zaterdag 16 januari 2016

Spullen verkopen via Marktplaats

Lego heeft veel mogelijkheden. Daarom was dat speelgoed dat we onze kinderen graag cadeau gaven toen ze klein waren, al is het duur spul. We vonden het zelf trouwens ook leuk om te helpen bouwen als ze iets nieuws gekregen hadden.  Intussen staat al die lego al jaren ongebruikt in en bovenop verschillende kasten. Af en toe zeggen we tegen elkaar dat er maar eens opruiming gehouden moet worden. Rond april vorig jaar (koningsdag, vrijmarkt) nam ik met zoon J. zijn voorraad bionicles door: een serie lego-figuren waar hij jarenlang intensief mee gespeeld heeft. Welke zijn compleet? Hebben we de verpakking (plastic bus) nog? Is er een bouwbeschrijving bij?
 


Van onderin een kast verhuisde de hele voorraad bionicles naar de ‘studeerkamer’, waar de complete exemplaren in hun bussen op een rijtje werden gezet en de incomplete plus allerlei losse onderdelen in een paar dozen ernaast. Op koningsdag hadden we ineens heel andere dingen te doen, dus bleef alles staan. Bovendien dacht ik dat we de grotere stukken beter via Marktplaats konden verkopen, omdat mensen op een rommelmarkt dingen van een euro verwachten, terwijl er bijvoorbeeld ook nog een dure, elektrische (lego)trein staat te verstoffen.

Een tijd gebeurde er niets. Toen besloot ik om dan toch maar eens een Marktplaats account aan te maken. Mijn enige ervaring tot nu toe met verkopen via Marktplaats, was een paar jaar geleden. Mijn dochter zette toen het spinnewiel te koop dat mijn moeder had nagelaten. Het werd gekocht door een IJslandse, die het kwam halen toen ze een paar dagen in Nederland was voor een congres. Ze zou het verschepen naar IJsland en ik vroeg haar verwonderd of dat haar aankoop niet erg duur zou maken. Het was voor haar tóch de moeite waard, zei ze. De vrouw was blij met het spinnewiel en bracht een potje kruidensmeersel mee dat hier nog steeds in de kast staat en waarvan niemand weet waar het eigenlijk voor is.

Ik bekeek het aanbod van lego en de prijzen die ervoor gevraagd worden en werd niet meteen enthousiast om de bionicles te verkopen. Die worden best veel aangeboden voor een paar euro per stuk. Dat kun je er op een rommelmarkt ook voor vragen en dat is veel directer. De elektrische trein zette ik erop en ook een wat zeldzamere bionicle met de mooie naam Takanuva. Er werd meteen veel naar gekeken, maar een serieus bod werd niet gedaan. Pas een paar weken later kwam er een mailtje van iemand die geïnteresseerd was in Takanuva. Kon ik die ook naar Italië sturen?


Er volgde een mailwisseling en een telefoongesprek. De koper was nu in Nederland, maar wilde de lego naar Italië gestuurd hebben omdat meenemen in het vliegtuig niet ging (beperkt bagage). Het versturen zou duurder zijn dat het ding zelf, maar dat gaf niet. Hij was een verzamelaar en wilde nog een detailfoto vanwege een bepaald belangrijk onderdeel dat niet mocht ontbreken. Het ontbrak niet en in goed vertrouwen maakte hij het bedrag over. Ik pakte de boel netjes in en bracht het naar het postkantoor waar ik een track en trace code kreeg die ik weer naar de koper doormailde.

Een hoop gedoe, maar ik merk dat ik het toch wel heel leuk vind als iemand echt blij is met wat hij van je koopt. Ik dacht aan mijn broer en schoonzus, die regelmatig op pad zijn om iets op te halen dat ze via marktplaats op de kop getikt hebben. En die zelf ook van alles zo verkopen. Ze hebben er al verschillende vrienden aan overgehouden. Door heel Nederland. Zet ik een keer iets te koop dan krijg ik kopers uit IJsland en uit Italië.  De trein staat er nog op en binnenkort zet ik er nog een paar dingen bij. Ik ben benieuwd waar mijn volgende koper vandaan komt.

vrijdag 8 januari 2016

De officiële overdracht


We moeten naar notaris Lautenbach in Heemskerk. Aan de Kerklaan nummer 11. Mijn broer en ik hebben geen enkele moeite om dat adres te onthouden; we zijn allebei geboren op Kerklaan 11 (maar dan niet in Heemskerk). Een symbolische plek dus om afstand te doen van ons ouderlijk huis, want dat is waar we voor komen.

