maandag 19 februari 2018

Braillelabeltje

Mijn blinde collega D. heeft sinds een paar maanden een geleidehond. Een leuke blonde hond, die, als haar baasje aan zijn bureau zit, gezellig op bezoek gaat bij de dames van de balie of door de gangen loopt. Zonder tuig is ze niet aan het werk en mag ze aangehaald worden. Zo kan het gebeuren dat er soms keurige mannen-in-pak ineens op hun knieën zitten te spelen en te knuffelen. Het heeft wel iets.

Omdat het audiotijdschrift dat ik maak vorige maand het thema ‘honden’ had, vroeg ik D. of hij mee wilde werken aan een interview met zijn hond. Ik had vragen bedacht die hij namens de hond beantwoordde. Nu de opname klaar is, ga ik hem een ceedeetje brengen, zodat hij naar het resultaat kan luisteren

D. zit niet op z’n werkplek. Ik leg de cd op zijn bureau, maar bedenk dat er even een braille-stickertje op moet, zodat hij meteen weet wat het is. Jaren geleden gebruikte ik regelmatig zo’n tang waar je een plakstrookje mee kunt maken met voelbare braillepuntjes. Waar zou dat ding gebleven zijn? “Oh, zo’n dymo?” zegt de collega van de postkamer, “die ligt dáár, bij de afdeling IT.”

De collega van IT wijst me de kast waar de dymo ligt. Een modernere versie dan de draaitang die ik in m’n hoofd had. Ik type ‘Klinkklaar’ in en er komt een keurig, glad plakstrookje met letters uit het apparaatje. “Maar dit is geen braille,” zeg ik. “O, moet het braille zijn. Eh… misschien moet je bij collega M. zijn… Maar nee, M. heeft ook geen brailletang.

Nu kan ik D. natuurlijk ook gewoon een mailtje sturen waarin ik uitleg welke cd ik op z’n bureau heb gelegd, maar het is een principekwestie geworden. Het is toch raar dat ik in een bedrijf werk dat tekst toegankelijk maakt voor mensen met een leeshandicap en dat ik voor mijn blinde collega niet eens een braillelabeltje kan regelen!

Ergens in mijn bureaula heb ik nog een troef. Een ouderwetse reglette: een simpel, plastic malletje waarmee je met een stompe prikpen met de hand braille kunt ‘schrijven’. Ik schuif er een stevig stukje papier in, prik in spiegelschrift “Klinkklaar”, knip het strookje af en plak het op de cd. Dan loop ik weer naar beneden naar het bureau van D. En jawel, die is inmiddels terug van weggeweest, zodat ik hem gewoon het ceedeetje kan overhandigen.

Maar dan wel met een braillelabeltje erop! Handig, toch.

zondag 18 februari 2018

Lentegevoel

Ik weet het, het is pas februari. Maar dit weekend heb ik toch echt een lentegevoel.
Op zaterdag lokt de tuin. Ik haal voorzichtig allerlei oud blad en nieuw opkomend ongewenst groen weg rond de polletjes bloeiende sneeuwklokjes. Beetje compost er omheen… nu zie je ze veel beter. Ik kijk er door het raam naar als ik weer binnen ben en neurie blij een lenteliedje.

Op zondagmorgen schijnt de zon minstens zo uitbundig en we gaan naar buiten. Vanuit onze eigen voordeur maken we een wandeling van ruim twee uur. De wereld ziet er vrolijk uit als het zo zonnig is en op sommige plaatsen extra vrolijk doordat er nog wat carnaval nazingt. In een tuin die altijd al opvalt doordat ie volgepakt staat met allerlei beeldjes, is het nu helemaal een feestelijke boel. Ik kan het niet laten om er een foto van te maken.

Weer thuis zie ik op mijn i-pad dat er nog meer redenen zijn om vrolijk te worden van dit weer. De zonnepanelen op ons dak brengen deze week dagelijks tussen de 1 en 2 euro op. Dat lijkt misschien niet zo veel, maar stel je voor dat je elke dag 1,50 in een potje doet, dan heb je na een paar maanden al een aardig etentje bij elkaar gespaard. En het is nog niet eens voorjaar; er gaat nog veel meer zon komen!

Behalve de sneeuwklokjes in de tuin, zag ik al knoppen in de narcissen en staat ergens een verdwaalde hyacint op uitkomen. Sommige mensen blijven tot ver in maart hopen dat er genoeg ijs op sloten en plassen groeit om te kunnen schaatsen. Van mij hoeft het niet.
Weg met dat laagje ijs op de vijver ’s morgens. Afgelopen met krabben van de autoruiten. Eerder licht en later donker. Ik kan niet wachten tot het echt lente wordt!

zondag 11 februari 2018

Bloemrijke taal.


