Posts tonen met het label theater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label theater. Alle posts tonen

zondag 3 oktober 2021

Avondje theater

Op zaterdagavond willen we iets leuks doen en we kijken online naar het programma van de bioscoop in Nijmegen. Behalve een reeks films waarvan een paar misschien leuk zijn, is er ook een theatervoorstelling. Zeven eenakters, geschreven door verschillende auteurs. Er zijn nog kaartjes voor en we besluiten dat we daar naartoe gaan.

‘s Avonds zijn we bijna bij de parkeergarage als H. losjes opmerkt dat hij zijn telefoon thuis heeft laten liggen.
‘Maar dan kunnen we niet naar binnen,’ zeg ik geschrokken. ‘We moeten natuurlijk de corona-app laten zien!’
‘Oei, daar had ik niet aan gedacht.’ 

We staan voor een stoplicht vlak voor een rotonde en ik denk dat we allebei de mogelijkheid overwegen om de rotonde helemaal rond te rijden en snel thuis de telefoon te halen. Een ideetje dat net zo gauw weer de prullenbak in kan. Dat halen we nooit.
‘We bellen het theater om te vragen hoe streng ze ermee zijn,’ stel ik voor. Vanuit de parkeergarage bellen we en H. vraagt of een foto van de QR code misschien ook kan.
‘Eh, dat is scanbaar dus ik denk het wel,’ zegt de dame aan de telefoon.

We bellen J. die thuis is gebleven. Hij vindt de QR op de telefoon en stuurt een foto. Door een miezerbuitje lopen we snel naar de bioscoop, waar ik bij de ingang vlekkeloos mijn code kan laten scannen. Dan de foto van H. Maar nee, dat werkt niet. De QR blijkt om de zoveel tijd te verspringen en is dus al verouderd.
De jongen bij de ingang denkt mee. ‘Als je nou de persoon die de foto heeft gestuurd via facetime kunt bellen, kan ie de code ‘live’ laten zien.’
Goed idee. We bellen weer naar huis, maar J. neemt niet op.
‘Misschien is ie even naar de wc.’
Na zes keer bellen zegt de deurbewaker dat we wel even naar binnen mogen komen; het miezert nog steeds. Na tien keer bellen beginnen we de moed te verliezen en na vijftien keer bellen geven we het op.

‘Ga jij maar naar binnen,’ zegt H. ‘Bel maar als het is afgelopen, dan kom ik je ophalen.’
Ik heb geen tijd om erover na te denken, want om acht uur begint de voorstelling en het is één minuut voor acht.
Een zoen, twee trappen op rennen en voor de ingang van de zaal probeer ik op mijn telefoon het toegangskaartje tevoorschijn te toveren. Maar er komt een melding dat dit niet mogelijk is. ‘Bestelling x kan niet worden gevonden. Dit kan zijn omdat de voorstelling is geweest.’
Ik laat het zien aan de dame bij de deur.
‘Ga maar gewoon naar binnen,’ zegt ze gemoedelijk.
‘Ja maar ik weet niet meer wat mijn stoelnummer is.’
‘Eh, nou, ga maar ergens zitten. En als er nog iemand komt voor die stoel kun je nog ergens anders gaan zitten.’

Er is inderdaad ruimte genoeg en een paar minuten nadat ik binnen ben begint de voorstelling. Zeven eenakters waarvan er een paar erg leuk zijn, een paar best leuk en helaas vind ik de laatste flauw en overgeacteerd. Toch ben ik blij dat ik wel naar binnen ben gegaan. En na mijn solo avondje theater word ik heel lief weer opgehaald door H.
Best een leuke avond, maar toch niet helemaal hoe we het ons hadden voorgesteld.

zaterdag 17 september 2016

Meedoen aan Prateur 2016

(zie ook Syrische liederen met hindernissen)
 
“Er komt weer een groep aan. Iedereen op z’n plek!” De jonge acteurs kruipen in de tent op het toneel. Wij, de koorleden, stellen ons op achter een deurtje op de wenteltrap. We horen het publiek binnenkomen. Gepraat, geschuif met stoelen, en na een tijdje valt de stilte van vlak voor de start. In de smalle, warme koker van de wenteltrap staan we te wachten. Er wordt zachtjes nog een beetje gefluisterd, maar als we de eerste woorden van de voorstelling horen, concentreert iedereen zich.
“Jongens, komen!” roept Jenske naar de tent waar hier en daar ledematen uitsteken. “Ik tel tot drie!” Maar iedereen blijft in de tent. Wel komen de koorleden tevoorschijn en pas als we beginnen te zingen, kruipen er aan alle kanten kleurige jonge mensen uit de tent. Zo begint het stuk.

