Voordat we in oktober naar Peru gingen, hadden we de gewoonte ontwikkeld om elke zondagmorgen een eind te wandelen. De laatste vijf, zes weken waren dat stevige wandelingen met zoveel mogelijk hoogteverschillen (voor zover dat in Nederland bestaat).
Sinds we terug zijn van die vakantie, zijn onze zondagen aanmerkelijk luier en vandaag vinden we dat we maar weer eens iets buiten moesten gaan doen. Het wordt een fietstochtje naar Nijmegen, langs plekken waar we niet zo vaak komen. We zwerven in de buurt van het Goffertpark rond en komen uit op de Weg naar Jonkerbos, waaraan het Jonkerbos Oorlogskerkhof ligt.
“Dat heb ik nou eigenlijk nog nooit bezocht”, zegt H.
“Wil je er nú naartoe?” vraag ik en na een korte aarzeling besluit hij dat we dat best even kunnen doen. We steken de weg over en zetten onze fietsen neer tegen het lage hek. Het kerkhof ligt er verlaten bij. “Jonkerbos War Cemetry” staat op een bordje bij het hek, dat gewoon open kan.
Achter een open stenen bouwwerk ligt een weids grasveld met verschillende rijen graven. Het kerkhof is vanaf de weg wel zichtbaar, maar nu we het hek door zijn, zien we pas hoeveel van die witte stenen er staan. We lopen langs de rijen. Op sommige stenen staat alleen maar dat er een soldaat ligt, zonder naam, maar op de meeste stenen staan naam, rang en regiment van de dode. En de leeftijd! Het zijn vrijwel allemaal jonge mannen, jongens vaak nog, van 19 of 23. Jonger dan onze kinderen.
De afgelopen weken heb ik me voor m’n werk verdiept in de biografie van Roald Dahl die gevechtspiloot was in de tweede wereldoorlog. Hij heeft verhalen geschreven over die periode, waarin ik las hoe de piloten zich klaarmaken om te vliegen en een paar uur later zitten te wachten hoeveel van hen deze keer niet meer terugkeren. Dat waren deze mannen, die hier onder al die rijen witte stenen liggen.
Het kerkhof is netjes bijgehouden, de graskantjes strak afgestoken. In het open gebouwtje staan banken voor bezoekers en we stellen ons voor hoe de steeds oudere familieleden van de gesneuvelden zo’n plek hard nodig hebben na een bezoekje aan een graf. Achter een deurtje ligt een register, een boek waarin iedereen iets kan opschrijven. Op het plakkaat aan de andere muur lezen we dat hier 1629 militairen van het Britse gemenebest begraven liggen en dan nog 13 van andere nationaliteiten. Allemaal gesneuveld in de tweede wereldoorlog.
Zwijgend lopen we terug naar het hek. Dat was een ongeplande, maar indrukwekkende onderbreking van ons fietstochtje. We stappen weer op de fiets en rijden na een tijdje weer naar huis. Moeten we vaker doen, gewoon even naar buiten op een zondagmorgen. Dan zie je nog eens wat.
zondag 18 december 2016
zondag 11 december 2016
Dromen
Het is zondagmorgen en we zijn laat wakker. Als ik beneden kom, staat mijn dochter eitjes te bakken. Onderdeel van het zondag-ontbijt dat ze voor ons klaarzet. Ook zoon J. komt mee ontbijten. Gezellig, zo met z’n vieren.
Als we aan tafel zitten, vertelt E. dat ze over mij gedroomd heeft. “We zaten samen in de auto op een drukke weg, en jij ging ineens spookrijden. Heel eng, iedereen begon te toeteren en ik riep steeds tegen je dat je naar rechts moest!”
“Nou,” zeg ik, “wat zou zo’n droom nou zeggen over hoe jij over mij denkt?”
Ze lacht en ik geef haar meer munitie door te vertellen over een droom die ik zelf weleens heb gehad. Ik zat in een hoog, happer-achtig voertuig, de bestuurdersplek zo hoog dat ik de lampen van de lantaarnpalen naast me zag. En vanaf daar moest ik het ding besturen, terwijl we tussen ander verkeer door reden. Dat ging steeds maar nét goed.
