dinsdag 28 november 2023

Braille chocoladeletters

Kinderen van de Visio-scholen in Nederland werden vandaag verrast met braille chocoladeletters. Het stond in veel verschillende berichtjes van allerlei (online) kranten en Hart van Nederland besteedde er aandacht aan.

Leuk, dacht ik toen ik het las.
Maar toen ik er even over doordacht, twijfelde ik erover of het nou echt zo leuk was. Ja, het is natuurlijk hartstikke leuk om chocola te krijgen. En de grotere kinderen mochten ook nog zelf letters maken door chocola in braille-mallen te gieten. Superleuk! Maar wat een vreemde argumenten waren er om dit te doen.

“Het is heel jammer als je een letter krijgt en iemand anders moet zeggen dat het een ‘s’ is of dat het een ‘p’ is”, zegt kleuterjuf Ingrid in Hart van Nederland. Waarom is dat dan zo jammer? Het feit dat een kind (nog) niet kan lezen, heeft volgens mij nog nooit iemand er van weerhouden het een chocoladeletter te geven.
Het lijkt mij juist een leuke manier om kennis te maken met ‘je eigen letter’. De letter die je ziende broertjes, zusjes, vriendjes of vriendinnetjes ook kennen. In chocola uitgevoerd zijn die letters ook prima te voelen.

Lijkt me ook eigenlijk veel inclusiever dan aparte braille-letters.
“Ik heb er nooit zoveel problemen mee gehad,” (met gewone letters dus) zegt het slechtziende jongetje Rishil in het filmpje. “Maar het is wel vet.”
“En weet je, hij is heel groot,” zegt een ander kind blij. En hij neemt een hap van z’n braille-chocola.
Ach ja, chocola is chocola. Zou het de kinderen nou echt veel uitmaken of ze het kunnen lezen?

zondag 26 november 2023

Negenduizend

Ik hou van tellen, of liever gezegd: ik ben een beetje een dwangmatige teller. Als ik bijvoorbeeld op het station sta te wachten, tel ik de seconden af tot de trein komt. Als ik wandel, wil ik graag weten hoeveel kilometers ik heb afgelegd en dat geldt ook op de fiets: de kilometerteller is mijn vriend.

Sinds januari 2021 heb ik een elektrische fiets. In eerste instantie om mee op fietsvakantie te gaan, maar ik ga er ook regelmatig mee naar m’n werk. Zeker als het weer meezit, is het toch wel de beste manier van woon-werkverkeer. Sinds H. met pensioen is, heb ik meestal wel de beschikking over een auto, maar vooral het laatste jaar staat het verkeer ook hier steeds vaker vast. En het is best lekker om langs een rij stilstaande auto’s stevig door te kunnen rijden op je fiets.

km. teller op 8.999.9  km. teller op 9.000.0

Tellen en fietsen … ik had het streven om voor het einde van dit jaar de 9000 kilometer te bereiken. En kijk: de afgelopen week zag ik op een sombere grijze middag mijn kilometerteller van een mooie 8999.9 naar een nog mooiere 9000.0 draaien. Ik ben er speciaal voor gestopt om mijn telefoon op te diepen uit m’n tas uit m’n fietstas en het vast te leggen.

Ik vind het een mooie afstand binnen drie jaar. Goed voor het milieu, want al die kilometers hebben alleen een beetje zonne-energie gekost. Goed voor m’n conditie, want met het motortje altijd op de lichtste stand is fietsen toch nog wel serieus fietsen. En goed voor m’n ego, want ik vind dat ik mezelf voor deze mijlpaal best een schouderklopje mag geven.
En nu: op naar de tienduizend.

zondag 19 november 2023

Ierse pub meets concertzaal

Het Nederlands Blazers Ensemble met als decor een Ierse pub
Dit voorjaar zijn we fan geworden van het Nederlands Blazersensemble, nadat we naar hun ‘concert in de vorm van een peer’ waren geweest. Gisteravond werden we niet teleurgesteld toen we naar de Nijmeegse Vereeniging gingen voor ‘Purcell goes Celtic’. Een componist uit de zeventiende eeuw zou niet meteen mijn eerste keus zijn, maar gespeeld door dit ensemble en gemixt met Ierse volksmuziek … dat wilden we wel eens horen.