Vanaf onze eigen Kerklaan rijden we in colonne naar Heemskerk. De makelaar, de kopers, mijn broer en tenslotte H. en ik.
‘We liggen mooi op schema’, zegt onze makelaar tevreden als we om tien voor 1 aanbellen. Maar in de agenda bij de notaris staat half 2.
‘Ze is naar huis om te lunchen’, zegt de medewerkster die ons binnenlaat. ‘Maar ik zal haar bellen. Misschien kan ze wat eerder terug zijn.’
We mogen plaatsnemen in een zijkamer met rondom comfortabele banken. Twee aan twee raken we aan de praat. Over het huis, het dorp, Amsterdam, wie nu waar woont en waarom. Genoeg om elkaar te vertellen. Maar goed ook, want het duurt lang. De notaris is niet eerder terug. Integendeel.
Om kwart voor twee is ze er nog niet. En koffie krijgen we ook niet aangeboden.
Juist als H. de zijkamer uitloopt om te vragen of ze ons vergeten zijn, komt de medewerkster zeggen dat de notaris onderweg is.
Even later is ze er. Iedereen krijgt een hand en de kopers worden uitgenodigd om alvast naar het kantoor te komen. Na een paar minuten mogen wij ook het kantoor in. Gelukkig komt er nu wél koffie. We zijn er aan toe.

Nu ze er is, wil de notaris ook opschieten. Zonder poespas neemt ze de akte van overdracht met ons door. Omdat iedereen het concept per mail al had gekregen, hoeft niet alles voorgelezen te worden. Alle paspoorten worden gecontroleerd, niemand heeft vragen over de akte. Nu komt het meest formele gedeelte.
‘Ja, dit moet even’, zegt de notaris alsof ze zich daarvoor moet verontschuldigen, ‘anders zijn jullie allemaal voor niets gekomen.’ Dan haalt ze diep adem en terwijl ze op elke pagina van de akte een paraaf zet, met de bladzijden op tafel tikt om ze netjes recht op elkaar te krijgen, een paperclip op het document clipt en dan een overduidelijke blik op de klok werpt, raffelt ze de officiële formule af over ieders aanwezigheid en goedkeuring etcetera. Dan vraagt ze of we de sleutel nog moeten overhandigen aan de kopers. We kijken haar allemaal verbaasd aan. Dat is toch een essentieel onderdeel van de overdracht.
‘Nou ja’, zegt ze ‘het gebeurt ook wel eens dat mensen elkaar in de wachtruimte de sleutel al gegeven hebben.’

Waarschijnlijk is de notaris blij dat het allemaal zo vlot ging. Maar wij hebben wat minder haast. We nemen hartelijk afscheid van de kopers, die ons op het hart drukken dat we welkom zijn als we nog eens in het huis willen komen kijken.  Mijn broer en ik beloven om dat zeker een keer te doen. Het is tenslotte het huis waar we zijn opgegroeid.

zondag 3 januari 2016

Verhuizing

Ke-doenk. Als we in het gehuurde busje over de verkeersdrempels in onze wijk rijden, voelen we goed hoe hoog die eigenlijk zijn. De opgerolde, nieuwe matras achterin rolt eenzaam heen en weer. Behalve een gereedschapskist en wat zakken met bewaarspullen ligt er verder niets meer in. Gisteren vertrokken we met een busje vol dozen naar Amsterdam, waar onze dochter samen met een vriendin een huisje gevonden heeft aan de Hoofdweg.
 In een leeg huis kwamen we binnen. Behalve de spullen die we zelf meenamen, staat er nu nog zo’n ingepakte verzameling van de vriendin en een aantal nieuw aangeschafte meubels die we voor het grootste deel gisteravond in elkaar hebben gezet.

s’Avonds om half twaalf legden we de lattenbodems in het nieuwe bed van E. en daarna konden we gaan slapen. Wij mochten logeren in de slaapkamer van haar huisgenote, die samen met haar vader een deel van haar huisraad was komen brengen. Ze waren weer vertrokken en zouden morgen met versterking terugkomen.

Na een dag in- en uitladen, sjouwen, bouwen, Ikea door, Gamma door en daarna meubels in elkaar puzzelen en schroeven, sliepen we als een blok. Om halfnegen schrokken we wakker van E., die aanklopte. Er moest nog één kastje in elkaar en dan zouden we proberen om de kamer een beetje vrij te maken voor de volgende lading dozen en andere spullen van vriendin S. Toen ze samen met haar ouders binnenkwam, waren we de keuken aan het schrobben.