Nu begint iedereen te vertellen over rare dromen. E. en ik hebben weleens de wc-droom, waarin je op de wc zit terwijl iedereen je kan zien. De mannen kennen die droom niet, maar J. heeft wel laatst gedroomd dat hij per ongeluk iets had ondertekend waardoor hij partijleider werd. Geen idee van welke partij, maar hij moest een toespraak houden en ontdekte toen dat hij geen broek aan had.
H. droomt soms dat hij kan vliegen. Lekker relaxed een klein stukje boven de stad, waar hij al het gewoel onder zich ziet.
Intussen hebben we allemaal genoeg ontbeten. We ruimen gezamenlijk af en voordat ze naar de douche verdwijnt zegt E. dat ze straks wel even af wil wassen, want vanavond na het eten doet ze het liever niet omdat ze snel naar Amsterdam terug wil.
Als ze is gaan douchen, bedenk ik dat ze natuurlijk gaat vragen of iemand haar vanavond naar het station wil brengen. Vaak strijk ik mijn hand over m’n hart, sla de wijn bij het eten over en rij haar naar Nijmegen. Maar nu haar droom zo duidelijk heeft onthuld hoe ze over mijn rijvaardigheid denkt, kan ik dat natuurlijk beter aan een ander overlaten.
Als we aan tafel zitten, vertelt E. dat ze over mij gedroomd heeft. “We zaten samen in de auto op een drukke weg, en jij ging ineens spookrijden. Heel eng, iedereen begon te toeteren en ik riep steeds tegen je dat je naar rechts moest!”
“Nou,” zeg ik, “wat zou zo’n droom nou zeggen over hoe jij over mij denkt?”
Ze lacht en ik geef haar meer munitie door te vertellen over een droom die ik zelf weleens heb gehad. Ik zat in een hoog, happer-achtig voertuig, de bestuurdersplek zo hoog dat ik de lampen van de lantaarnpalen naast me zag. En vanaf daar moest ik het ding besturen, terwijl we tussen ander verkeer door reden. Dat ging steeds maar nét goed.
Nu begint iedereen te vertellen over rare dromen. E. en ik hebben weleens de wc-droom, waarin je op de wc zit terwijl iedereen je kan zien. De mannen kennen die droom niet, maar J. heeft wel laatst gedroomd dat hij per ongeluk iets had ondertekend waardoor hij partijleider werd. Geen idee van welke partij, maar hij moest een toespraak houden en ontdekte toen dat hij geen broek aan had.
H. droomt soms dat hij kan vliegen. Lekker relaxed een klein stukje boven de stad, waar hij al het gewoel onder zich ziet.
Intussen hebben we allemaal genoeg ontbeten. We ruimen gezamenlijk af en voordat ze naar de douche verdwijnt zegt E. dat ze straks wel even af wil wassen, want vanavond na het eten doet ze het liever niet omdat ze snel naar Amsterdam terug wil.
Als ze is gaan douchen, bedenk ik dat ze natuurlijk gaat vragen of iemand haar vanavond naar het station wil brengen. Vaak strijk ik mijn hand over m’n hart, sla de wijn bij het eten over en rij haar naar Nijmegen. Maar nu haar droom zo duidelijk heeft onthuld hoe ze over mijn rijvaardigheid denkt, kan ik dat natuurlijk beter aan een ander overlaten.
vrijdag 2 december 2016
Verjaardagscadeau van mijn dochter
Woensdagavond heeft mijn dochter een verrassing voor me in Amsterdam, waar zij ook woont. Als laat verjaardagscadeautje. Ze moet ’s morgens werken en we hebben afgesproken dat ik vroeg in de middag naar haar toe kom.
“Weet jij iets leuks om ’s middags in Amsterdam te doen?” appt ze een paar dagen van tevoren. Ik denk een tijdje na en app dan terug
“Wat denk je van tassenmuseum Hendrikje?”
Meteen antwoord:
“Haha, dat had ik ook bedacht!”
Dat is dus een goed begin van ons moeder-dochter uitje.