Je hoeft maar twee minuten te kijken naar de musici van het Nederlands Blazersensemble en je wordt al vrolijk. Het plezier spat er vanaf. De violiste die tussen de toetsenist en twee blazers in staat, keert zich afhankelijk van de melodie waar ze op dat moment in meegaat van links naar rechts. Ik denk aan de gelegenheidskoren waar ik regelmatig in meezing. De dirigent wijst ons op lijnen die samengaan: “hier zingen de alten met de tenoren mee en bij dit stuk volgen ze de baslijn: luister naar elkaar.” De violiste luistert niet alleen, maar communiceert met haar hele lijf. En zo zie je ook andere muzikanten steeds tijdelijke bondjes maken.

Bij dit Ierse programma heeft het ensemble een paar Ierse gasten.
Een virtuoos op de bodhrán, een enkele trommel waaruit hij de klanken van een volledig drumstel weet te krijgen. Hij demonstreert het in een solo die eindigt met een herkenbare melodie: O when the Saints. En een piepjonge bespeler van de ‘uilleann pipes’, een soort doedelzak, die in een aantal nummers de hoofdrol krijgt met opzwepende dansmuziek.

De grootste verrassing vind ik de Ierse zanger Piaras Ó Lorcáin. Twintig is ie pas, en hij ziet er uit als een schooljongetje. Maar zijn stem gaat regelrecht mijn ziel in. Met als begeleiding niet veel meer dan twee eindeloos lang aangehouden tonen van de doedelzak, zingt hij heel zacht in een perfect afgestelde microfoon. Ik versta er geen woord van, maar oh, wat is dit mooi!

Melancholieke klanken wisselen af met vrolijke. Muzikanten en publiek genieten er evenveel van. Het applaus aan het einde houdt maar niet op. En het ensemble ook niet. Na het officiële concert doen ze in de aula nog een uitgebreide, feestelijke toegift. We staan erbij met een biertje en een paar vrienden die we hier toevallig tegenkwamen. En net als na de eerste keer dat we een concert van deze club meemaakten, weten we zeker dat dit niet de laatste keer is.  
 



zondag 12 november 2023

We vlechten weer een heg

Sjoerd, onze 'docent' heggenvlechten zit op één knie voor een stukje vlechtheg. Hij houdt een groot bord vast: zijn visitikaartje.H. is  bestuurslid geworden van de Vereniging Vrijwillig Landschapsbeheer (VLB). En als hij ergens aan begint, neemt hij geen genoegen met half werk. Hij bemoeit zich met de organisatie, doet voorstellen voor samenwerkingsverbanden, bekijkt de website kritisch en blaast de Facebookpagina nieuw leven in. Of ik het FB account niet wil beheren, vraagt hij. Maar daar heb ik nog even geen tijd voor.

Wel ga ik op de Nationale Natuurwerkdag (4 november) mee heggenvlechten. Op een camping-recreatie-oord in de buurt moet een meidoornhaag ‘gevlochten’ worden. We hebben het een keer eerder gedaan, twee jaar geleden, dus we weten zo’n beetje waar we aan beginnen. Zaterdagmorgen is het grijs maar droog weer. Een flinke groep vrijwilligers is komen opdagen. We worden eerst toegesproken door de eigenares van de plek, dan door de plaatselijke wethouder van o.a. Openbare ruimte, groen en water.

Dan begint het echt. We krijgen kort maar enthousiast informatie over het oude ambacht heggenvlechten en waarom het goed is om het in ere te herstellen. Dan gaan we aan de slag. De meidoornhaag staat al vijf jaar, wat betekent dat de takken behoorlijk dik en lang zijn. Die takken moeten we in tweetallen verticaal door de haag vlechten, te beginnen op een hoogte van zo’n 20 à 30 cm. Het is beulen om de meterslange stekelige takken tussen de struiken door te trekken.

Gelukkig krijgen we grote, stevige handschoenen en veiligheidsbrillen. Na een tijdje beginnen we wat meer handigheid te krijgen en het wordt steeds leuker om te doen. Aan het eind van de ochtend zien we al echt resultaat. De hoge, uit z’n krachten gegroeide meidoornhaag is nu voor een groot deel laag en dicht geworden. Verschillende vrijwilligers hebben bloedende krasjes op hun gezicht en vooral H. ziet eruit alsof hij een flink gevecht met de doornige stuiken heeft gevoerd.

