zaterdag 12 juni 2021

Kruidenpotjes

Het keukenkastje waarin de kruiden staan is een nooit eindigend project. Eens in de zoveel tijd haal ik alle potjes kruiden, flesjes olie en azijn en voorraaddozen met al of niet aangebroken zakjes kruiden, gist, bakpoeder en vanillesuiker eruit. Ik stal de hele boel uit op het aanrecht of op de keukentafel en maak het kastje schoon Daar zitten dan altijd vette kringen in van olieflesjes (waar altijd stiekem druppeltjes aan blijven hangen) en diverse resten van zout, peper, nootmuskaat of andere dingen die in een molentje of rasp zitten.

Aan de deur van het kastje zitten twee kruidenrekken waarin allerlei verschillende potjes staan. Een paar jaar geleden kocht ik zes glazen cole & mason potjes met een zilverkleurige dop. Zes dezelfde, elegante potjes, omdat dat er mooi uitziet. Maar al snel kwam ik erachter dat ze toch niet zo handig zijn. De hals is zo smal dat er geen theelepeltje door kan, ook niet het allerkleinste. En dat terwijl ik kruiden vaak per theelepel afmeet.

Lang hield ik het vol om dan maar onhandige potjes te hebben. Maar kort geleden besloot ik dat ik daar nu genoeg van heb. Online vond ik na een tijd zoeken de potjes die ik wil hebben. Wijde glazen potjes, niet echt bedoeld voor kruiden (eerder voor honing), maar wel passend in het kruidenrek. Ze gingen minimaal per 24. Geen probleem, er kan ook jam in of iets anders.

Het was even goed nadenken welke kruiden ik zo vaak gebruik dat ik ze pontificaal in het rek wil hebben. 12 stuks passen erin. Er zijn inmiddels 11 besluiten genomen en het laatste potje is nog leeg. Als ik het deurtje open trek, kijk ik er tevreden naar. 

Alleen heb ik nu zes fraaie, lege cole & mason potjes over.  Kan ik daar iemand misschien een plezier mee doen?

zaterdag 5 juni 2021

Speciale winkels

Señor Hernandez in de In de Betouwstraat is zo’n winkel waar H. uren kan doorbrengen en waar ik zelf ook graag kom, al ben ik altijd eerder uitgekeken dan hij. Achter de toonbank staat een woest bebaarde, zeer vriendelijke liefhebber van strips en graphic novels. Om elke vinger draagt hij een grote ring. Ik moet er altijd naar kijken als hij de aankopen inpakt met die beringde handen.
 
In dit soort niche-winkels staan mensen die alles weten over wat ze verkopen. Ik hou daarvan. Er zijn geen andere klanten in de winkel als we onze fietsen op de stoep parkeren. We zetten netjes onze mondkapjes op en lopen naar binnen. H. wil de nieuwe graphic novel van Aimee de Jongh: Dagen van zand. Een dik boekwerk met sfeervolle tekeningen, gebaseerd op de historische ‘Dust Bowl' in het Amerika van de 30er jaren.

Het boek is pas uit, heeft veel publiciteit gehad, en er staat een flinke stapel exemplaren pal naast de kassa. Mr. Baard is enthousiast. De Rotterdamse Aimee de Jongh is pas 32, maar heeft al een stevig oeuvre bij elkaar getekend en geschreven. Het begon met stripjes in de krant die tot albums gebundeld werden. Tegenwoordig maakt ze de lijvige beeldverhalen die ‘graphic novel’ heten en die serieuze recensies krijgen in de media.

We vragen hoe de stripwinkel de coronatijd doorstaan heeft. Dat blijkt al met al mee te vallen. Natuurlijk was de lockdown een moeilijke tijd, maar doordat de winkel al jarenlang een goedlopende webshop had, bleef de schade toch beperkt. Een trouwe klantenkring bleef strips kopen en nu gaat het eigenlijk heel goed. Gelukkig.
Het is zo mooi als iemand enthousiast is over wat hij/zij verkoopt en er veel van weet. Vaak weet het winkelpersoneel alleen maar wat er op de kaartjes of verpakkingen staat van de producten.