We gaan van boven naar beneden het kleine museum door. Op de bovenverdieping leren we over de geschiedenis van de tas. Over beurzen aan een koord om je middel, stelsels van haken met kettinkjes waar allerlei kleine gebruiksvoorwerpen aan hangen (chatelaines heet dat) en dijzakken die vrouwen in de 17e en 18e eeuw onder hun wijde rokken droegen, waar ruimte genoeg was. In vitrines zien we voorbeelden uit de verschillende periodes. Bewerkelijke kralenweefsels, harde buidels van hout, ijzer, schildpad en allerlei soorten leer die in onze moderne ogen erg illegaal aandoen. (krokodil, varaan, olifant)
We dalen af naar de speciale tentoonstelling van koninklijke tassen, waar we niet alleen tassen van Queen Elisabeth, Grace Kelly en onze eigen Maxima zien, maar ook uitleg krijgen over de etiquette rondom de handtas en de subtiele signalen die koningin Elisabeth gaf door haar tas links te dragen in plaats van rechts of tijdens een diner op de grond te zetten (dan wilde ze weg).
Helemaal beneden is de museumwinkel, waar we een tijdje ronddwalen. We zien wel een paar leuke tassen, maar laten ons niet tot een aankoop verleiden. Dan moeten we vertrekken, want met het oog op de verrassing hebben we een strak tijdschema.
Om halfzes zijn we bij het restaurantje in de Pijp waar E. heeft gereserveerd voor een kaasfondue. Het is een gezellige plek en behalve de kaasfondue met knapperig brood krijgen we ook rauwe groente om mee te dippen, een salade met een lekkere dressing en een schaaltje frietjes.
Helemaal tevreden lopen we een tijdje later buiten. Wat de verrassing ook zal zijn, het is nu al een geslaagde dag
.
Het wordt een cabaretvoorstelling van Wim Helsen in de Kleine Komedie.
“Vind je dat leuk?” vraagt E.
Zeker vind ik dat leuk. Ik heb de kleine Belg een paar keer op tv gezien en vind hem meestal erg grappig. We hebben plaatsen op het tweede balkon, helemaal bovenin. E. legt uit dat het al bijna uitverkocht was toen ze de kaartjes reserveerde en maakt zich zorgen of het wel goede plaatsen zijn en of we straks geen last hebben van die lange meneer twee plaatsen voor ons. Maar ze hoeft nergens bang voor te zijn. Het is van bovenaf prima te zien en de voorstelling is hilarisch.
Met de tram gaan we terug naar haar huisje vlakbij het Bos en Lommerplein, waar we nog even gezellig nakletsen. Deze middag en avond samen waren echt een geweldig leuk cadeau. Iets beters had ze niet voor me kunnen bedenken.
“Weet jij iets leuks om ’s middags in Amsterdam te doen?” appt ze een paar dagen van tevoren. Ik denk een tijdje na en app dan terug
“Wat denk je van tassenmuseum Hendrikje?”
Meteen antwoord:
“Haha, dat had ik ook bedacht!”
Dat is dus een goed begin van ons moeder-dochter uitje.
We gaan van boven naar beneden het kleine museum door. Op de bovenverdieping leren we over de geschiedenis van de tas. Over beurzen aan een koord om je middel, stelsels van haken met kettinkjes waar allerlei kleine gebruiksvoorwerpen aan hangen (chatelaines heet dat) en dijzakken die vrouwen in de 17e en 18e eeuw onder hun wijde rokken droegen, waar ruimte genoeg was. In vitrines zien we voorbeelden uit de verschillende periodes. Bewerkelijke kralenweefsels, harde buidels van hout, ijzer, schildpad en allerlei soorten leer die in onze moderne ogen erg illegaal aandoen. (krokodil, varaan, olifant)
We dalen af naar de speciale tentoonstelling van koninklijke tassen, waar we niet alleen tassen van Queen Elisabeth, Grace Kelly en onze eigen Maxima zien, maar ook uitleg krijgen over de etiquette rondom de handtas en de subtiele signalen die koningin Elisabeth gaf door haar tas links te dragen in plaats van rechts of tijdens een diner op de grond te zetten (dan wilde ze weg).
Helemaal beneden is de museumwinkel, waar we een tijdje ronddwalen. We zien wel een paar leuke tassen, maar laten ons niet tot een aankoop verleiden. Dan moeten we vertrekken, want met het oog op de verrassing hebben we een strak tijdschema.
