zaterdag 25 januari 2014

Niemand gaat angstvallig voor me opzij

Met mijn dochter ben ik in de supermarkt. We zijn op de fiets even naar het dorp om nog wat kleine boodschappen te halen. Terwijl ik achter haar tussen de schappen door loop, voel ik een brede glimlach op mijn gezicht. Niemand gaat angstvallig voor me opzij, niemand laat me voor; ik loop zonder krukken.
De ene kruk die ik voor alle zekerheid had meegenomen zit nog in mijn fietstas.

Op 27 november 2013 kreeg ik een kunstheup. Volgens de informatie van het ziekenhuis zou het ongeveer acht weken duren voordat ik weer zo’n beetje normaal kon functioneren. En ze hadden gelijk.
Een week na de operatie hinkte ik tot mijn tevredenheid, leunend op twee krukken, mijn eerste blokje om.
Nog een week later had ik geen middagdutjes meer nodig
Na drie weken was ik van de pijnstillers af en ging ik voor het eerst een half dagje werken.
Op 27 december, een maand na de operatie was ik een hele dag met E. op de kerstmarkt in Oberhausen. Een groot deel van de tijd duwde ze me voort in een rolstoel.
Na zes weken was ik voor 75% aan het werk. Meestal thuis, waar ik kan inloggen op mijn werkomgeving.
Binnen zeven weken kreeg ik de zegen van mijn chirurg om weer op de fiets te stappen en dat bleek heel goed te gaan.
En nu zijn de magische acht weken om en ga ik heel gewoon op een zaterdagmiddag met mijn dochter op de fiets naar het dorp waar we doodnormaal een winkel door lopen. Er stijgt een “JOEPIE” gevoel in me op, maar ik zeg alleen maar tegen E: “Weet je hoe fijn het is om gewoon zonder krukken door de winkel te lopen!”

Als we weer thuis zijn, zie ik de rolstoel in de hal staan. Ik heb er al een paar weken niet meer in gezeten, maar wilde hem nog even houden voor het geval we nog een dagje op pad gaan. Volgende week brengen we E. naar Schiphol om haar uit te zwaaien. We zullen met haar meelopen door de lange gangen tot ze door de douane gaat. Dan nemen we afscheid voor een half jaar. Misschien moet ik voordat we teruglopen even gaan zitten - om van de emotie te bekomen -, maar een rolstoel heb ik niet meer nodig. Echt niet.



dinsdag 21 januari 2014

Charley’s gedaanteverwisseling


Onze Charley was al behoorlijk oud, maar dat het zo slecht met hem ging, hadden we eigenlijk niet in de gaten. Zelfs toen hij vanbinnen begon te verkruimelen, begrepen we niet meteen wat er aan de hand was. We vroegen ons dagenlang af, waar toch dat zwarte stof vandaan kwam dat steeds weer op de vloer lag. 
Het bleek dat de vulling van onze goeie ouwe Charley helemaal gaar was. Het schuimrubber onder zijn zwartleren jas viel uit elkaar. Jammer, want het was een fijne, comfortabele stoel. Niet al onze meubels hebben namen, maar de twee Charley's van Montis wel. En hoewel we het tweede exemplaar wat later gekocht hadden, bleek dat er van binnen bijna net zo slecht aan toe.
Na een paar weken kruimeltjes zuigen, moet er iets gebeuren. Zou het de moeite waard zijn om de stoelen opnieuw te laten stofferen? Een ter zake kundige vriend raadt het ons af. Ze zijn echt op. Dus nemen we het kloeke besluit om de twee stoelen weg te doen. Naar de stort. 
 

Op een zaterdagmorgen zet H. Ze midden in de kamer, ritst de hoezen open en zet Charley en Charley genadeloos in hun blote, schuimrubberen bast. De hoezen zijn weliswaar bij de zittingen en armleuningen flink versleten, maar er zijn ook nog grote stukken leer mooi en gaaf.
H. en ik zijn geen liefhebbers van een wegwerpmaatschappij. Wat nog bruikbaar is, gooien we liever niet weg. En voor de gave stukken hoes weten we meteen een bestemming: MyCruckies.
Onze eerder genoemde ter zake kundige vriend is eigenaar van een startend bedrijfje: Zitschik. Versleten merkstoelen knapt hij op en stoffeert ze opnieuw. Maar hij heeft ook kort geleden een nieuwe krukkenlijn gelanceerd: krukjes die bekleed worden met materiaal van gebruikte kledingstukken. 

