zaterdag 16 december 2023

Licht en lucht tussen de struiken

Eigenlijk was ik helemaal niet van plan om vaste vrijwilliger te worden. Maar nu ik al vier keer achter elkaar met de mannen van Vrijwillig Landschapsbeheer Beuningen (VLB) mee heb gewerkt, begint het daar toch wel op te lijken. 

In de appgroep, waar ik geen lid van ben, maar H. wel, werd de informatie voor deze werkzaterdag gedeeld. Het bericht begon met: ‘Heren, dame, zaterdag gaan we weer aan de slag;’ H. las het voor toen ik me gisteren hardop afvroeg of ik weer mee zou gaan. Die ene dame ben ik dus, want de zaterdagvrijwilligers zijn verder alleen maar mannen.

Raar eigenlijk, op mijn werk, waar veel vrijwilligers werkzaam zijn als voorlezer, zijn de vrouwen juist verreweg in de meerderheid. Je zou kunnen denken dat het aan het soort werk ligt, maar bij de voedselboomgaard, waar ik wél officieel als vaste vrijwilliger kom, zijn onder de vrijwilligers ook veel vrouwen. En daar zijn net zo goed zware en modderige klussen te doen als bij VLB.

Het is een gezellige groep en ik voel me er prima thuis. Vandaag moet er een rij verwaarloosde struiken gesnoeid worden. Ze staan misschien al wel twintig jaar allemaal door elkaar te groeien en het is een woeste bende. Metershoog zijn ze, en hier en daar staat er een boom tussen. Alles wat over de omheining steekt, moet er in principe af. Voorzichtig begint de groep te zagen en knippen, maar hoe langer we bezig zijn, hoe groter de takken worden die moeten sneuvelen.

De meeste afgezaagde takken blijven steken tussen de wirwar van andere takken. Er moet flink aan gerukt worden om ze er tussenuit te krijgen. Doorns van vijf centimeter lang van de sleedoorn maken het af en toe een beetje link. Tussen de struiken staat veel dood hout, dat allemaal zonder meer weggehaald wordt en als we een paar uur bezig zijn, ziet de ruige haag er al heel anders uit.
Licht en lucht tussen de struiken.

Kaal? Kijk straks in het voorjaar maar eens, dan gaat dit allemaal weer uitlopen. Het snoeiafval vormt een langgerekte berg waar je nauwelijks meer overheen kunt kijken. Op een plekje waar dat wel kan, zie ik de eigenaar van het stuk land naar buiten komen met een groot bord vol broodjes.

Even later zitten en staan we om een buitentafel. Behalve broodjes is er soep. Met heel veel worst erin; helaas ben ik niet alleen de enige vrouw, maar ook de enige niet-vlees-eter. Jammer dan.
Na de lunch gaan we nog een uurtje aan de slag en dan is de klus klaar. Het gereedschap wordt verzameld, er wordt nog even met voldoening gekeken naar de gesnoeide haag en dan gaat iedereen naar huis. Tot de volgende keer! Dan gaan we niet werken, maar stamppot eten. Met veel worst? Ongetwijfeld, maar H. gaat het koken, dus dat komt wel goed.


zondag 10 december 2023

Broers

Het is de laatste keer dat we m’n schoonzus in dit huis bezoeken. Binnenkort gaat ze verhuizen. Een grote verandering, want ze verhuist alleen. Haar man, de oudste broer van H., woont sinds vorig jaar in een verzorgingshuis. Ze heeft ons al zien aankomen en we hoeven niet in de regen voor de deur te wachten; die gaat meteen open.

In de woonkamer zit broer B. op een makkelijke stoel. Hij is thuis op bezoek. Mijn schoonzus haalt koffie en gebak voor ons uit de keuken. We praten over haar verhuizing en kijken foto’s van haar nieuwe plek. Ze vraagt hoe het met ons gaat en we praten een tijdje. B. zit te luisteren en knikt af en toe, maar of hij het gesprek volgt, weet niemand.