Onze dirigent heeft vandaag een dubbelrol. Omdat de violist zich heeft ziekgemeld, moet hij ook de instrumentale muziek verzorgen waar die niet gemist kan worden. Een half uur voor de voorstelling werden nog koortsachtig de scènes doorgenomen waar hij op een contrabas bij zou spelen. Nu het publiek erbij is, lijkt het vanzelfsprekend dat er op de goede momenten muziek klinkt. Zelf merken we dat een aantal dingen weer moeten wennen. We spelen de korte voorstelling zes keer per avond. Het publiek ziet behalve dit stuk nog vijf andere dingen op verschillende locaties. Soms staat al na een paar minuten de volgende groep voor de deur en soms zit er wat langer tussen.

Na de derde ronde kijken we elkaar tevreden aan. Het begint steeds soepeler te lopen. En na de vierde komt de regisseur ons vertellen dat het prima gaat. Nog een kleine aanwijzing en daar komt alweer een groep publiek. Als de zes voorstellingen van deze avond erop zitten, ruimen we samen snel alle klapstoelen op, want overdag wordt de ruimte voor andere dingen gebruikt. Dan verdwijnt de een na de ander naar buiten. “Tot morgen,” wordt er geroepen. Met een deel van het koor gaan we nog even wat drinken; het is tenslotte vrijdagavond.

Bij een biertje nemen we door wat er allemaal misging en we geven onze dirigent schouderklopjes omdat hij z’n onverwachte rol als muzikant er zo onverschrokken bij nam. Al met al zijn we best tevreden over de avond, al kan het natuurlijk altijd nóg beter. Er komen nog kansen genoeg. Morgen weer zes voorstellingen en volgende week nóg vier avonden. En wie weet wat voor verrassingen díe nog allemaal brengen. Maar nu leunen we even lekker achterover. Wat er morgen gebeurt, zien we dan wel weer.

zaterdag 6 september 2014

Theaterstuk van achter de coulissen

(Vrijdag 4 september)
Mariënburgkapel Nijmegen
De Mariënburgkapel staat op een centrale plek in Nijmegen. Vlak naast de bioscoop, midden op een plein dat aan winkelstraten grenst. Ik ben er vaak genoeg langs gekomen, maar van binnen had ik de kerk nog nooit gezien. 

Het is geen stille, gewijde plek waar we binnenkomen. De hoge ruimte galmt van de bedrijvigheid en staat vol vreemde attributen. Lange tafels vol pruiken en sieraden, kledingrekken met 17e eeuwse japonnen en jassen. 
En als je daar langs gelopen bent, zie je een provisorische toneelvloer van ruwe planken, met ervoor een halve circel van zo’n 70 klapstoelen. Maar wij moeten boven zijn. In de lange muur tegenover de ingang zit een donker gat, waarachter een smalle, stenen wenteltrap naar boven leidt. Hakkelige treden, geen leuning, weinig licht. 

Voorzichtig klim ik tussen mijn koorgenoten naar boven. Voor hen is de ruimte bekend. Ze hebben hier vorig jaar ook gezongen in het Prateur project, waar ik ook aan mee zou doen. Een gebroken heup gooide roet in het eten. Maar nu er een reprise van het project komt, kan ik wél meedoen. Ik ken tenslotte het hele repertoire.  

Boven lijkt het op een bouwput. Over een ongelijke, stoffige vloer van ruwe keien ligt hier en daar een plank. Ook hier liggen allerlei attributen. Kragen, sjaaltjes, rare hoeden en zonnebrillen. De kragen moeten we om, wat in combinatie met onze volledig zwarte kleding een soort Middeleeuws effect geeft. We zoeken allemaal een plekje op de ongelijke vloer om eerst maar eens in te zingen. 

Vijf nummer zingen we, verspreid door de toneelvoorstelling. De eerste vanaf de verdieping waar we nu staan, die aan één kant eindigt in een balustrade. We staan daarop achter de toneelvloer die voor een groot deel aan het oog onttrokken wordt door een hoog schot, waarachter de acteurs zich kunnen terugtrekken. Daar zitten ook vier dansers te wachten op hun scènes. Vandaag is de doorloop van het stuk, gevolgd door een proefuitvoering met een klein publiek van betrokkenen. 