“Ik verontschuldig mij voor het vergeten van belangrijke papieren voor een mogelijk goed doel (…)”

De WhatsApp berichten van N. zijn een soort puzzels. Omdat ik de context, ken, weet ik wat ze bedoelt, maar de vertaal-app die ze gebruikt, levert wonderlijke constructies op.

Ik heb bij N. thuis even op de kinderen gepast zodat ze snel boodschappen kon doen. Als ze terug is, praten we over de zorgen die ze heeft over haar zoontje. Hij praat haast niet op school, zodat de juf niet weet wat hij wel of niet kan. Ik vraag of ze goed met de juf kan praten en of die haar zorgen begrijpt. N. laat me zien wat ze via WhatsApp aan de juf heeft geschreven. Ook hier weer een beetje een cryptische tekst met veel mooie woorden.

Ik vertel haar dat het ingewikkelde zinnen zijn die ze probeert te maken. Als voorbeeld laat ik haar de zin zien waarmee dit stukje begint.
“Ik verontschuldig mij”, zeg ik, “is moeilijke taal. Je kunt eigenlijk ook gewoon “sorry” zeggen.”
Dan legt ze me (met veel woorden en voorbeelden) uit dat het tegen haar gevoel in gaat om alleen maar ‘sorry’ te schrijven. Dat moet niet zo direct, dat moet veel beleefder, met omhaal. Ik zie beelden voor me van Arabische marktkooplui en hun spel van bieden en afdingen, waar het bij hoort dat er wanhopig geroepen wordt dat van zo’n laag bod de hele familie zal creperen van de honger… Om vervolgens tevreden tot een overeenkomst te komen.

Ja, ik snap wat ze bedoelt.
Ik hoop alleen dat de juf van A. de wonderlijke tekst een beetje begrijpt. Of anders zo verstandig is om een keer de tijd te nemen voor een gesprek.  

woensdag 7 februari 2018

Verkouden kindje


Er komt een snotterig geluidje uit de schommelwieg. Twee piepkleine handjes gaan met gespreide vingertjes omhoog. Wordt de baby wakker?
Nee. Ze slaapt door.

Op de ronde tafel staat een flesje voor als ze wil eten. Ik zit op de bank in de warme kamer en voel me een beetje machteloos.
N. belde me op mijn werk. Ze wist het even niet meer. Haar man was voor een afspraak naar het ziekenhuis gegaan en moest onverwacht blijven. Zij is thuis met een koortsige baby en twee schoolkinderen. Zelf nog moe en emotioneel, nog geen twee maanden na de geboorte van haar jongste. Bezorgd om haar man, bezorgd over de baby die ze liever niet mee wil nemen naar buiten, waar het flink koud is. Een auto of rijbewijs heeft ze niet en ook geen fiets. Alles moet lopend en de school is bijna twee kilometer verderop.

Ik ben zo snel mogelijk hierheen gekomen. N. deed open met een vlekkerig gezicht. Haspelde alle Nederlandse woorden door elkaar. Kon ik misschien een tas met spullen naar het ziekenhuis brengen? Maar eerst moest ze nog wat dingen halen in het dorp. En de kinderen ophalen, die na school met een vriendin meekonden. Gehaast zette ze een flesje klaar, liep heen en weer, zei dat ze snel terug zou zijn.
Het enige wat ik nu kan doen, is op de baby passen en wachten tot N. terug is.

Er is weer beweging in de wieg. Weer die handjes in de lucht. Uitrekken. En ja, dan is ze wakker en huilt. Het kleine meisje is verkouden. Als ik haar de fles geef, moet ze steeds stoppen met drinken om naar adem te happen. En te huilen, want zo is drinken natuurlijk helemaal niet fijn.
Na het flesje loop ik een half uurtje met haar rond. Pratend tegen haar, zingend. Ze strekt zich achterover alsof ze buikpijn heeft. Huilt, snottert, kijkt met grote ogen, is weer even stil.

Tenslotte gaat ze rustiger ademen en beginnen haar ogen dicht te vallen. Als N. terugkomt met de twee grotere kinderen, ligt de baby te slapen met een klein glimlachje om haar mond.
Ik laat ze alleen voor mijn volgende taak: een rolkoffertje vol noodzakelijke spullen naar het ziekenhuis brengen.