Het begint net een beetje te regenen als we worden uitgenodigd om te komen lunchen. Alle spullen worden verzameld want voor vandaag zijn we klaar. Er staan twee grote pannen soep, er is brood en fruit en de hele groep staat en zit tevreden te eten en na te praten.  Binnenkort weer?

zondag 5 november 2023

Interviewcursus

“Je zit mooi actief rechtop, maar je hoeft niet je handen achter de tafel verstopt te houden.”
“Probeer je gezicht meer in de richting van de geïnterviewde te draaien en je kunt knikken om te laten merken dat je luistert.” Met dit soort aanwijzingen maakt Marijn Schilders de blinde deelnemers aan de interviewcursus bewust van hun lichaamstaal en het effect ervan.

Ik ben erbij namens de Voorste Kamer, waar al deze freelancers interviews en reportages voor maken. Jaarlijks komen ze bij elkaar voor een opfriscursus. De meesten kennen elkaar al lang; alleen T. is nieuw. Hij maakt interviews voor jongerentijdschrift Zapp! en woont nog niet zo lang op zichzelf. Tot voor kort brachten zijn ouders hem weg als hij naar een verre bestemming moest. Daarom is het fijn dat we samen konden reizen vanuit Nijmegen.

Cursusleidster Marijn heeft zich grondig voorbereid en iedereen ook van te voren informatie en opdrachten gestuurd. Helaas heeft de proefpersoon die tijdens de cursusdag als oefening geïnterviewd zou worden, gemeld dat hij corona heeft. Er moet dus geïmproviseerd worden. Op de valreep heeft Marijn iemand anders gevonden: Hanneke.

Hanneke blijkt een duizendpoot te zijn. Ze is 71, was zeven jaar moeder van pleegkinderen in een gezinshuis, maakt kunstwerken van dingen die ze vindt en heeft een netwerk opgezet van nabuurschap in Driebergen. Genoeg om haar over te bevragen. Elk van de zes cursisten interviewt haar vanuit een eigen invalshoek. Het levert heel verschillende gesprekken op.

“Probeer meteen tot de kern te komen,” zegt Marijn tegen M. “Je hebt die lange aanloop helemaal niet nodig; spring er meteen in.” Ik ben blij met die aanwijzing, want de interviews die M. maakt, worden door mij gemonteerd en ja, soms vallen de vragen lang uit en valt er veel te knippen. Ik zit aan de zijlijn, maar ook daar steek ik veel van op. Al was het maar hoe je het aanpakt om in je eigen buurt een netwerk op te zetten van mensen die elkaar helpen met kleine klusjes, vervoer, of gewoon even kletsen bij een kop koffie.

Die koffie is er trouwens ook vandaag. En een luxe lunch. En dan weer door. Tot vijf uur in plaats van vier, want iedereen is nog veel te enthousiast om te stoppen. Dan gaan we met de hele groep naar het station. Elkaar in een halve polonaise bij de schouder vasthoudend om de weg te vinden, die gelukkig kort en makkelijk is.
Een geslaagde dag waar iedereen veel van geleerd heeft.

zondag 29 oktober 2023

Pepertjes

Hmmm, lekker pittig soepje! Dat hele kleine rode pepertje heeft best veel effect. 

Het afgelopen voorjaar peuterde ik een paar pitjes uit een rode, Spaanse peper. Ik legde ze een paar dagen op een nat wattenschijfje en plantte ze toen in een klein potje met potgrond. Ik weet niet meer hoe lang het duurde voor het eerste groene puntje bovenkwam, maar na dat eerste puntje kwam er al snel meer. Het leverde uiteindelijk drie piepkleine plantjes op.

Een peperplant zelf opkweken vraagt veel geduld, weet ik nu. Het duurde alleen al weken voordat de kiemplantjes eindelijk echte blaadjes kregen. Maar ze stonden op de vensterbank in de keuken en elke morgen zag ik ze daar staan, controleerde of ze water nodig hadden en sprak ze vriendelijk toe.
En na vele weken, het was al lang zomer, waren ze groot genoeg om uit te  planten. Eén in de moestuinbak, een treurig experiment want hij was al na een paar dagen door slakken opgegeten. Twee in een grote pot. Die groeiden tergend langzaam uit tot echte peperplanten.

