dinsdag 24 augustus 2021

Rupsen

Mijn schoonzus T. is gek op dieren. Mijn broer, haar man, ook, maar daar gaat het nu even niet over. T. fokt, verzorgt en voedt elk dier dat zich bij haar aandient. Van honden en katten tot reptielen, kikkers en enorme spinnen. Toen we afgelopen weekend op bezoek waren, liet ze ons haar collectie spinnen zien. Grote, harige achtpoters, elk in een klein, eigen territorium (doosje) omdat ze alleen zo gegarandeerd hun levende prooivoedsel te pakken kunnen krijgen.

In het laatste doosje zat geen spin, maar een rups. Ik en glad, zeker acht centimeter lang en met een pokémon-achtig gezichtje. T. was hem tijdens een wandeling tegengekomen, had hem op haar hand gezet en meegenomen. Waarbij het beest voortdurend over haar armen heen en weer kroop, vertelde ze. Thuis zocht ze uit wat het was en wat het zou worden. Een grote, bijzondere nachtvlinder. Maar dat gaat pas in het voorjaar gebeuren. Zo lang wilde ze hem niet in het doosje houden. Gelijk met ons liet ze dus de pokémon-rups uit. Hij mocht in de hortensia.

rups die over het randje van een boodschappenkrat kruipt

Vandaag zit ik op mijn huiskamer-kantoorplek te werken en ineens zie ik uit m’n ooghoek iets op het raam kruipen. Het is een rups. Niet zo’n spectaculair exemplaar als die van T., maar wel een mooie. Het kost weinig moeite om uit te vinden dat dit de rups van een koolwitje is. Op internet lees ik dat je rupsen beter niet met je handen kunt oppakken omdat je ze dan al gauw kapot knijpt. Voorzichtig op een blaadje laten kruipen en niet laten vallen, want een val van 10 centimeter kan al dodelijk zijn…

Het beestje is inmiddels bijna een meter hoog tegen het raam op gekropen. Ik manoeuvreer hem dus zachtjes op een vel papier en leg hem op een stenen muurtje naast de Oost-Indische kers. Die zou hij moeten lusten. Tien minuten blijft ie beduusd zitten. Dan keert ie zich van de groene blaadjes af en klimt met grote vaart tegen een kratje op. Levensgevaarlijk!

Ik kijk een tijdje naar z’n capriolen, zie intussen een broer of neef smakelijk van de Oost-Indische kers eten en dan moet ik nodig weer aan het werk. Het komt vast wel goed met die rups. Of hij wordt opgegeten door een vogel, dat kan ook. Het leven van een rups is vol gevaren.

donderdag 19 augustus 2021

Plantaardige kipstukjes

Ik had er niet aan gedacht om mijn zwager en schoonzus te vertellen dat ik vegetariër ben geworden. Als er een menu geweest was met onvermijdelijk vlees, zou ik dat hebben meegegeten. Zó principieel ben ik nou ook weer niet, hoewel het me zelf af en toe verbaast hoe strikt ik me sinds januari dit jaar aan mijn vega-voornemen hou.

Maar er kwamen op de broersdag vijf verschillende gerechten op tafel, waarvan twee zonder vlees. Dat was genoeg en erg lekker. Ik zat naast de gastheer-zwager en die verzekerde me dat ik rustig nóg een stuk van die drie-kazen-taart mocht nemen. Lief. Voorzichtig informeerde iemand waaróm ik eigenlijk heb besloten om vegetariër te worden. Ik legde het uit (zie 'Goede voornemens') en ook dat het niet betekent dat iedereen thuis met me mee moet doen.

Want H. en vooral zoon J. vinden een stukje vlees op z’n tijd toch wel erg lekker. (Hoewel ik vermoed dat de goedkope hamburgers en de knakworstjes uit blik die J. graag eet niet eens erg veel vlees bevatten.) Dus soms hebben we ieder iets verschillends op ons bord. Maar regelmatig wordt er ook gekookt met nep-vlees.