Helpen verhuizen vind ik geen straf. Het heeft iets heel knus om met z’n allen druk bezig te zijn en dan midden in de wanorde om een geïmproviseerd tafeltje heen broodjes te eten. Van een dienblad, omdat de borden nog niet teruggevonden zijn. Niet lang na die bouwvakkerslunch vertrekken wij met het bijna lege verhuisbusje.

Thuis zetten we de spullen binnen die we mee terug hebben gebracht en we leveren het busje in bij de verhuurder in Nijmegen. Dan rollen we de nieuwe matras uit en leggen dat op het kale bed in de bijna lege kamer boven. Nu ik nog in de verhuismodus ben, haal ik meteen een stofzuiger door die kamer en zoek beddengoed bij elkaar. Zo kan er straks iemand bivakkeren.
Wie? Nou, E. moet nog een paar dagen in Nijmegen werken en daarom komt ze overmorgen bij ons logeren voor drie dagen.
Gezellig.

zondag 27 december 2015

Kun je even een kuub ruimte vrij maken?




Ruim twee-en-een-half jaar nadat mijn vader overleed, is nu zijn huis verkocht. Het huis waar mijn broers en ik opgroeiden, aan de rand van Amsterdam. Voor de overdracht, begin januari, haalt mijn jongste broer nog de laatste spullen weg, zodat we de boel leeg kunnen opleveren. De dingen die we echt willen bewaren, hebben al lang een ander plekje gekregen: de ronde, eiken tafel die pa ooit zelf maakte bijvoorbeeld, het servies, de verzameling borrelglaasjes, de dagboeken van mijn moeder, foto’s… Maar helemaal leeg was het nog steeds niet. We hebben afgesproken dat alles nu gewoon weg mag. Dat we niet nog een keer één voor één allerlei spullen in onze handen nemen en twijfelen en aarzelen. Wat er nu nog staat, gooit hij met z’n ogen dicht in een aanhanger en hij brengt het naar de stort.
‘En als ik nog foto’s vind?’
‘Breng die maar bij mij’, zeg ik. ‘Dan zoek ik die wel uit.’
Op eerste kerstdag komt mijn broer met z’n gezin bij ons eten. Na een gezellige middag en een uitgebreide kerstmaaltijd staan ze op het punt om weer in de auto te stappen: ‘kun je nog even een kuub ruimte vrij maken in je schuur?’ zegt broertje, ‘ik heb nog wat dozen voor je.’
Het zijn inderdaad een paar flinke dozen die hij heeft meegenomen. De grootste ervan is gevuld met kleinere dozen vol papieren. Het zijn niet alleen foto’s, maar ook klappers met oude financiële administratie, schoenendozen met brieven, vele jaargangen kerstkaarten, polissen, kladjes met gedichten, rouwkaarten, uitnodigingen, wat je maar aan papierwerk kunt verzinnen. Er zijn zelfs een paar vellen bonkaarten bij uit de oorlog.


We gaan er een ochtend voor zitten, H. en ik. Hij neemt de klappers voor z’n rekening. Ik neem zorgvuldig de dozen met brieven door. In de dozen herken ik de luchtige hand van opruimen die mijn moeder had. Tussen de brieven uit de verlovingstijd van mijn ouders zitten allerlei andere dingen, zoals brieven die ik haar zelf geschreven heb, verdwaalde kerstkaarten en aankoopbewijzen van elektrische apparaten. Hun brieven leg ik met enige aarzeling bij de groeiende stapel ‘weggooien’. Het gaat tenslotte niemand wat aan wat twee verliefde mensen elkaar in de vorige eeuw schreven.
Een paar dingen willen we bewaren. Een paar mooie, oude foto’s van mijn ouders en nog wat familiefoto’s waar ik zeker iemand blij mee kan maken. De kleurige bonkaarten, wat tenslotte historische documentatie is, en een klein doosje met daarin een stapeltje fietsbelastingplaatjes. 
Twee kleine houten kistjes, ongetwijfeld door mijn vader zelf gemaakt, blijven uiteindelijk over.
Op zes januari zullen we een leeg huis overdragen. Een huis waarin de afgelopen twee jaar een huurster heeft gewoond, maar dat nog steeds ons huis is. Straks niet meer. Het zal vreemd zijn. Net voor die overdracht brengen we onze dochter met haar hele hebben en houden naar Amsterdam, waar ze gaat wonen. En zo houden we tóch een band met die stad. Bijzonder.