zaterdag 27 januari 2018

Enge Buren

“We gaan uit vanavond!” H. komt donderdag uit z’n werk met vrijkaartjes voor De Enge Buren. Ze spelen vanavond in theater Cardo. Ik heb wel eens van ze gehoord, maar weet niet precies wat De Enge Buren doen. Mijn associatie is iets voor kinderen, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik wel eens een liedje van hen ben tegengekomen bij een zoektocht naar muziek voor m’n kindertijdschrift.
Onverwachte uitjes zijn altijd leuk, dus gaan we tegen half acht opgewekt op weg naar het Cardo theater in Groesbeek. Daar is het al aardig vol. We vinden een plekje achterin en wachten nieuwsgierig wat er gaat komen.
Allereerst een parodie op de toppers. Best grappig. De drie mannen hebben een flinke batterij instrumenten op het podium staan, die ze ook allemaal bespelen. Ze hebben voornamelijk bekende nummers met eigen, Nederlandstalige teksten. Vaak met een wel erg vette knipoog en voor wie het nog niet begrepen had, worden de grapjes voor of na het nummer nog even uitgelegd. Na drie of vier nummers waarvan we niet heel enthousiast worden, zingen ze ineens a capella een Bulgaars lied. Joh, ze kunnen echt wel mooi zingen met z’n drieën!

Maar dan volgt weer iets flauws en iets plats en iets kinderachtigs. De Enge Buren praten en zingen de hele tijd in allerlei overdreven dialecten, doen Bert en Ernie na, zingen een stukje fabeltjeskrant, dansen gek op de melodie van YMCA en kunnen het niet laten om – knipoog knipoog – grappen te maken over vrouwen en seks.

Als naast me een vrouw keihard meezingt met het blijkbaar bekende “Pizza Calzone”, begin ik me een beetje ongelukkig te voelen. Het lied zelf is al vrij plat, maar daarna komt nog een soort sketch over een date met een vrouw die naar de plee (hihihi) verdwijnt en zich daar gaat scheren (hahaha), terwijl de zingende ik liever iets harigs heeft dan een kale kikker (whoehoehoeoe, de zaal komt niet meer bij).

Ik verbaas me over de wereld. Terwijl in Berlijn een gedicht op de gevel van een hogeschool weggewit moet worden omdat het teveel herinnert aan “de seksuele intimidatie waar vrouwen dagelijks aan worden blootgesteld”, zit hier een zaal vol mannen én vrouwen hard te klappen voor een lied + sketch waar het seksisme vanaf druipt.

Dit is (een vertaling van) het gewraakte gedicht:

Lanen
lanen en bloemen
bloemen
bloemen en vrouwen
lanen en bloemen en vrouwen
een bewonderaar.


En dan de Enge Buren:

‘k heb zo’n zin in een pizza calzone, want daarvan ga ik dromen
van die prachtige tijd daar in Rome, waar ik jou heb genomen
(…)
als ik terugdenk aan de eerste keer, wil ik jou bestellen
als ik terugdenk aan de eerste keer, ik heb zo’n zin om op te bellen
ik wil weer dat jij op die tafel ligt, oh, ja oh telkens weer.

Toen ik het bericht las over het gedicht dat moet verdwijnen, bedacht ik dat de nieuwe preutsheid toch wel dramatische vormen aanneemt. Een avondje Enge Buren overtuigt me ervan dat dat allemaal heel erg meevalt. Maar gelukkig staan hun teksten nergens op een muur.

zondag 21 januari 2018

Kamer restylen

Misschien kun je het als goed voornemen voor 2018 rekenen: we zijn bezig met het restylen van de kamer van E. We noemen we het nog steeds haar kamer, maar ze woont er natuurlijk al lang niet meer. Al verblijft ze er regelmatig een of meer nachten als ze een weekend komt.

Een bed, twee kasten, een wastafel en een roeiapparaat dat hier zolang is neergezet. Erg gezellig of mooi is het er niet. De gele gordijntjes zijn smoezelig, de lamp in de vorm van een zon een beetje kinderachtig en van de zalmroze kasten wordt ook niemand meer echt blij. 
Al maanden geleden hebben we verf gekocht om de kasten een nieuw kleurtje te geven, maar die stond nog steeds in de schuur te wachten. Tot we er in de kerstvakantie werk van gingen maken. Ik ging met de verfstaaltjes op pad om gordijnstof te kopen.

Dat ging minder soepel dan ik had gehoopt. Eerst kocht ik een te kleine lap – gegokt in plaats van gemeten, lekker snugger – en toen een stof die de naaimachine in eerste instantie weigerde te verwerken. Na diverse nieuwe naalden, een ander naaivoetje, andere draad, goochelen met de draadspanning en heel veel gemopper, was er één gordijntje klaar. Toen ik het uitprobeerde, hing het als een dweil. Ik gaf het op en we bestelden gordijnen die over een week of wat kant en klaar geleverd worden.