Zo maakte ik vandaag een curry met ‘plantaardige kipstukjes’. Die namaak-kip moest ik eerst nog even halen. Bij de Jumbo, want J. verzekerde me dat daar de tot-nu-toe best beoordeelde stukjes vandaan waren gekomen. Speurend tussen de soja, tofu en groenteburgers, zag ik overal opvallende rode stickers met ‘EXTRA GOEDKOOP’. O ja? Dacht ik.

Ik weet natuurlijk best dat al die vegaproducten meer kosten dan een eenvoudig stukje zielige kip. Maar juist door die stickers ging ik eens goed kijken naar de kiloprijs. Die van mijn plantaardige stukjes was maar liefst 18,65. De goedkoopste stukjes beest kostten ongeveer 5 euro per kilo. Nou goed, dat waren kluifjes met bot. Maar dat verschil is natuurlijk bizar!

Eigenlijk is het helemaal niet nodig om van die dure neppers te kopen. Met bonen, noten en kaas kom je ook een heel eind. Ik vind het best leuk om een beetje te experimenteren met eten. Morgen komt een vriendin eten die al veel langer dan ik het vlees heeft afgezworen. Misschien ga ik straks op zoek naar een mooi, nieuw recept. Maar ik denk dat ik m’n overheerlijke notenballetjes ga maken. Die lust iedereen

vrijdag 13 augustus 2021

Tien vrouwen

Al bij het hek aan de weg staat een vrijwilligster met een geel hesje om ons de ingang te wijzen van de Melkfabriek in Arnhem. H. wil de toegangskaartjes al opdiepen uit z’n rugtas, maar de vrouw zegt lachend dat dat hier nog niet hoeft.
‘Anders hebben m’n collega’s verderop niks meer te doen.’
Buiten het grote, oude fabrieksgebouw staat rechts een tafel met aan beide korte kanten iemand in een geel vrijwilligershesje. Aan de linkerkant staat een groep mensen, allemaal in het wit gekleed. Er stijgen een paar saxofoonklanken op.

Wij gaan naar rechts, waar we nu wél de kaartjes moeten laten zien en dan door een enorme, lege hal wandelen, waarna we in een nog grotere ruimte komen die voor de helft met stoelen is gevuld. Op ruime afstand van elkaar, zodat we op de vijfde rij oneindig ver van de lege helft af zitten, waar straks de voorstelling zal zijn.
Gekleurd licht geeft de fabriekshal een wonderlijke uitstraling.

Niet veel later komen een voor een de wit geklede jonge vrouwen binnen die we eerder bij de ingang zagen. Ze verspreiden zich, zetten her en der hun muziekstandaard neer en na een tijdje klinkt er heel zacht een gezongen toon, waar zich andere tonen bijvoegen, tot een kluwen van dissonante klanken de ruimte vult. Steeds luider. En ineens zit er stiekem een saxofoon doorheen die overal bovenuit stijgt.

‘Ik droomde dat ik langzaam leefde,
Langzamer dan de oudste steen’
Het gedicht ‘Tijd’ van Vasalis zet de toon en komt later afrondend terug…

Saxofoniste Kika Sprangers speelt samen met negen zangeressen de voorstelling ‘Dochter.’ Een afwisseling van zang, instrument en voorgedragen teksten. Poëtisch, abstract, mooi om te zien en met negen stemmen die van zacht en lieflijk tot wringend en schreeuwend de hele ruimte vullen. En natuurlijk die saxofoon. Het past wonderlijk goed bij elkaar.

In de aankondiging van de voorstelling werd iets verteld over het verhaal dat achter de voorstelling zit, maar ik onderga eigenlijk gewoon wat er te horen en te zien is. Een uur is snel voorbij en dan staan we met z’n allen heel hard te klappen. Tegen de tijd dat we teruggelopen zijn naar de ingang/uitgang, staan de tien jonge vrouwen al weer buiten. H. roept naar ze dat het mooi was. ‘HEEL MOOI!’ Als ze omkijken en ‘dank je wel’ zeggen steekt hij twee duimen op. ‘Echt héél mooi!!’ roept hij nog harder. Ze lachen en zwaaien.

