt. Eén pol riet is zorgvuldig met rust gelaten. De plek waar ieder jaar een meerkoet nestelt.
Hardop vragen we ons af of het waterschap ons net als vorig jaar zal sommeren om ook deze pol weg te halen. We zullen wel zien. In elk geval vinden we zelf dat we onze oever prima verzorgen. En tevreden lopen we naar binnen om te gaan koken.

vrijdag 22 oktober 2010

Ondersteuning

De herfstvakantie valt een beetje ongelukkig uit voor een gezin met scholieren in verschillende regio’s. Zoon J. heeft deze week vrij en gastzoon M. volgende week pas. Ik zou ook graag een weekje vrij nemen, maar weet niet goed wanneer.
Dat probleem lost zichzelf op door verplichtingen op m’n werk. Deze week vrij nemen zit er gewoon niet in.

Op dinsdagavond blijkt M. niet naar school geweest te zijn. Hij is teleurgesteld en gedemotiveerd omdat hij geen boeken heeft, weinig aansluiting heeft met medeleerlingen en een vip-behandeling krijgt van de leraren. Geen verplichtingen, geen sancties… Zo kun je toch niet als een gewone, Nederlandse scholier functioneren.
Ik schrik ervan en we hebben een lang gesprek. Daarna formuleer ik zorgvuldig een mail naar de school om het probleem extra onder de aandacht te brengen.

Woensdag ben ik thuis. Op het programma van J. staat vandaag een boekverslag dat na de vakantie ingeleverd moet worden. Het boek is uit, maar hij vindt het erg moeilijk om een samenvatting te formuleren. “Probeer maar eens om mij te vertellen waar het boek over gaat”, help ik hem op weg. Dat doet hij. Vervolgens gaat hij boven achter de computer zitten om het op te schrijven. Maar ik ken mijn pappenheimer. Regelmatig ga ik even kijken of hij zich niet door van alles laat afleiden. Af en toe zit ie vast en help ik hem weer op weg.
Tussendoor heb ik een telefoongesprek met de contactpersoon van M. over het boekenprobleem en hoe we dit zo snel mogelijk op kunnen lossen.

’s Avonds na het eten bel ik m’n vader. Hij heeft de hele dag niemand gesproken en is somber. Ik probeer hem een beetje op te peppen en luister naar zijn gebruikelijke verhaal. Als ’s avonds de hulp is geweest voor zijn steunkousen en medicijnen doet hij de televisie uit en realiseert zich dat hij alleen is. Er is niemand anders meer in huis. En iedere dag opnieuw verwart en verbaast hem dat. Hij hoeft niemand te vragen of het licht uit kan en moet gewoon zelf, alleen, gaan slapen.
Ik neem met hem door welk bezoek hij deze week gehad heeft en nog kan verwachten. Vertel hem wanneer ik weer kom en hoop dat hij zich na ons gesprek wat minder eenzaam voelt.

Als ik met een zucht de telefoon neerleg, legt H. z’n hand op mijn rug. “Dat heb je weer goed gedaan.” Zegt ie. “Je bent deze week flink bezig met opvoeden en ondersteunen. Sommige mensen vragen een PGB aan voor dit soort hulp.” En even later krijg ik een lekkere kop koffie van hem.
En dat is dan weer míjn persoonlijke ondersteuning.

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...