Om halfzes zijn we bij het restaurantje in de Pijp waar E. heeft gereserveerd voor een kaasfondue. Het is een gezellige plek en behalve de kaasfondue met knapperig brood krijgen we ook rauwe groente om mee te dippen, een salade met een lekkere dressing en een schaaltje frietjes.
Helemaal tevreden lopen we een tijdje later buiten. Wat de verrassing ook zal zijn, het is nu al een geslaagde dag
.
Het wordt een cabaretvoorstelling van Wim Helsen in de Kleine Komedie.
“Vind je dat leuk?” vraagt E.
Zeker vind ik dat leuk. Ik heb de kleine Belg een paar keer op tv gezien en vind hem meestal erg grappig. We hebben plaatsen op het tweede balkon, helemaal bovenin. E. legt uit dat het al bijna uitverkocht was toen ze de kaartjes reserveerde en maakt zich zorgen of het wel goede plaatsen zijn en of we straks geen last hebben van die lange meneer twee plaatsen voor ons. Maar ze hoeft nergens bang voor te zijn. Het is van bovenaf prima te zien en de voorstelling is hilarisch.
Met de tram gaan we terug naar haar huisje vlakbij het Bos en Lommerplein, waar we nog even gezellig nakletsen. Deze middag en avond samen waren echt een geweldig leuk cadeau. Iets beters had ze niet voor me kunnen bedenken.
donderdag 24 november 2016
Roald Dahl en Arnhemse Meisjes
Voor mijn werk ga ik naar de kinderboekwinkel in Arnhem om daar de eigenares te interviewen. We maken namelijk een themanummer over Roald Dahl; een cd over zijn leven en werk met veel audiofragmenten. Omdat de kinderboekwinkel in Nijmegen – van dezelfde eigenaars als die in Arnhem – destijds geopend is door Roald Dahl himself, wilden we daar graag een interview over.
Ik word vriendelijk ontvangen in de ruimte boven de winkel, waar de tafel vol ligt met vellen papier. Carole en Bart de Mooij zijn bezig hun beide kinderboekwinkels over te dragen. In Nijmegen is de nieuwe eigenares al begonnen en de winkel hier in Arnhem gaat in januari in andere handen over. Nu gaan er uitnodigingen de deur uit voor een afscheidsfeest. “Zullen we eerst onze handtekeningen eronder zetten en ze dan kopiëren? Of gaan we ze allemaal persoonlijk ondertekenen?” vraagt Carole. Ze besluiten dat niemand erover zal vallen als het op de makkelijke manier gaat. Om te beginnen zal Bart 150 kopieën maken.
Maar een ronkende kopieermachine is geen prettig achtergrondgeluid bij een audio-interview, dus gaat ie na vijftig kopieën uit. De rest komt nog wel. Terwijl Bart op de achtergrond zachtjes met papieren ritselt (in de winkel beneden is het rustig genoeg voor de verkoopster die vandaag meewerkt) zet ik mijn opnameapparaatje aan en beginnen we met het gesprek.
De opening van de Nijmeegse Kinderboekwinkel was in 1987, dus bijna dertig jaar geleden. Carole pakt er een map bij met brieven en knipsels en terwijl ze vertelt, komen de herinneringen boven. Het contact met de beroemde schrijver begon een paar jaar eerder, toen ze hem in een brief liet weten dat ze de GVR niet alleen een erg leuk boek vond, maar dat de Nederlandse vertaling ook geweldig was. “Zoiets weet zo’n schrijver natuurlijk niet”, zegt ze. Hij schreef een vriendelijk briefje terug en bij een volgend bezoek van hem aan Nederland maakten ze kennis.
Een rode draad in het contact met Roald Dahl waren Arnhemse Meisjes. Die koekjes vond hij fantastisch. In “Roald Dahl’s kookboek” is een recept van deze koekjes opgenomen met een heel verhaal erbij waarin de Kinderboekwinkel een rol speelt. De versie van Carole is een beetje anders dan die van de schrijver zelf in het kookboek. Ze vertelt hoe Dahl - “hij vond zichzelf wel erg belangrijk” - na het proeven van de Arnhemse Meisjes haar zoontje naar de bakker stuurde om het recept te gaan vragen. “Ga jij eens even naar de bakker om het recept te halen, en zeg maar dat ze een boek van mij cadeau krijgen.” Carole lacht: “ten eerste was dat boek natuurlijk niet van hem maar van ons, en ten tweede: dat hij het zo vanzelfsprekend vond dat de bakker zijn geheime recept wel even voor hem mee zou geven … dat was wel tekenend voor hem.”