In de auto terug naar huis zijn we het er over eens dat het een geslaagde avond was. Op grond van de beschrijving hadden we maar een vaag idee van de voorstelling, maar het was echt mooi. Fijn dat dit soort dingen weer kunnen!


zaterdag 7 augustus 2021

Olympisch

Ze zijn bijna voorbij, de Olympische Spelen. Hèhè.
Met een sportliefhebber als partner was er geen ontkomen aan. Ruim twee weken lang stond een groot deel van de tijd in onze woonkamer de televisie aan en hoorde ik enthousiaste, saaie, neuzelige, of hysterische commentatoren verslag doen van een groot aantal sporten. Als er Nederlandse medailles in het spel waren ging het geluid flink hard.

’s Morgens bij het wakker worden pakte H. onmiddellijk zijn iPad om even gauw te kijken wat er die nacht in Tokyo gebeurd was. En na het ontbijt ging het voor de tv verder. Soms keek ik even mee. Zodra H. merkte dat ik een flintertje interesse toonde, probeerde hij dat aan te wakkeren door enthousiast dingen uit te leggen.

Zo zag ik Sifan Hassan na haar beroemd geworden struikelpartij tóch nog als eerste over de finish gaan en zich zo plaatsen voor de 1500 meter. H. kon er niet genoeg van krijgen. Ik zag de hockeyvrouwen winnen, Epke Zonderland van de rekstok vallen, ik zag basketbalwedstrijden, zeilers, hordenloopsters, roeiers, judoka’s en van die gasten op stuntfietsjes. Van de meeste dingen alleen een flits, na het nieuws of even uit nieuwsgierigheid.

Soms bleef ik een tijdje meekijken. Dan was H. zo lief om van het baanwielrennen, wat ik stom vind, weg te zappen naar het synchroonzwemmen (waarvan ik dacht dat dat wel leuk zou zijn, maar dat iets akelig militaristisch heeft). Of hij zocht speciaal voor mij naar het speedklimmen en boulderen, waar ik wel graag naar kijk. Maar over welk sport-onderdeel het ook ging, H. hield het langer vol dan ik voor de tv.

En morgen is het dus afgelopen. Ik gun alle winnaars van harte hun medailles, maar ik ben blij dat er nu een tijdje geen getoeter door het huis klinkt over te behalen, behaalde of niet behaalde prestaties. Want daar ben ik nu even helemaal klaar mee.  

zaterdag 31 juli 2021

Tuinklompen

oude tuinklompen
De klompen met houten zolen waar ik in stap als ik in de tuin ga werken, zijn oud en afgetrapt. Niet alleen zitten er deuken en scheurtjes in het nepleer, maar ook het hout van de zolen is behoorlijk toegetakeld. Regelmatig spit ik stukjes tuin om en om de schop in de zware klei te krijgen, trap ik dan stevig op de bovenkant van het blad. Het heeft een ruig patroon van kerven achtergelaten.

In de tuin kan me dat niet schelen, maar als ik een week of zes op klompen ga doorbrengen (zie Marsfractuur), is een nieuw paar misschien geen slecht idee. Ik zoek een tijdje rond op internet. Een paar leuke felblauwe? Niet in mijn maat. Een paar zilverkleurige! Mwah, toch maar niet. Knalroze? Yek. Een paar gewone zwarte dan maar? Ik aarzel. Als ze niet goed zitten, moet ik zelf de verzendkosten betalen van het terugsturen. Ik besluit eerst eens mijn licht op te steken bij de drie schoenenwinkels die ons dorp rijk is.