Een volgende bestemming waar we heen fietsen is Kaashandel De Wit. Net zo gespecialiseerd, maar dan in heel andere zaken. Fijn dat er nog steeds van zulke winkels bestaan

woensdag 2 juni 2021

Goed gepland dagje Amsterdam

‘Hallo’, klinkt het vrolijk door de intercom en meteen klikt de deur open. Ik loop door de bekende betegelde gang beneden, vier keer twee galmende trappen op en dan sta ik voor mijn dochter E., die haar huisdeur al wijd open gedaan heeft. Even weifel ik nog, maar zij spreidt haar armen uit en voor het eerst in lange tijd omhelzen we elkaar. Nu ik mijn eerste inenting gehad heb en zij echt twee weken klachtenvrij is na een coronabesmetting durven we het eindelijk weer.

Ze heeft ons dagje Amsterdam goed voorbereid. Eerst maakt ze een lekkere lunch. Dan gaan we met het OV naar de Bijenkorf, waar ze een tijdslot van twee uur heeft gereserveerd. Als we onze QR code hebben laten scannen, wandelen we de chique ruime winkel in als VIP’s

Eerst kijken we rond bij de tassen en de make-up. Ik heb me voorgenomen om vakantiegeld uit te gaan geven vandaag en begin met een duur oogpotlood. E. knikt goedkeurend over mijn keus. Ze is goed op de hoogte van merken en make-up technieken, dus dat zit wel goed. Dan gaan we op zoek naar een leren jasje voor haar. Jammer, het enige jasje dat ze echt mooi vindt is er niet in haar maat.

De volgende missie is lingerie. Ik wil minstens twee goede bh’s. Als ik één mooie in mijn handen heb en een tweede van een rek haal, word ik aangesproken door een kordate Bijenkorf-dame. Wil ik passen? Ze neemt me onverbiddelijk op sleeptouw naar een paskamer. Die is bezet en we maken rechtsomkeert naar een andere. Die is ook niet vrij. Ik sta al in de wachtstand, maar de dame neemt me bij de arm naar weer een andere paskamer, waar ik in kan.

‘Ik kom zo kijken of het goed past, oké? Dan zal ik nu even aan je dochter gaan vertellen dat je híer bent.’ Ik grinnik in mezelf. Als ik niet serieus van plan was om iets te kopen, zou ik niet zo blij zijn met deze mevrouw, maar nu laat ik me graag pamperen. Ze haalt tot twee keer toe andere exemplaren voor me en even later staat ze samen met E. door het halfopen gordijn enthousiast de goede pasvorm van bh nummer drie te bewonderen.

Ik kies twee setjes en betaal zonder blikken of blozen een stevig bedrag. E. kijkt tevreden toe. Als we samen winkelen is zíj meestal degene die veel koopt. Ik ben niet zo’n shopper. Dan moeten we ons haasten voor het volgende onderdeel van de dag: er is een terrasje gereserveerd aan het IJ. Daar zitten we op ons gemak in het zonnetje en drinken een fles wijn leeg met daarnaast wat kleine gerechten. Als het begint af te koelen, steken we met de pont over naar het Centraal Station.

Voordat ik door het NS poortje naar de trein ga, geven we elkaar nog een knuffel. Dag lieve E., het was een heerlijke dag samen.
 

vrijdag 28 mei 2021

Een slecht interview

Donderdagmorgen sta ik ingeroosterd in studio 6 voor de laatste 120 minuten van de Telegraaf. Het betekent dat ik een deel voorlees van de weekselectie die gemaakt is voor onze blinde en slechtziende Telegraaf-abonnees. Wekelijks krijgen ze in zo’n drie en een half uur op deze manier een geconcentreerde versie van die krant. Op dezelfde manier wordt van de andere landelijke kranten een wekelijkse luisterversie gemaakt.

De Telegraaf dus. Het is niet mijn lievelingskrant, maar dat zul je aan mijn stem niet horen; ik ben een professional. Dus lees ik zonder blikken of blozen voor hoe Lil Kleine in Ibiza zijn vriendin heeft toegetakeld en welke misstappen hij voor die tijd al allemaal had begaan. Ook lees ik een interview met bariton Ernst Daniël Smid, die Parkinson heeft. En verder nog een heleboel artikelen die ik meteen weer vergeet. Na de voorleessessie maak ik netjes de studio schoon en ga ik naar huis.

Pas als ik aan tafel een boterham zit te eten, realiseer ik me waarom ik het interview met Ernst Daniël Smid zo slecht vond. Evert Santegoeds mag het dan tot journalist van de grootste Nederlandse krant geschopt hebben, ik heb weinig bewondering voor zijn manier van vragen stellen.