Voor de gewraakte stof heb ik intussen een liefhebber gevonden (ze is gewaarschuwd) en het te kleine stuk gebruikte ik onder andere voor een sprei; een donkerbruine sprei die het bed er een stuk minder bed-achtig uit laat zien. Toen werd het echt leuk. De kussens kregen een huiselijk nieuw jasje. De kasten hebben hun nieuwe kleur en nieuwe grepen en de zon is vervangen door vier draaibare spotjes. De roeimachine is ergens anders ondergebracht en nu moet er nog een bankje komen.
Beneden de huiskamer staat een bank die heel geschikt is, maar dan hebben we daar wel een kale plek. Dus gingen we op zoek naar een leuke, vervangende bank voor beneden. En die vonden we.
Terwijl we in de eerste weken van het jaar stapje voor stapje de kamer van E. mooi maakten, zei ik er niks van tegen haar. Jammer genoeg moeten we op de gordijnen en de bank nog een week of wat wachten, dus het was nog niet helemaal klaar toen ze gisteren voor het weekend thuiskwam...
Hoewel het onze logeerkamer is die we naar eigen smaak kunnen inrichten, hoopte ik toch dat ze het een beetje leuk zou vinden.

We zeiden niets tot ze naar boven ging om zich om te kleden en…. onze kritische dochter kon de veranderingen waarderen.
Gelukkig maar, want voor mijn gevoel blijft het toch altijd een beetje háár kamer.

zaterdag 13 januari 2018

Levanter, trompet, klarinet en vleugel


“Vind je het leuk om een avondje naar Erik Vloeimans te gaan?”
H. zit op de bank met z’n i-pad en heeft net ontdekt dat er nog kaartjes te koop zijn voor het concert op vrijdag 12 januari van de trompettist samen met een klarinettist en een pianist.
Ik heb Erik Vloeimans wel eens zien en horen spelen op tv. De andere twee ken ik niet.
H. leest voor: “Levanter – de naam voor een warme, sterke oostelijke wind – voert drie muzikanten van wereldniveau naar het theater voor een muzikaal avontuur over de grenzen van jazz, klassiek en wereldmuziek.”
Dat klinkt wel goed, en samen een muzikaal avondje uit lijkt me sowieso wel een goed plan.
“Leuk,” zeg ik, “doe maar.” En H. bestelt de kaartjes, een beetje verbaasd dat die een week voor de voorstelling nog te krijgen zijn.

Een week later ontdekken we hoe dat kwam. De voorstelling was al uitverkocht toen er een rij stoelen werd toegevoegd. Helemaal vooraan. Terwijl alle rijen in de zaal aangegeven worden met letters, hebben wij een kaartje waar “rij 2” op staat. Een beetje aarzelend wijst de zaalwacht ons een plaats op de voorste rij. “Als het niet klopt, kom ik het wel even zeggen,” zegt ze. Maar het klopt wel.
We zitten met onze neus bovenop de vleugel. Achter ons vult de zaal zich met verwachtingsvol geroezemoes en als alle stoelen bezet zijn, komen de drie muzikanten uit de coulissen en beginnen zonder plichtplegingen te spelen.

Ik wist niet dat een klarinet zó zacht kon klinken. Van de trompet van Vloeimans wist ik het wel, maar het is toch wat anders als iemand een paar meter van je af staat te spelen dan wanneer je hem op televisie ziet. Een beetje geheimzinnige, ongrijpbare muziek. Ook de pianist kan héél subtiel spelen, hoewel ie net zo makkelijk een stevig ritme neerzet.

Twee nummers spelen ze voordat de trompettist naar de microfoon loopt en het Nijmeegse publiek welkom heet. Hij houdt tussen de muziek door geestige praatjes, die hij zo uit z’n mouw lijkt te schudden. Het is de bedoeling dat we de zaal een beetje gelukkiger verlaten dan we zijn binnengekomen.

Wat kunnen ze veel, de trompettist, de klarinettist en de pianist. Ze spelen alleen maar eigen composities. Van knettergekke, supersnelle loopjes en uithalen tot fluisterend zachte melodieën. Ik wil m’n ogen dicht doen, maar ik wil ook de interactie niet missen tussen de drie. Het is zó leuk om te kijken naar mensen die met geweldig veel plezier muziek maken. Daar word je vanzelf blij van.

Voor we het weten, hebben ze het laatste nummer al gespeeld. Na een staande ovatie komen ze terug voor een toegift, geschreven door de Syrische klarinettist, tijdens de gebruikelijke zeven uur wachten in een achteraf hok op vliegveld JFK in New York. Gebruikelijk? Ja, wel als je uit bepaalde streken afkomstig bent. Het heeft in elk geval een mooie compositie opgeleverd.

Als we de zaal verlaten, zijn we een beetje gelukkiger dan toen we binnenkwamen. Helemaal zoals het bedoeld was.


Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...