Een prijsvraag om een naam voor deze krukken te verzinnen werd gewonnen door mijn eigen H. en sinds kort hebben we de prijs in huis, namelijk één van de eerste MyCruckie prototypes. Met de jassen van onze Charley's zouden makkelijk nog drie van zulke krukken bekleed kunnen worden.
De afgestroopte hoezen gaan dus netjes elk in een vuilniszak in afwachting van een nieuw leven... Als MyCruckies van Zitschik.

zaterdag 11 januari 2014

Fietsen

Mijn fysiotherapeute is ziek dus vandaag heb ik een vervanger. Hij kijkt kritisch hoe ik loop en geeft me een extra oefening om mijn rechterbeen beter te strekken. Over de mate waarin ik mijn knie kan optrekken is hij tevreden. Hij vraagt of ik een hometrainer heb. Niet dus. “Probeer er een op de kop te tikken”, adviseert hij. Want buiten fietsen vindt hij nog geen aanrader. “Als je plotseling moet stoppen, moet je wel goed op allebei je benen kunnen staan”
Als hij weg is, vind ik op marktplaats een hometrainer in de buurt voor twee tientjes.

Maar ik wacht nog even voor ik daar achteraan ga. Ik wil veel liever gewoon fietsen. Dat zou me een stuk onafhankelijker maken. Na mijn eerste heupoperatie begon ik onder begeleiding van mijn vaste fysiotherapeute ook voorzichtig met fietsen toen ik nog met krukken liep. Ik besluit aan de chirurg te vragen wat die er van vindt. Morgen heb ik een controleafspraak in het ziekenhuis.

H. gaat met me mee naar het ziekenhuis. Ik heb geen moeite met de lange gangen, al heb ik maar één kruk meegenomen. Het gaat best goed.
We moeten een tijdje wachten voordat de chirurg binnenkomt. “Ik wil even zien hoe je loopt”, zegt hij vriendelijk nadat we elkaar een hand hebben gegeven. Zo netjes mogelijk loop ik naar de deur en terug. Hij knikt en gaat voor me staan. Meet met zijn handen de hoogte van mijn heupen en voelt langs de buitenkant van mijn bovenbenen. Dan loopt hij om het bureau heen naar zijn plaatsje achter de computer. “Daar zit bijna geen verschil meer tussen”, zegt hij enthousiast. “En je spieren waren zo’n beetje helemaal weg hoor. Weet je nog wat een dun beentje dat was na de operatie?”
Eerlijk gezegd weet ik dat niet. “Ik weet vooral nog dat er een groot gat in zat”, zeg ik. Hij lacht en zoekt op de computer naar mijn foto’s.

Beeldvullend komen mijn botten op het scherm. Rechts licht de kunstheup wit op. Tevreden kijkt de chirurg naar het beeld. “Zo ziet het er nu uit”, zegt hij en gebaart naar de computer. “Mooi hè”. Ik moet een beetje lachen; hij heeft de operatie zelf gedaan en zit dus vooral zijn eigen werk te bewonderen.
”Goed gedaan,” zeg ik tegen hem en H. sluit zich daar joviaal bij aan. Hij geeft hem nog net geen schouderklopje.
En dan komt mijn fietsvraag. In de officiële richtlijnen staat dat het na acht weken weer mag. Maar nu het zo goed gaat, mag  ik het misschien nu al proberen? En hoe zit het met autorijden?  De chirurg hoeft er niet lang over na te denken. “Ga maar rustig fietsen en autorijden”, zegt hij. Maar als ik voorzichtig vraag naar de vooruitzichten wat betreft hardlopen, is hij net zo snel met een afwijzing. “Ik zou het niet doen”, zegt hij eerlijk. “Het kan wel, maar daarmee verkort je de levensduur van zo’n kunstheup. Je kunt beter gaan wandelen…. De Vierdaagse!”
Ik schud mijn hoofd. Die maar niet. Maar dat ik mag gaan fietsen vind ik echt fijn!