Bij de Voorste Kamer maken we luistertijdschriften met een hele kleine oplage, maar we maken ze wel zo goed mogelijk. En voor mij betekent dat, dat als je iemand interviewt, je die persoon zo goed mogelijk tot z’n recht moet laten komen.

Na het lezen van het interview met de bariton, blijft bij mij níet het beeld achter van een gevierde zanger met een mooie carrière. Daar ging het helemaal niet over. Alle vragen hadden als strekking: nu je Parkinson hebt kun je zeker dit niet meer, en ook dat niet meer, en is dat niet vreselijk erg. Geen vraag over successen, mooie momenten, anekdotes… geen vraag over wat er nu nog wél kan en waar Ernst Daniël nu zijn vreugde uit haalt. Alleen maar poeren in de ellende.

Ik monteer regelmatig audio-interviews. Vaak met mensen die onlangs blind of slechtziend zijn geworden en veel verloren hebben. De freelancers die deze interviews afnemen (zelf ook blind) vragen niet alleen maar hoe erg het wel is en wat er nu allemaal niet meer kan. Ze laten ruimte voor het verhaal van de geïnterviewde zelf. Terwijl ik monteer, leer ik die mensen kennen.
Het interview in de Telegraaf heeft me over Ernst Daniël Smid niets anders laten zien dan dat hij Parkinson heeft en dat zijn carrière helaas over is.

Het is een keus, maar mijn keus zou het niet zijn. Geef mij maar een andere krant.

maandag 17 mei 2021

Vraatzuchtig bezoek

Slakken zijn dol op Afrikaantjes, pardon, Tagetes. Zo staat het op de websites die het kunnen weten en het klopt. De plantjes worden opgevreten waar je bij staat. Avonden achter elkaar heb ik er 30 tot 40 van die slijmerds per keer uit geplukt en in de groenbak gedumpt. De sla en knolselderij laten ze met rust, wat precies de bedoeling was. Al vraag ik me wel af of de Tagetes plantjes  zoniet juist extra veel slakken aantrekken.

De dikke, donkerbruine naaktslakken zijn het makkelijkst. Goed zichtbaar en makkelijk op te pakken – wel met tuinhandschoenen, want ze nemen meteen m’n vingers in een plakkerige omhelzing en daar heb ik liever een laagje stof tussen. Lastiger zijn de kleintjes, lichter van kleur en soms zo smal als regenwormen. Ze klemmen zich aan de plant vast of laten zich juist vallen zodat je ze tussen de aardkluiten uit moet pulken.

Terwijl ik ze verzamel, mopper ik hardop. Vies klusje. Rotbeesten die alles opvreten wat ik zo zorgvuldig in de tuin heb gezet en verzorg.
 
Waar ik echt kwaad van word is dat ze – dit jaar voor het eerst – ook in de munt zitten. Terwijl munt volgens het boekje één van de plantensoorten is waar slakken niet van houden, heb ik nou net weer een afwijkende soort in die er dol op is. Zo jammer. Je wilt toch geen thee trekken van takjes met half afgevreten blaadjes vol slijmerige slakkensporen.

Morgen gaan we voor een weekje op vakantie. Als ik me voorstel hoe de vraatzuchtige beesten in die week ongestoord tekeer kunnen gaan, word ik daar niet vrolijk van.
Daar ga ik dus niet over nadenken. We zien het wel als we weer terugkomen.

vrijdag 14 mei 2021

What’s in a name?

Een van mijn lievelingsplanten in de tuin is de salomonszegel. De plant staat in de voortuin naast de vijver en ik kan me niet herinneren dat we hem gekocht hebben. Volgens mij was ie er gewoon ineens. Een jaar of vijf geleden, met één of twee van die gebogen stengels waar trosjes witte klokjes aan hangen met een groen randje.
Het jaar erop waren het er drie, vier - en elk jaar kwamen er een paar bij. Dit jaar heeft de plant zich zó uitgebreid dat ik voor het eerst een paar stengels kan plukken zonder dat je ziet dat er iets weg is.  
Salomonszegel; een plant met zo’n naam moet ook wel mooi zijn, toch.

Over plantennamen gesproken. De Afrikaantjes die ik vandaag bij het tuincentrum kocht, worden sinds kort alleen nog bij hun officiële naam genoemd: tagetes. Toen ik ze online opzocht, kwam ik een paar krantenartikelen uit 2020 tegen waarin stond dat in Winterswijk voortaan de naam Afrikaantjes niet meer gebruikt werd. Maar in het tuincentrum waar ik er deze week naar vroeg, werd me verteld dat de plantjes ook daar van naam veranderd zijn.