dinsdag 22 december 2015

Weekendje Lille


Mijn Frans is niet slecht, maar zo vers uit Nederland is het even wennen. De receptioniste van het hotel in Lille geeft ons een snelle waterval aan informatie. H. staat begrijpend te knikken. ‘Sjonge, ik dacht altijd dat ik net wat beter in deze taal was, maar blijkbaar is dat toch niet zo’, denk ik. Dan zegt het meisje dat alles al bij het boeken is betaald, behalve de toeristenbelasting. Of we dat nú willen voldoen. H. steekt zijn pas in het pinapparaat en leest verbaasd het kleine bedrag. ‘Eh… ca n’est pas bien je pense.’ Daar valt hij door de mand. Hij had niet begrepen dat het alleen de belasting was.

Na nog wat doorvragen, weten we dat de deur niet met een sleutel werkt maar met een code, dat we morgenochtend alsnog kunnen besluiten om het niet inbegrepen ontbijt tóch te gebruiken en dat we nu meteen onze spullen op de kamer kunnen zetten. Een uur later lopen we in het centrum van Lille, de meest Vlaamse stad van Frankrijk. Het is onwaarschijnlijk zacht weer voor de tijd van het jaar. Bijna kerst en je kunt gewoon buiten op een terrasje zitten (al is het wel prettig dat die dan meestal verwarmd worden). Op de Grand Place is een uitgebreide kerstmarkt en er staat een reuzenrad. Dat maakt het makkelijk om die centrale plek terug te vinden.
 
We lopen langs de kraampjes en dan er achterlangs om gebouwen met rijk versierde gevels te bekijken. Het doet denken aan Gent en Antwerpen, maar de ornamenten liggen er letterlijk net iets dikker bovenop. In het hele stadscentrum zijn straten en winkels in kerstsfeer versierd. We komen langs prachtige, oude gebouwen. Niet alleen kerken en kathedralen, maar ook mooie oude winkelpanden, zoals de viswinkel in Art Deco stijl, die versierd is met mozaïek. Of Patisserie Meert, waar je niet weet of je nu het mooie pand moet bekijken of alle beeldschone taartjes en chocoladefiguren in de etalage.

Als we zere voeten krijgen van het lopen, wordt het tijd voor een biertje. Jawel, want in deze Franse stad zit iedereen op z’n Belgisch aan het bier. Er is keus uit vele soorten uit de tap. Je kunt zelfs op de kerstmarkt kiezen voor een kruidig, wárm biertje. Nu het donker begint te worden, is het centrum nog sfeervoller door alle lichtjes. We worden vanzelf weer naar het centrale plein getrokken, waar nu in rijen partytenten de tafels gedekt worden. Moe gelopen strijken we neer in zo’n tent om te midden van de gezellige drukte iets te eten.
 
Het is een mooi begin van de kerstvakantie, een lang weekend Lille. Even helemaal uit de dagelijkse routine. Een paar dagen dwalen over historische pleinen, langs indrukwekkende kerken, door gezellige winkelstraatjes en langs mooie gebouwen in art nouveau stijl. En af en toe iets lekkers bestellen op een terrasje. In het Frans, waar ik bij nader inzien tóch net ietsje beter in ben dan H.
 
 

vrijdag 18 december 2015

Niet perfect is het nieuwe perfect


Vanaf het moment dat mijn nichtje geboren werd, hield haar moeder niet op met foto’s van haar te maken. Het was een schattige baby met kuiltjes in haar wangen en oortjes die haaks op haar koppie stonden. Op elke foto die mama van haar nam, straalde ze.
Babyfoto’s, peuterfoto’s, kleuterfoto’s, nichtje werd steeds groter. Samen met haar jongere broertje bleef ze een geliefd onderwerp van mams om te fotograferen. We wonen niet bij elkaar om de hoek en zien elkaar een paar keer per jaar, maar ik hoef maar op de facebookpagina van mijn schoonzus te kijken: daar zie je de kinderen groeien.