Hij kreeg het recept, maar vermoedelijk was er iets uit weggelaten. “al waren de koekjes nog zo goed, we zijn er nooit in geslaagd de kwaliteit van die in Arnhem te evenaren,” staat in het kookboek. Carole laat me het recept en het verhaal erbij zien en maakt een kopie voor me. Leuk om ook in de Roald Dahl special te stoppen. Samen met de kopie geeft ze me ook een uitnodiging mee voor het afscheidsfeest. Als ik later in de trein de papieren uitvouw om ze rustig door te lezen, zie ik onderaan mijn uitnodiging met pen geschreven de ondertekening. Hartelijke groet, Bart + Carole.
zondag 20 november 2016
Godmorgon
Al maanden stonden de grote, zware pakketten van Ikea in de ‘studeerkamer’. Een nieuwe Godmorgon wastafelcombinatie met spiegel. Vroeg in de zomer hadden we ze gekocht, maar op de een of andere manier kwam het er maar niet van om de badkamer nu ook echt aan te gaan pakken.
Tot ik vond dat we nou maar eens een datum moesten prikken. “Hebben we in het weekend van 19 november iets speciaals te doen? Nee? Dan nu dus wel.”
Dus deze zaterdag komt het er dan eindelijk van.
Voordat we iets afsluiten, pakken we de verschillende onderdelen uit en bestuderen de gebruiksaanwijzingen.
Er is een porseleinen wasbak met kraan, een onderkastje met twee laden en een grote spiegel. En dan nog de slangetjes en buizen om de boel op de waterleiding aan te sluiten. We besluiten met de ladenkast te beginnen. Daar zal de zware wasbak straks op moeten rusten. Als ik de bijgeleverde schroefjes vergelijk met de plaatjes in het instructieboekje, begin ik me zorgen te maken.
Samen kijken we naar de vier schroefjes die volgens de tekening rechtstreeks de muur in zouden moeten. Zonder plug en niet langer dan twee centimeter. We kunnen ons niet voorstellen dat dat klopt. Ik bel naar het nummer waar je van Ikea klushulp kunt krijgen en vraag ernaar. Een vriendelijke dame haalt dezelfde handleiding erbij en ziet hetzelfde als ik. Vier schroefjes die zo de muur ingaan. Ik vraag of er geen gevallen bekend zijn van neerstortende wasbakken, maar nee, die zijn er niet. Het zal zo dus wel in orde zijn, veronderstelt de dame.
Wij vertrouwen het niet en besluiten er toch grotere schroeven voor te gaan gebruiken mét pluggen. Die moeten we dan eerst even gaan halen bij de bouwmarkt. Net voordat we vertrekken gaat de telefoon. Het is de Ikeadame, die er toch nog een tijdje over door was blijven denken en navraag had gedaan. Er zitten niet standaard pluggen bij, vertelt ze, omdat alle muren verschillend zijn en elke muur z’n eigen ophangsysteem vraagt. Advies is om bij de plaatselijke bouwmarkt te vragen wat er voor onze badkamermuur nodig is.
Ik vind het te prijzen dat ze terugbelt, maar met de instructies laat Ikea hier duidelijk wel steken vallen. Dat hadden ze er wel even bij mogen zetten. Later ontdekken we trouwens dat de twee-centimeterschroefjes ergens anders voor gebruikt moeten worden en dat ze helemaal niet bedoeld waren om het kastje mee op te hangen. Wij hebben dan intussen een stel lange, stevige bouten gehaald die klaarliggen om de muur in te gaan.