Aan het eind van de middag haalt H. mijn fiets uit de schuur. Hij zal voor alle zekerheid mee rennen als ik voor de eerste keer weer opstap. Het is niet nodig. Ik fiets zó weg. Tot het einde van de straat en terug. Meer hoeft vandaag niet.
Lachend ga ik weer naar binnen. Het voelt alsof ik word vrijgelaten!


woensdag 8 januari 2014

Oud huis, nieuwe bewoners


Net elf uur geweest. We zijn mooi op tijd. Mijn dochter parkeert de auto netjes voor de heg en als we uitgestapt zijn, blijven we even staan kijken naar het huis. 
 De tuin ligt er netjes bij en er staat een klein bankje buiten voor het raam. De eerste voorbode van alle veranderingen in het huis van mijn overleden vader.
We lopen gewoontegetrouw naar de schuurdeur achter. Die staat wijd open en we stappen aarzelend naar binnen. "Hallo?" 
Sinds twee weken hebben we tijdelijke huurders: een moeder en dochter, die dringend woonruimte zochten en erg blij zijn met dit voorlopige onderdak. In ruil voor een schappelijke huurprijs knappen ze het huis van binnen op. 

We worden hartelijk verwelkomd door M., die zich verontschuldigt voor de rommel; de stofzuiger heeft het vanmorgen begeven. De vloer ligt inderdaad vol witte flintertjes van iets, maar daar kijken we overheen. Midden in de kamer staat een nieuwe, lage bank met gezellige schapenbontjes erop en de wandkast is verplaatst naar een andere muur. De ingebouwde boekenkast is nu een nis, die lichtblauw geverfd is.  Één muur is vrijgemaakt om te gaan witten.
Er moet duidelijk nog het een en ander gebeuren, maar het oogt ruimer dan vroeger. De muffe geur van leegstand is weg. Toch is het nog helemaal mijn ouderlijk huis. De schilderijen van mijn moeder hangen nog steeds aan de muur en ook de eettafel en stoelen zijn gebleven. 

M. biedt ons koffie en thee aan en vanaf de lage bank kijken we rond. De gordijnen zijn weg. Het oude, elektronische orgel van mijn vader staat er nog. We hebben het niet over ons hart kunnen verkrijgen om dat gekke orgel weg te doen. "We hadden in de kerstvakantie logé's die er geweldig lol mee hadden", vertelt M. Het blijft dus gewoon nog een tijdje staan.
Na de koffie maken we een rondje door het huis. De voordeur, waarvan ik me niet kan herinneren dat we hem ooit gebruikten, wordt in ere hersteld. M. vertelt dat het volgens de feng sui regels verkeerde energie brengt om de voordeur dicht te laten en de achterdeur open. Van achter je rug kunnen vervelende onverwachte dingen binnen komen. Ik lach dat we het dan toch wel heel lang erg verkeerd hebben gedaan. Ze kan het hebben. "Ach, het heeft ook wel iets sympathieks als mensen gewoon achterom kunnen lopen en binnenkomen." 

Boven is hard gewerkt. De vroegere slaapkamer van mijn ouders is helderwit geschilderd en wat ooit mijn kamer was, wordt nu onder handen genomen. Het behang met vochtvlekken is er af getrokken en de oude vloerbedekking weggehaald. Ik herinner me de planken vloeren als ik ze zie. Dat is lang geleden...
Dan gaan we terug naar de schuur, waar E. een aantal dozen had opgeslagen die ze nu mee wil nemen. Het is vochtig in de schuur. Zó vochtig dat ze de spullen niet langer wil laten staan. Dat blijkt heel terecht: de onderste verhuisdozen vallen bijna uit elkaar. E. Moet de inhoud overhevelen in twee verse dozen om het mee te kunnen nemen.
M. loopt mee naar de auto en zegt dat we altijd welkom zijn. Vanuit een volgepakte auto zwaaien we naar haar. Als we de hoek om draaien zie ik haar naar binnen gaan door de voordeur van het huis.

maandag 30 december 2013

Japans snoep

Mijn zoon studeert Japans en als passend cadeautje kocht  ik voor hem via internet twee pakketjes Japans snoep. Ik was op youtube eens een filmpje tegengekomen waarin iemand van die pakketjes demonstreerde. Het is namelijk geen vrijblijvend zakje snoep om leeg te eten, maar een doe-het-zelf pakket.
Het cadeau werd gewaardeerd en ik werd uitgenodigd om te helpen bij het maken van de Kracie Happy Kitchen Mini Donuts. Dat ging zo:

In de vrolijk gekleurde doos vol Japanse tekens zit een plastic bakje dat uit meerdere afdeling bestaat, een plastic lepeltje, een piepklein zakje gekleurde hagelslag en zes geheimzinnige zakjes met (Japanse) opdruk.