‘Goeiemiddag, ik heb een heel specifieke vraag.’ Nadat ik bij de Bristol niets heb gevonden, ga ik bij schoenenwinkel Verploegen naar binnen. De vriendelijke verkoopster kijkt me nieuwsgierig aan. Ik vertel dat ik een scheurtje in m’n middenvoetsbeentje heb en dat ik nu schoenen nodig heb die zo’n stijve zool hebben, dat ik mijn voet niet kan afwikkelen. Liefst een houten zool. Meelevend zoekt ze de hele winkel door. Houten klompen zijn er niet, maar misschien deze sneakers? Die sandalen? Ze geeft me verschillende paren schoenen met stevige zolen, maar helaas, er is niets bij dat echt goed stabiliseert. Ik voel me een beetje schuldig om niets te kopen, maar ze verzekert me dat dat niet erg is en hoopt dat ik ergens anders kan slagen. Lief.

De laatste kans hier is schoenenshop Stap In. Ook daar leg ik mijn vraag voor en eigenaar Joop zegt meteen dat hij me niet zal kunnen helpen. ‘Weet je waar ze tuinklompen hebben?’ zegt hij, ‘bij de Boerenbond.’ Dat is een goed idee. Ik stel mijn plan om toch maar op goed geluk online te bestellen nog even uit. In Grave, vlak bij m’n werk, is een Welkoop, zoals de Boerenbond tegenwoordig heet. En daar moet ik morgen tóch heen.

nieuwe tuinklompen


Bij de Welkoop vind ik zonder problemen een paar houten tuinklompen. Precies zulke als ik al heb, maar dan nieuw. Wel saai, maar ik koop ze toch. Heb ik één paar om mee in de tuin te werken en één paar om mee te flaneren.
Hoe elegant.
 


woensdag 28 juli 2021

Een marsfractuur

Mijn voet deed al de hele week een beetje pijn bij het lopen, maar toen H. zondagavond voorstelde om even een rondje te wandelen, zei ik ja. Ik liep zorgvuldig, want als ik die voet maar goed recht neerzette, viel het best mee. Maar na twee kilometer had ik het toch wel een beetje gehad. Ik nam een shortcut naar huis en liet H. alleen het rondje afmaken.
De volgende dag doet het echt zeer en is m’n voet ook een beetje dik. Ik hink door het huis en ontdek dat het beter gaat als ik m’n tuinklompen met houten zolen draag. Het gaat niet vanzelf over, bedenk ik ’s avonds en besluit om de volgende ochtend de huisarts te bellen. Ik mag meteen komen, want er heeft iemand afgezegd.

‘Tja,’ zegt mijn huisarts als hij een tijdje aan mijn voet heeft gedraaid, geduwd en geklopt en precies weet waar de pijn zit. ‘Eigenlijk weet ik het niet. Het lijkt op een marsfractuur…’ Hij legt uit dat dat een scheurtje is in het middenvoetsbeentje en dat het zo genoemd wordt omdat het voorkomt bij militairen die heel lange marsen hebben gelopen. Heb ik onlangs een hele lange wandeling gemaakt? Nou nee. ‘Maar het kan best dat ik iets op m’n voet heb laten vallen wat ik niet meer weet. Zoiets gebeurt me wel eens.’
Hij grinnikt: ‘Ben je zo onhandig?’
Dan vertelt hij dat ik in het ziekenhuis een foto kan laten maken als ik wil, dan weet ik of er inderdaad een scheurtje in het botje zit. Niet ondenkbaar ook met m’n osteoporose.
‘Als dat zo is,’ zegt hij, ‘weet ik niet of ze dat spalken, maar ik denk het niet.’
Ik vertel dat m’n tuinklompen volgens mij behoorlijk als spalk werken en dat lijkt hem nog niet zo’n slecht idee. Intussen zit hij naarstig een verwijzing te typen voor het ziekenhuis.