Op tafel liggen een paar fotoboeken met familiefoto’s en na een tijdje schuift H. een stoel naast die van zijn broer en gaat met hem zo’n boek bekijken. H. wijst foto’s aan en vertelt wie er op staan. Bij sommige namen is er herkenning. Vaker alleen een nietszeggende opmerking: ‘ja, die is er ook bij,’ of ‘dat was daar in eh, je weet wel.’ Hij lijkt het wel leuk te vinden, maar H. máákt het ook leuk. Bij een jeugdfoto van zichzelf roept hij enthousiast ‘jaaa, kijk, dat ben ík!’ En bij andere foto’s vertelt hij anekdotes of maakt ie gewoon gekke opmerkingen.

Vanaf de andere kant van de kamer, waar ik op de bank zit, kijk ik naar de broers. Ik ben soms een beetje jaloers op H. om het gemak waarmee hij communiceert, ook in dit soort lastige situaties. Ik denk dat zijn broer het gezellig vindt. Of hij weet wie we zijn, is niet duidelijk, maar hij ziet blijkbaar wel iets bekends.

Er wordt gebeld en een kleindochter komt even bij oma en opa kijken. Ze vertelt over haar werk, op een revalidatie-afdeling, en drukt m’n schoonzus op het hart om haar te bellen als ze een keer hulp nodig heeft. Lief.

Tegen vijven nemen afscheid van m’n schoonzus en brengen B. terug naar het verzorgingshuis. In de huiskamer is de tafel al gedekt en een paar bewoonsters zitten al klaar. We helpen broer B. uit zijn jas en op zijn stoel. Daar zit hij vriendelijk voor zich uit te kijken.
“Ben jij Wim?” vraagt zijn overbuurvrouw aan H.
Hij geeft haar een hand “Nee, ik ben de broer van B.,”
“O, ik dacht dat je mijn zoon Wim was.”
Een andere vrouw vraagt of we ook mee komen eten.
“Nee,” zeg ik, “we gaan zo bij m’n dochter eten in Amsterdam.”
“Naar Amsterdam!” roept ze boos. “Daar moet je niet naar toe gaan!”
“Wim,” zegt de eerste vrouw tegen H., “Wil je me straks roepen?”
“Ik ben H.,” zegt hij, “en ik ben zíjn broer!” Hij houdt zijn gezicht naast dat van zijn broer. Die glimlacht vaag en zegt niets.

We moeten gaan.
“Eet smakelijk,” roepen we en zeggen nog een keer gedag tegen B. Die knikt alleen maar vriendelijk. Hij kijkt niet om als we naar de deur lopen.
Wat is hij leeg, denk ik een beetje verdrietig. Maar het was goed om hem te bezoeken vanmiddag. Hij leek er echt van te genieten. En dan rijden we door naar Amsterdam, om gezellig bij E. te gaan eten.

dinsdag 28 november 2023

Braille chocoladeletters

Kinderen van de Visio-scholen in Nederland werden vandaag verrast met braille chocoladeletters. Het stond in veel verschillende berichtjes van allerlei (online) kranten en Hart van Nederland besteedde er aandacht aan.

Leuk, dacht ik toen ik het las.
Maar toen ik er even over doordacht, twijfelde ik erover of het nou echt zo leuk was. Ja, het is natuurlijk hartstikke leuk om chocola te krijgen. En de grotere kinderen mochten ook nog zelf letters maken door chocola in braille-mallen te gieten. Superleuk! Maar wat een vreemde argumenten waren er om dit te doen.

“Het is heel jammer als je een letter krijgt en iemand anders moet zeggen dat het een ‘s’ is of dat het een ‘p’ is”, zegt kleuterjuf Ingrid in Hart van Nederland. Waarom is dat dan zo jammer? Het feit dat een kind (nog) niet kan lezen, heeft volgens mij nog nooit iemand er van weerhouden het een chocoladeletter te geven.
Het lijkt mij juist een leuke manier om kennis te maken met ‘je eigen letter’. De letter die je ziende broertjes, zusjes, vriendjes of vriendinnetjes ook kennen. In chocola uitgevoerd zijn die letters ook prima te voelen.