J. bestudeert elk zakje en constateert dat er één bij is met chocola, één met aardbei en één met vanille. De rest van de tekens kan hij niet thuisbrengen. Gelukkig zijn er plaatjes bij de handleiding en we gaan aan de slag.
Eerst moeten de twee grootste zakjes gemengd worden met water tot een deegje. Van elke smaak moeten twee balletjes gekneed worden en die drukken we in de plastic donut-vormpjes. Zo maken we de vier minidonuts. Ze voelen een beetje sponzig en ze ruiken behoorlijk zoet.

Nu de versiering. Er zijn drie zakjes om een soort topping mee te maken. In elk zakje zit een poeder waar wat water bij moet. De geuren bewijzen duidelijk dat J. de tekens goed gelezen had: in de plastic bakjes ontstaat een wit kleverig mengseltje met vanillesmaak, een knalroze papje dat heftig naar aardbeien ruikt en donkerbruin chocoladespul. Om de topping subtiel op de minidonuts aan te brengen, is er een leeg plastic zakje, waar we een klein puntje moeten afknippen. Met het plastic lepeltje smeren we de topping in het spuitzakje en kijk, zo kan het in dunne lijntjes op de donuts gespoten worden. Eerst de witte, dan de roze, tenslotte de bruine en dan kleeft alles.

We sprinkelen nog wat hagelslag en crunches over de feestelijke snoepdonuts en meer past er dan écht niet op. Na al het gepriegel en gesmeer is nu het moment gekomen om te proeven. “Jij hebt de eerste keus”, zegt mijn zoon galant en ik kies de mooiste. Voorzichtig snuffel ik eraan voordat ik een hapje neem. Intussen heeft hij al één van de andere mini’s in één hap opgegeten. Hm. Het is voornamelijk zoet, en kleverig. In nog twee happen heeft J. zijn cadeautje op. Dat was snel! We lachen: gelukkig hebben we de foto’s nog.
“En er is nóg een pakketje”, zegt hij. |

Maar dáár wachten we nog maar een tijdje mee. 

zaterdag 28 december 2013

Onze verslaving: Breaking Bad

Er dobbert een oog in het water. Dansend zien we het vlak voor ons, een los oog met wat roze draden er aan. Dan zoomt de camera uit en zien we het mottige knuffelbeertje waar het oog ooit bij hoorde. Oorspronkelijk hardroze, maar nu zwartgeblakerd en dobberend aan de oppervlakte van een zwembad.
We herkennen het zwembad. Het is van Walter White, de hoofdpersoon van de serie waar we naar kijken: Breaking Bad. Nog verder zoomt de camera uit en nu zien we zwarte schoenen van mannen die sjouwen met iets onheilspellends: lijkzakken. Naast het zwembad van Walter. Onze adem stokt. Zijn dat de lichamen van…. zijn vrouw en zijn zoon? Dan begint de tune en start de aflevering echt.

Met z’n drieën zijn we verslaafd aan de serie Breaking Bad. Meteen bij het eerste deel van het eerste seizoen zaten we op het puntje van onze stoel. De scène waarmee het begint is zó penibel, dat we ons niet voor konden stellen hoe dit na één aflevering nog verder moest gaan. Maar bij elk volgend deel bleek het nog erger te kunnen. En steeds weer is er een verrassende beginscène die ons op scherp zet: wat betekent dít nou weer. Wat staat ons nú weer te wachten?


Inmiddels hebben we twee seizoenen gekeken en beginnen we aan het derde. De stilzwijgende afspraak is, dat we met z’n drieën kijken. Is één van de drie een avond weg, dan moeten de anderen zich inhouden. Heeft één van de drie geen zin, dan praten de anderen als Brugman, want een verslaving is een verslaving, daar zie je niet zomaar vanaf.
Vanavond hebben we om half negen afgesproken. Het water voor de koffie (en thee) staat al op. De bank staat uitnodigend klaar. De vorige aflevering is weer met een geweldige cliffhanger geëindigd en we móeten weten hoe het verder gaat.