Intussen is mijn nichtje vijftien en ze is nog steeds even fotogeniek. Ze wordt steeds mooier.
Van de afstaande oren lijkt ze geen last te hebben. Op veel foto’s strijkt ze haar lange haren er onbekommerd achter. Daarom was ik verrast toen mijn broer me kort geleden vertelde dat zijn dochter geopereerd zou worden aan haar flaporen. Niet dat ze er nou grote psychische problemen mee had, maar na haar zestiende zou zo’n operatie niet meer vergoed worden. “Want als ze er tot aan haar zestiende geen last van heeft, krijgt ze dat volgens de verzekering later dus ook nooit meer”, zei hij opgewekt. Nou waren haar ouders daar niet zo heel zeker van en samen met het meisje zelf werd besloten dat ze dan toch maar voor haar zestiende onder het mes zou gaan.
Deze week gebeurt het, en na de operatie moet ze een tijdje met een tulband om haar hoofd lopen (“met suiker”, riep iemand op de achtergrond toen mijn broer me telefonisch op de hoogte hield). Dus als we haar weer zien, zal m’n nichtje geen grappige flaporen meer hebben.

foto van meisje met flaporen uit het project 'De 8ste schoonheid'
foto: Caitlin Sas
Daarmee is haar kans verkeken om ooit in het fotoboek “De 8ste schoonheid” terecht te komen. Fotografe Caitlin Sas fotografeert voor dat project kinderen met flaporen. Caitlin wil met haar foto’s positieve aandacht krijgen voor aandoeningen of eigenschappen die vaak als negatief gezien worden. Eerder maakte ze een fotoboek over mensen met albinisme.

Mensen die niet helemaal aan het schoonheidsideaal voldoen worden trouwens ook in de modellenwereld steeds meer gevraagd.
Gespot op de catwalk: albinomodellen, model met spierziekte (in een rolstoel), maatje-(veel)meer modellen, androgyne modellen, modellen met het syndroom van down en zeker ook: modellen met flaporen. Want in de modewereld geldt dit jaar: ‘Niet perfect is het nieuwe perfect en uitstekende oren zijn het nieuwe spleetje tussen de tanden’.

Maar in het gewone leven is het wel zo prettig om géén opvallend schoonheidsfoutje te hebben. En flaporen of niet, mijn nichtje is ook nog eens een schatje. Dat verandert vast niet door deze operatie.

 

zaterdag 12 december 2015

Elke seconde een voetbalveld

Gisteren regende het de hele dag, maar vandaag is het beter weer. Gelukkig, want we moeten even Nijmegen in om wat dingen te halen. Onze eerste stop is bij de computerwinkel Paradigit, waar H. voor een nieuwe router wil kijken. We worden geholpen door een opgewekte man en de keus is al snel gemaakt. Bij het afrekenen vraagt hij of H. het oké vindt om de bon per email te krijgen.  Terwijl hij de kassa bedient, vertelt hij dat het zes voetbalvelden bosgebied per jaar scheelt nu de hele winkelketen de papieren bon vervangt door een mailtje.
‘Zes voetbalvelden, ’ zeg ik verbaasd. ‘Wat veel! Daar is die ene boom niks bij die we tot nu toe met onze zonnepanelen hebben bespaard…’
Meneer Paradigit overhandigt H. zijn aankoop en zegt: ‘En dát is dan weer zes seconden in de vleesproductie.’
‘Zes seconden wat?’ vraag ik en hij legt uit dat voor de productie van vlees elke seconde een voetbalveld aan bomen sneuvelt. ‘De soja die ze verbouwen voor het voederen van de dieren neemt heel veel grond in beslag en daar rooien ze dan die bomen voor.’
Na deze sombere boodschap wenst hij ons in één adem een prettig weekend en we lopen de winkel uit.
‘Ze hebben vast deze week een informatiedag over het milieu gehad,’ denk ik hardop als we weer buiten zijn. ‘Maar als je het op deze manier vertelt, word je er vooral moedeloos van. Elke seconde een voetbalveld… daar valt niet tegenop te besparen.’
We lopen een stukje zwijgend door.
Dan komt ineens heel even de zon door de wolken en ik bedenk dat onze zonnepanelen dan misschien een druppel op een gloeiende plaat zijn, maar dit fletse winterzonnetje brengt ons toch alvast elke dag een paar dubbeltjes op. En wacht maar tot het voorjaar wordt! Als de zon serieus gaat schijnen, gaat de meter teruglopen. Onze ecologische voetstap wordt dit jaar kleiner dan ooit.
Dat is wat we zelf kunnen doen, en voor de voetbalvelden vol bomen moeten ze op de klimaattop in Parijs maar met oplossingen komen.

 

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...