Woensdagochtend fiets ik naar  het ziekenhuis (fietsen gaat prima), waar door een energieke dame binnen een paar minuten een foto wordt gemaakt van mijn voet. Tien minuten later komt ze me vertellen dat er een heel klein scheurtje in een middenvoetsbeentje zit.
‘Maar je hoeft er niet mee naar de eerste hulp,’ zegt ze er meteen achteraan.
Ik had geen moment gedacht dat dat wél zou moeten, en realiseer me dat dat een flinke tegenvaller geweest zou zijn. Ze zegt dat ik maar terug naar de huisarts moet gaan om te overleggen wat nu.

Dat lijkt me eigenlijk niet nodig. Ik bel de assistente om te vertellen dat er dus een scheurtje zit en dat ik met de dokter heb afgesproken om het te stabiliseren door op klompen te gaan lopen. Ze geeft nog wat aanwijzingen en dat was dat.
Een week of zes op tuinklompen, binnen en buiten. Niet ideaal maar het kan erger.

zaterdag 24 juli 2021

Invasieve exoot

Midden op het fietspaadje staat een moeder met een klein meisje. Als ze mij op de fiets zien aankomen, trekt de moeder het kind achter zich, maar gaat zelf nauwelijks opzij. Ze kijkt aandachtig naar iets op het pad. Ik fiets ze voorzichtig voorbij en kijk dan nieuwsgierig om, om te zien wat er zo interessant is. Tien meter verderop stop ik, ik loop met de fiets een stukje terug.

‘Een rivierkreeftje’, zeg ik tegen de moeder.
Ze knikt, terwijl ze met een lange rietstengel zachtjes tegen het beestje aanduwt. Haar dochtertje jammert een beetje:
‘Ik wil dit niet’.
‘Ja, nog even wachten. Ik wil hem even van het fietspad afhebben.’
Ze wendt zich naar mij: ‘Waar ik eerst woonde, hadden we er zó veel! Soms zag je er wel tien tegelijk. Ik probeer hem de berm in te krijgen, maar oppakken gaat me te ver.’
Geduldig leidt ze het donkerrode rivierkreeftje naar de kant.
‘Dat snap ik,’ zeg ik en denk aan de berichten die ik over deze ongewenste invasieve exoten heb gelezen.
‘Ik weet wel dat het eigenlijk helemaal niet goed is dat ze hier zijn,’ zegt ze alsof ze mijn gedachten raadt. ‘Maar ik breng hem tóch in veiligheid.’
Ik lach naar haar. ‘Ja, we moeten ze eigenlijk opeten.’
‘Nou, daar voel ik toch weinig voor,’ ze kijkt fronsend naar het beest. ‘Een grote kreeft vind ik nog wel lekker, maar dit…’
Ik ben het met haar eens. Erg aantrekkelijk ziet ie er niet uit met z’n minuscule lijf en z’n grote scharen. Intussen heeft de vrouw hem bijna bij de berm gekregen
 ‘Als je weg bent, kruipt ie waarschijnlijk meteen het pad weer op,’ zeg ik opgewekt.
‘Sja,’ ze geeft hem een laatste duwtje. ‘Dan moet ie het zelf maar weten.’ Dan zit de kleine exoot in het gras.
‘Zo,’ zegt de vrouw, ‘m’n goede daad voor vandaag gedaan.’
Het meisje, dat gestopt is met jammeren en van achter haar moeder toekijkt, knikt opgelucht.
‘Nu gaan we naar huis.’ Ze zegt het half tegen haar moeder en half tegen mij.

Ik wens ze een fijne dag en draai me om om verder naar het dorp te fietsen. Daar doe ik een snelle boodschap en een kwartier later ben ik terug op dezelfde plek. Ik fiets langzaam en kijk of ik het rivierkreeftje nog ergens zie. Maar dat is verdwenen. Waarschijnlijk in het slootje langs het pad. Om daar de boel kaal te vreten, want dat schijnen invasieve exoten te doen.
Ach, zolang het hier bij een enkel exemplaar blijft, maak ik me er niet druk over.

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...