Breaking Bad: één en al ellende. Een absolute aanrader.


zaterdag 21 december 2013

Dagje kerstmarkt in Oberhausen

Voor een echte kerstmarkt moet je in Duitsland zijn. Mijn dochter en ik zijn al een tijd van plan om een keer zo’n Duitse kerstmarkt te bezoeken en vandaag gaat het dan gebeuren. De keus valt op Oberhausen. Dat is niet alleen het dichtst bij huis, maar de markt is ook opgezet rondom een winkelcentrum, zodat we naar binnen kunnen als het te koud wordt. En je kunt er makkelijk vlakbij parkeren.
Allemaal motivaties voor watjes, maar nog geen vier weken na het installeren van mijn nieuwe heup bén ik ook een watje. We nemen de rolstoel mee omdat ik nog niet ver genoeg kan lopen en dat is ook de reden dat we dichtbij willen parkeren.

Vanaf de parkeergarage slalommen we over het invalidenpad naar beneden en dan zien we meteen de marktkramen in de vorm van houten blokhutten. De geur van braadworst komt ons tegemoet en het is duidelijk dat het op de kerstmarkt voor een groot deel om eten en drinken draait. “Een halve meter braadworst”, zien we op een bord staan. Maar we lopen er voorbij. Ook de glühwein en de jägerthee laten we links liggen. We gaan op zoek naar kadootjes en we willen bij alle blokhutten kijken.
We wandelen langs kramen met sieraden, met enorme kaarsen, met houten speelgoed, met stenen, met knuffels, met olie en azijn en natuurlijk met allerlei soorten kerstversieringen. Op elke kraam met spullen, is er wel één te vinden met eten of drinken. Behalve de Duitse bratwursten, zijn er Hollandse poffertjes en pannenkoeken, Italiaanse hapjes, Belgische pralines en ook de onvermijdelijke Starbucks.

We komen langs uitbundige uitstallingen van chocoladekunstwerken; heel Duits. En een zware rookgeur kondigt een kraam aan waar grote zalmen rondom een open vuurtje hangen. Die onthouden we. De kramen slingeren zich eindeloos om het grote winkelcentrum en we moeten goed opletten om niet helemaal de weg kwijt te raken. Hier en daar zijn wat grotere blokhutten, waar je naar binnen kunt. Daar parkeren we de rolstoel buiten en pak ik m’n krukken. We vinden een paar geschikte kadootjes en dan is het tijd om wat te eten. Misschien is het omdat die grote zalmen om het vuur er zo authentiek uitzien, maar we vinden het broodje zalm geweldig lekker.

Als we langs een ingang van het overdekte winkelcentrum komen, zoeken we even de warmte op. Voor wie op kleding uit is, is dit centrum een walhalla, maar wie een drogist zoekt, komt bedrogen uit. Jammer, mijn favoriete Duitse gel kan ik hier niet kopen. Wel vinden we een winkel met goedkope fleecetruien, waar E. tot haar verrassing ook ultra dunne reishanddoeken vindt voor een habbekrats. Die kan ze goed gebruiken want binnenkort gaat ze backpacken.
Het is druk en warm binnen in het winkelcentrum en we willen liever weer naar buiten, waar we onszelf trakteren op warme chocolademelk met slagroom. Intussen is het veranderd van gezellig druk in echt druk en al doet E. haar best achter de rolstoel, ik heb al een paar mensen tegen hun benen geschopt.

Na nog een half uurtje zijn we uitgekomen bij ons beginpunt: de grote notenkraker. Hier kwamen we aan vanuit de parkeergarage. We maken nog een foto en dan gaan we weer het zigzaggende invalidenpad over. Deze keer moet E. me naar boven duwen. Ze doet het stoer. En dan rijdt ze me weer naar huis, want autorijden mag ik nog een tijdje niet.

We zijn flink moe als we thuiskomen, maar wel heel tevreden. “Volgend jaar Düsseldorf” zeggen we tegen elkaar. Of gewoon nog een keertje Oberhausen. Want het was best voor herhaling vatbaar.

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...