Ergens in augustus kwamen er zowaar bloemetjes aan en daarna, kort voordat we drie weken op vakantie gingen, spotte ik de eerste minipepertjes. Het was begin september, het was heet, het was droog en ik was drie weken niet in de buurt om de babypepertjes te verzorgen.
Maar J. bleef thuis. Omdat ie niet de meest betrouwbare plantenverzorger is, stuurde ik hem af en toe een appje met de vraag of mijn peperplantjes nog leefden. Dat hielp denk ik wel. Toen we thuis kwamen, waren er groene pepertjes van een paar centimeter groot. Hoera.

Toen het ’s nachts kouder werd, haalde ik de planten binnen. Een week geleden begon eindelijk, eindelijk het eerste exemplaar rood te worden. En vandaag, op 29 oktober, oogstte ik een helderrood Spaans pepertje van ongeveer vier centimeter lang. Was dat nou al die moeite waard? Absoluut. Ik word altijd zó vrolijk van zelf gekweekte groente. En die soep uit de eerste regel is gewoon superlekker.

Maar volgend jaar moet ik beslist eerder beginnen met opkweken. Of nog beter: deze plant laten overwinteren, want dat schijnt ook te kunnen. Dit experiment krijgt een vervolg.


zondag 22 oktober 2023

Links op het grote podium zit een groep mensen, de rug naar het publiek. Ze kijken in de richting van een lichtbron, een stem doet in een onverstaanbare taal verslag van wat klinkt als een sportevenement. Rechts op hetzelfde podium maakt een donkere jongen met een petje soepele breakdance-bewegingen. Hij danst een tijdje fanatiek, maar wordt dan moe. Zijn bewegingen worden langzamer, tot hij uiteindelijk op de grond zakt en languit gaat liggen.

De lichtbron achterin dooft, het geluid zakt weg en het groepje mensen links begint luidkeels te protesteren. Ze staan op, sjorren aan de danser tot hij weer rechtop staat en begint te dansen. Het licht wordt feller, de commentaarstem klinkt weer en de groep gaat tevreden zitten – tot de breakdancer weer moe wordt en neerzakt. Dan herhaalt het spel zich.

Vier mannen staan in een kring, op hun schouders staan twee andere mannen. In de lucht draait een acrobaat op weg naar de top van deze piramide.We zijn bij een circusvoorstelling. Maar de gebruikelijke trapezes, glitterpakjes, clowns en een spreekstalmeester ontbreken. Dit circusgezelschap uit Guinée bestaat uit elf mannen en twee vrouwen. Allemaal jong, donker van huid en gekleed in een simpele spijkerbroek en shirt.
En allemaal lenig, sterk en bruisend van energie.

Hun voorstelling heet Yé, wat water betekent. Plastic flessen met en zonder water zijn de enige attributen. Er wordt om gevochten, er wordt mee gegooid, een groot net met zulke lege flessen dient als vangnet voor omhoog gegooide acrobaten.

Want acrobaten zijn het allemaal. In schijngevechten gooien ze elkaar om of omhoog, verdwijnen ze in de coulissen om dreigend tweehoog terug te komen. Ze vormen op allerlei manieren menselijke piramides, buitelen van links naar rechts over het podium met flikflaks en salto’s. Eén van hen is een slangenmens die zich in de meest onmogelijke bochten wringt.

Een uur lang houden ze de aandacht van het publiek vast, door steeds op andere manieren hun kunsten in een woordloos verhaal te verpakken. Ruzie om een meisje, om de laatste slok water. Pogingen om langs een versperring te komen, Sjorren aan groepsleden die voor dood op de grond liggen en zich slap laten optillen en heen en weer gooien. Het blijft boeien.

Aan het eind van de voorstelling staat de groep in een rij op het podium om de staande ovatie in ontvangst te nemen. En als toegift razen ze nog eens een voor een van links naar rechts over het podium, dansend, rollend, flikflakkend met een energie alsof ze net beginnen.
Circus Baobab. Het was beslist de moeite waard om voor naar Tilburg te rijden.
Echt leuk!

Fascinating Gershwins

Het zijn meestal vooral oudere mensen die komen kijken en luisteren naar de musici tijdens de Muziekzomer Gelderland, al mikken ze op een br...