Tegen de tijd dat het water echt afgesloten moet worden, zijn we twee keer hen en weer naar de Gamma geweest, hebben we een paar koppen koffie gedronken en zijn meerdere keren naar de wc geweest. Het weghalen van de oude wasbak en het aansluiten van de nieuwe stukken pijp duurt uiteindelijk helemaal niet zo lang, dus dat bezoek aan het buurtoilet komt er helemaal niet van. Ook blijven de emmers en flessen water ongebruikt in de keuken staan.
In de badkamer hebben we nu een mooie, nieuwe wasbak. Eéntje die zo stevig hangt dat je niet bang hoeft te zijn om midden in de nacht ineens een harde klap te horen, gevolgd door spuitend water uit een kapotgescheurde leiding. Dat hebben we goed gedaan.
dinsdag 15 november 2016
Busreis naar Puno
(achteraf verhaal over onze Peru-vakantie)
Woensdag 12 oktober,
Van Arequipa gaan we met de bus naar Puno, een kleine 300 kilometer naar het Oosten. Bij één van de vele reisbureautjes in Arequipa hebben we kaartjes geboekt voor de bus van 8.30 u. We moeten een uur van tevoren inchecken, dus staan we op tijd op. Om even voor zevenen kunnen we vanaf ons hotel een taxi nemen. We zijn de grote verkeersdrukte net voor en komen ruim op tijd aan bij het busstation.
Daar gaan we eerst op zoek naar het loket van de busmaatschappij Cruz del Sur, waar we mee zullen reizen Vanachter de balies van andere vervoerders proberen dames ons te strikken om bij hen een kaartje voor de bus te kopen.
“Puno?”
We schudden ons hoofd. Hoeft niet; we hebben al een voucher en die moeten we inwisselen voor een ticket bij Cruz del Sur.
In half Spaans half Engels krijgen we uitgelegd waar we nu heen moeten. Een minuutje lopen en daar is de grote wachtruimte met aan één kan de incheckbalies van alle verschillende busmaatschappijen en aan de andere kant souvenirwinkeltjes. Middenin staan rijen stoelen. We kunnen onze bagage afgeven en dan wachten.
Om acht uur worden reizigers voor Puno opgeroepen. Bij de balie krijgen we te horen dat we verderop eerst nog 3 soles (ca. 80 cent) belasting moeten betalen. De blauwe belastingbonnetjes worden, net als de ontvangstbewijzen voor de bagage, aan de tickets geniet en we mogen weer achter aansluiten aan de balie.
Deze keer kunnen we door naar een volgende, luxere wachtruimte. Nog een kwartiertje, dan vertrekt de bus. Gauw nog even naar de baňos, want zo’n toilet in de bus is functioneel maar niet echt fijn.
Net op tijd. Iedereen loopt naar de klaarstaande bus. Voor het instappen moet iedereen z’n ticket én paspoort laten zien en worden tassen ingekeken en bevoeld. In allerlei verschillende talen zoeken mensen naar hun stoelnummers. Als iedereen binnen is, komt een mannetje langs met een kleine camera. Van voor naar achter worden alle passagiers snel vastgelegd.
Waarom? Waarschijnlijk voor het geval we in een ravijn storten.
Hier en daar graast een kudde lama’s van de droge graspollen.
We maken maar één tussenstop, maar doen toch ongeveer zes en een half uur over de rit.
Dan zijn we in Puno, 3800 meter hoog, aan het blauwe Titicacameer. Daar liggen de rieteilanden die we morgen gaan bezoeken.
(zie: Rieteilanden)
vrijdag 4 november 2016
Sssst
Het is spitsuur.
In Utrecht wachten mijn twee collega’s en ik op de trein naar Nijmegen. Er zijn veel wachtenden en als de intercity aankomt en snelheid mindert, kijken we hoopvol naar de cijfers op de wagons. Even dreigt de 1 van een Eerste klaswagon voor onze neus te stoppen, maar het wordt toch nog een 2.
“Linksaf naar boven”, spreken we snel af en bemachtigen daar meteen een zitplaats.
Na een gezamenlijke cursusdag zijn we geanimeerd in gesprek tot ik plotseling zie dat we ons in een stiltecoupé bevinden. Ik stop halverwege een zin en wijs m’n collega’s op het raam met de S van Stilte.