Het is een hectische avond. Van de regisseur krijgen we aanwijzingen over wanneer, waar en hoe. Behalve dat we zingen, hebben we als koor een rol in het theaterstuk. “Als jullie vanaf het balkon naar deze scène staan te kijken, kunnen jullie dan wat meer zo opzij leunen alsof je nieuwsgierig àlles wilt zien… dat ziet er meer betrokken uit; leuker voor het publiek.” Ik merk dat ik de teksten, die ik zo goed uit m’n hoofd kende, ineens helemaal kwijt ben. Maar dat went wel. Bij de proefuitvoering gaat het al beter. Het is grappig om alles van achter de coulissen mee te maken. De acteurs die met veel kabaal de toneelvloer af stampen en uit zicht van het publiek ineens stil vallen en wachten op hun volgende opkomst. De dansers die zich in hun fraaie kostuums hijsen en daarmee in hun rol als bekakt Parijs dansgezelschap.  Als het stuk afgelopen is en de regisseur een afrondende toespraak heeft gehouden, leggen we onze Middeleeuwse kragen af en loopt de kapel leeg. “Dag, tot morgen”, zeggen we tegen elkaar, want morgen is de échte première. En daarna komen er nóg acht uitvoeringen van “De waar gebeurde geschiedenis van Nijmegen tussen 1672 en 2114.  In de Mariënburgkapel in Nijmegen. Komt dat zien!


zondag 30 december 2012

Tafel van de idee

Om kwart voor zeven hebben we afgesproken bij De Vasim, een oude fabriekshal die nu in gebruik is als Cultuurtempel. Niet meer dan vier kilometer fietsen van huis, maar we zijn er nooit eerder geweest. Precies op tijd komt het autootje van onze vriend P. uit Amersfoort het parkeerterrein op en met z’n drieën lopen we nieuwsgierig naar binnen. De Tafel van de idee is een onderdeel van de Winterparade 2012 en combineert theater met “lekker eten en de kunst van het samenzijn”. Als we binnenkomen, krijgen we een beker mosterdsoep en worden “geplaceerd” aan de 120 meter lange tafel, die door de hele ruimte meandert. We stellen ons aan onze directe buren voor en constateren dat de soep erg lekker is. Knap, als je dat voor 500 mensen tegelijk moet maken!
Voor ons, op de enorme tafel van ruwhouten planken, lopen meisjes op grappige laarsjes heen en weer om bestellingen voor drank op te nemen en na een tijdje brengen ze ons een grote, houten plank met ronde broden en bakjes tapenade en andere dips. We delen een plank met z’n achten; doorgeven van links naar rechts graag. Terwijl we eten worden er koptelefoons uitgereikt.
Die hebben we nodig om te luisteren naar een grote man in een zwartleren jas. Hij beklimt de tafel en al ijsberend over het gedeelte waaraan wij zitten, houdt hij een sombere, quasidiepzinnige toespraak. We raken alle drie al snel de draad kwijt en kijken rond wat er verderop gebeurt. Iets met een vrouw in het wit. Ze komt na de zwarte jas op onze tafel heen en weer lopen om een verhaal te vertellen. Een violiste in wit bont volgt de vertelster. Samen vertellen ze in woord en muziek een sfeervol eskimoverhaal. Mooi.

Dan is er het hoofdgerecht. Pasta met pittige saus en salade. Weer harmonieus gedeeld met acht tafelgenoten en verrassend smakelijk.
Het is warm in de grote fabriekshal en dat komt niet alleen van de fles rode wijn die we bij het eten hebben besteld. Als er even niets theatraals gebeurt, klinkt er een gezellig geroezemoes. Achter ons lopen ineens de mensen van tafel, maar wij blijven zitten en krijgen deze keer muziek op de koptelefoon. Op de tafel wordt nu gedanst door een meisje in een tulen jurk met daaronder een paar lompe, zwarte kistjes. Tussen de vuile borden en schalen beweegt ze zich theatraal, waarbij het tule soms gevaarlijk langs de brandende sfeerkaarsjes scheert.
Voor het volgende onderdeel gaan we van tafel om ergens samen een simpel lied ‘in te studeren’. Dan krijgen we een bijdrage van Kamagurka in de vorm van een klein verhaaltje, afgedrukt op kaartjes die worden rondgedeeld. Het wordt gezamenlijk als een mantra voorgelezen.
“En nu: KAAS”, buldert iemand door een microfoon en er komen kaasplankjes langs met verschillende rauwmelkse kazen uit de streek. Kaas proevend en pratend drinken we de laatste slokken wijn. De silent disco laten we aan ons voorbij gaan. Dat wil zeggen, we leggen de koptelefoons opzij en praten nog even met P., die we tenslotte niet elke dag zien. Om ons heen klimmen de meeste gasten op de tafel om te dansen. Af en toe klinkt een massaal meegezongen refrein, zodat we weten wat we missen op de koptelefoon.
Dansend en zingend laten we onze medegasten achter als we een kwartiertje later langs twee bewakers het gebouw verlaten. Het miezert een beetje, maar dat kan ons humeur niet bederven. Al waren we niet over alle acts even enthousiast, dit bijzondere etentje was zeker de moeite waard.

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...