Volgens de krantenberichten is de verandering van de naambordjes ‘deels ingegeven door de huidige racismediscussie.’ Ik probeer de logica te volgen. Waarom is het racistisch om een plant Afrikaantje te noemen? Met de kleur heeft het weinig te maken. De bloemen zijn vrolijk oranje en geel.  
Mag de Duitse pijp wél zo heten? Of de Amerikaanse sering? En is een Engelse border nog toegestaan? Eigenlijk komt het mij juist een beetje racistisch voor om te denken dat de naam Afrikaantje voor iets of iemand beledigend is.

De reden dat ik de tagetes, die ik eigenlijk een beetje tuttig vind, in de tuin zet, is dat ze de slakken van m’n sla en knolselderijplantjes afleiden. Oftewel, ze dienen voornamelijk als slakkenvoer. Oei, dan wordt het een ander verhaal: Afrikaantjes die zich moeten opofferen voor het welzijn van de veldsla. Dan noem ik ze toch maar liever tagetes, dat klinkt minder erg.

vrijdag 7 mei 2021

Egel op doortocht

Het is  nog geen zwembadjesweer, maar mijn vriendin N. vraagt zich al af hoe ze deze zomer een opblaaszwembadje voor haar jongste heel moet houden. Er komt regelmatig een egel in de tuin en er is al twee keer een pas aangeschaft zwembadje lek geraakt. Het verband is snel gelegd.

Op woensdagmiddag is kom ik langs. Terwijl N. koffie voor me haalt, beklaagt haar man zich over de egel, en over de buurvrouw, die het dier als haar huisdier beschouwt. Ik denk mee over een manier om hem uit de achtertuin te houden. Op het internet wemelt het van de tips om je tuin aantrekkelijk te maken voor egels, maar hoe je ze uit de buurt houdt, is minder makkelijk te vinden. Uiteindelijk vind ik de tip om kippengaas onderlangs de schutting te spannen.

Ik laat het zien aan H. en we lopen naar buiten om te kijken naar praktische mogelijkheden. Vlak bij het huis is onder de schutting een ruime kier die in elk geval dichtgemaakt moet worden. Ik zeg dat hardop tegen H. en van de andere kant van de schutting klinkt prompt:
‘Dat mag niet dichtgemaakt worden hoor! Want daar moet de egel langs kunnen. Die geef ik hier elke dag te eten.’
H. protesteert: ‘Maar de egel maakt ons zwembad lek.’
‘Welnee,’ zegt de buurvrouw van achter de schutting. ‘Dat doen egels toch niet. Dat zijn waarschijnlijk vogels. Eksters. Die egel mag je niet tegenhouden, want die komt elke dag door jouw tuin naar mij toe om te eten.’
‘Ja maar het is toch zíjn tuin,’ zeg ik verbaasd.
‘En toch moet het open blijven,’ antwoordt ze, ‘en als je er gaas voor zet, kom ík dat weer weghalen. Egels zijn beschermde dieren, dus die mag je niet tegenhouden.’
H. sputtert maar ze wordt steeds feller: ‘Als je het dichtmaakt, bel ik de dierenbescherming.’

Ik zwijg. De dierenbescherming gaat zich hier natuurlijk niet mee bemoeien, maar een burenruzie lijkt me iets wat je zo lang mogelijk moet voorkomen en er is vast wel een andere manier om dit op te lossen. We gaan weer naar binnen en H. brengt verontwaardigd in het Arabisch verslag uit. N. vertelt me dat de buurvrouw oud is en het allemaal goed bedoelt. Ze probeert haar zoveel mogelijk tegemoet te komen. Maar dit is wel lastig.

Oké, gaas tegen de schutting gaat dus een probleem opleveren. Maar de egel moet ook ergens vandaan komen. Achterin wordt de tuin begrensd door een stenen schuurtje met daarnaast een dichte deur, waaronder een brede kier. Grote kans dat ie daar binnenkomt. We moeten die kier dichtmaken. Dan moet het beestje maar bij de buurvrouw zelf onder de tuindeur door. Ik heb thuis nog wel ergens een plankje liggen. Klussen is niet echt iets voor H., maar dit moet wel lukken met een paar schroeven. En dan maar hopen dat het helpt, én dat er geen burenruzie van komt.

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...