Lijkt me ook eigenlijk veel inclusiever dan aparte braille-letters.
“Ik heb er nooit zoveel problemen mee gehad,” (met gewone letters dus) zegt het slechtziende jongetje Rishil in het filmpje. “Maar het is wel vet.”
“En weet je, hij is heel groot,” zegt een ander kind blij. En hij neemt een hap van z’n braille-chocola.
Ach ja, chocola is chocola. Zou het de kinderen nou echt veel uitmaken of ze het kunnen lezen?

zondag 26 november 2023

Negenduizend

Ik hou van tellen, of liever gezegd: ik ben een beetje een dwangmatige teller. Als ik bijvoorbeeld op het station sta te wachten, tel ik de seconden af tot de trein komt. Als ik wandel, wil ik graag weten hoeveel kilometers ik heb afgelegd en dat geldt ook op de fiets: de kilometerteller is mijn vriend.

Sinds januari 2021 heb ik een elektrische fiets. In eerste instantie om mee op fietsvakantie te gaan, maar ik ga er ook regelmatig mee naar m’n werk. Zeker als het weer meezit, is het toch wel de beste manier van woon-werkverkeer. Sinds H. met pensioen is, heb ik meestal wel de beschikking over een auto, maar vooral het laatste jaar staat het verkeer ook hier steeds vaker vast. En het is best lekker om langs een rij stilstaande auto’s stevig door te kunnen rijden op je fiets.

km. teller op 8.999.9  km. teller op 9.000.0

Tellen en fietsen … ik had het streven om voor het einde van dit jaar de 9000 kilometer te bereiken. En kijk: de afgelopen week zag ik op een sombere grijze middag mijn kilometerteller van een mooie 8999.9 naar een nog mooiere 9000.0 draaien. Ik ben er speciaal voor gestopt om mijn telefoon op te diepen uit m’n tas uit m’n fietstas en het vast te leggen.

Ik vind het een mooie afstand binnen drie jaar. Goed voor het milieu, want al die kilometers hebben alleen een beetje zonne-energie gekost. Goed voor m’n conditie, want met het motortje altijd op de lichtste stand is fietsen toch nog wel serieus fietsen. En goed voor m’n ego, want ik vind dat ik mezelf voor deze mijlpaal best een schouderklopje mag geven.
En nu: op naar de tienduizend.

zondag 19 november 2023

Ierse pub meets concertzaal

Het Nederlands Blazers Ensemble met als decor een Ierse pub
Dit voorjaar zijn we fan geworden van het Nederlands Blazersensemble, nadat we naar hun ‘concert in de vorm van een peer’ waren geweest. Gisteravond werden we niet teleurgesteld toen we naar de Nijmeegse Vereeniging gingen voor ‘Purcell goes Celtic’. Een componist uit de zeventiende eeuw zou niet meteen mijn eerste keus zijn, maar gespeeld door dit ensemble en gemixt met Ierse volksmuziek … dat wilden we wel eens horen.

Je hoeft maar twee minuten te kijken naar de musici van het Nederlands Blazersensemble en je wordt al vrolijk. Het plezier spat er vanaf. De violiste die tussen de toetsenist en twee blazers in staat, keert zich afhankelijk van de melodie waar ze op dat moment in meegaat van links naar rechts. Ik denk aan de gelegenheidskoren waar ik regelmatig in meezing. De dirigent wijst ons op lijnen die samengaan: “hier zingen de alten met de tenoren mee en bij dit stuk volgen ze de baslijn: luister naar elkaar.” De violiste luistert niet alleen, maar communiceert met haar hele lijf. En zo zie je ook andere muzikanten steeds tijdelijke bondjes maken.