Het gesprek valt meteen stil en een vrouw aan de andere kant van het middenpad zegt zachtjes: “Ik wilde er net iets van zeggen” Ze glimlacht en doet de oortjes van haar i-phone in haar oren, waarna ze schijnbaar in slaap valt.
Nu wij niets meer zeggen, is duidelijk een telefoongesprek te horen dat iemand in de volgende coupé voert. Een jongeman die tegen een paal geleund in een e-book staat te lezen, kijkt verstoord die kant op. Na een minuut stapt hij naar voren, buigt zich over een stoel en knipt met zijn vingers. “Dit is een stilte-coupé!” Geschrokken wordt het gesprek beëindigd. Nu is het echt stil. Het enige dat nog te horen is, is wat krantengeritsel en nu en dan een kuchje. Mijn ene collega pakt een tijdschrift, met de andere mime ik een staartje aan onze laatste zinnen van daarnet. Dan zoeken we in onze tassen naar iets om te lezen.
Ik had graag nog een tijdje gezellig met mijn collega’s gepraat, maar het gesprek op een andere plaats voortzetten is geen reële optie in deze volle trein. We zouden niet alleen onze zitplaats kwijt zijn, maar ons tussen de mensen door moeten wringen die in de gang staan en op de trapjes zitten.
Stilte kan fijn zijn als je ervoor kiest, maar vandaag neem ik me dit voor: de volgende keer dat ik in de spits op een trein wacht ga ik niet alleen de nummers 1 en 2 op de wagons in de gaten houden, maar kijk ik ook even op het raam of daar niet toevallig de S van Stilte op staat.
In Utrecht wachten mijn twee collega’s en ik op de trein naar Nijmegen. Er zijn veel wachtenden en als de intercity aankomt en snelheid mindert, kijken we hoopvol naar de cijfers op de wagons. Even dreigt de 1 van een Eerste klaswagon voor onze neus te stoppen, maar het wordt toch nog een 2.
“Linksaf naar boven”, spreken we snel af en bemachtigen daar meteen een zitplaats.
Na een gezamenlijke cursusdag zijn we geanimeerd in gesprek tot ik plotseling zie dat we ons in een stiltecoupé bevinden. Ik stop halverwege een zin en wijs m’n collega’s op het raam met de S van Stilte.
Het gesprek valt meteen stil en een vrouw aan de andere kant van het middenpad zegt zachtjes: “Ik wilde er net iets van zeggen” Ze glimlacht en doet de oortjes van haar i-phone in haar oren, waarna ze schijnbaar in slaap valt.
Nu wij niets meer zeggen, is duidelijk een telefoongesprek te horen dat iemand in de volgende coupé voert. Een jongeman die tegen een paal geleund in een e-book staat te lezen, kijkt verstoord die kant op. Na een minuut stapt hij naar voren, buigt zich over een stoel en knipt met zijn vingers. “Dit is een stilte-coupé!” Geschrokken wordt het gesprek beëindigd. Nu is het echt stil. Het enige dat nog te horen is, is wat krantengeritsel en nu en dan een kuchje. Mijn ene collega pakt een tijdschrift, met de andere mime ik een staartje aan onze laatste zinnen van daarnet. Dan zoeken we in onze tassen naar iets om te lezen.
Ik had graag nog een tijdje gezellig met mijn collega’s gepraat, maar het gesprek op een andere plaats voortzetten is geen reële optie in deze volle trein. We zouden niet alleen onze zitplaats kwijt zijn, maar ons tussen de mensen door moeten wringen die in de gang staan en op de trapjes zitten.
Stilte kan fijn zijn als je ervoor kiest, maar vandaag neem ik me dit voor: de volgende keer dat ik in de spits op een trein wacht ga ik niet alleen de nummers 1 en 2 op de wagons in de gaten houden, maar kijk ik ook even op het raam of daar niet toevallig de S van Stilte op staat.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn
Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...
-
Er ligt een klein, hemelsblauw eitje in de tuin. Helemaal gaaf ligt het op een onbegroeid stukje grond. Mijn eerste opwelling is, het op e...
-
Het is ongeveer 10 kilometer fietsen naar Sanguin en voor alle zekerheid doe ik een regenjas aan. Als ik er bijna ben, begint het zachtjes...
-
Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nem...