Bij dit Ierse programma heeft het ensemble een paar Ierse gasten.
Een virtuoos op de bodhrán, een enkele trommel waaruit hij de klanken van een volledig drumstel weet te krijgen. Hij demonstreert het in een solo die eindigt met een herkenbare melodie: O when the Saints. En een piepjonge bespeler van de ‘uilleann pipes’, een soort doedelzak, die in een aantal nummers de hoofdrol krijgt met opzwepende dansmuziek.

De grootste verrassing vind ik de Ierse zanger Piaras Ó Lorcáin. Twintig is ie pas, en hij ziet er uit als een schooljongetje. Maar zijn stem gaat regelrecht mijn ziel in. Met als begeleiding niet veel meer dan twee eindeloos lang aangehouden tonen van de doedelzak, zingt hij heel zacht in een perfect afgestelde microfoon. Ik versta er geen woord van, maar oh, wat is dit mooi!

Melancholieke klanken wisselen af met vrolijke. Muzikanten en publiek genieten er evenveel van. Het applaus aan het einde houdt maar niet op. En het ensemble ook niet. Na het officiële concert doen ze in de aula nog een uitgebreide, feestelijke toegift. We staan erbij met een biertje en een paar vrienden die we hier toevallig tegenkwamen. En net als na de eerste keer dat we een concert van deze club meemaakten, weten we zeker dat dit niet de laatste keer is.  
 



zondag 12 november 2023

We vlechten weer een heg

Sjoerd, onze 'docent' heggenvlechten zit op één knie voor een stukje vlechtheg. Hij houdt een groot bord vast: zijn visitikaartje.H. is  bestuurslid geworden van de Vereniging Vrijwillig Landschapsbeheer (VLB). En als hij ergens aan begint, neemt hij geen genoegen met half werk. Hij bemoeit zich met de organisatie, doet voorstellen voor samenwerkingsverbanden, bekijkt de website kritisch en blaast de Facebookpagina nieuw leven in. Of ik het FB account niet wil beheren, vraagt hij. Maar daar heb ik nog even geen tijd voor.

Wel ga ik op de Nationale Natuurwerkdag (4 november) mee heggenvlechten. Op een camping-recreatie-oord in de buurt moet een meidoornhaag ‘gevlochten’ worden. We hebben het een keer eerder gedaan, twee jaar geleden, dus we weten zo’n beetje waar we aan beginnen. Zaterdagmorgen is het grijs maar droog weer. Een flinke groep vrijwilligers is komen opdagen. We worden eerst toegesproken door de eigenares van de plek, dan door de plaatselijke wethouder van o.a. Openbare ruimte, groen en water.

Dan begint het echt. We krijgen kort maar enthousiast informatie over het oude ambacht heggenvlechten en waarom het goed is om het in ere te herstellen. Dan gaan we aan de slag. De meidoornhaag staat al vijf jaar, wat betekent dat de takken behoorlijk dik en lang zijn. Die takken moeten we in tweetallen verticaal door de haag vlechten, te beginnen op een hoogte van zo’n 20 à 30 cm. Het is beulen om de meterslange stekelige takken tussen de struiken door te trekken.

Gelukkig krijgen we grote, stevige handschoenen en veiligheidsbrillen. Na een tijdje beginnen we wat meer handigheid te krijgen en het wordt steeds leuker om te doen. Aan het eind van de ochtend zien we al echt resultaat. De hoge, uit z’n krachten gegroeide meidoornhaag is nu voor een groot deel laag en dicht geworden. Verschillende vrijwilligers hebben bloedende krasjes op hun gezicht en vooral H. ziet eruit alsof hij een flink gevecht met de doornige stuiken heeft gevoerd.

Het begint net een beetje te regenen als we worden uitgenodigd om te komen lunchen. Alle spullen worden verzameld want voor vandaag zijn we klaar. Er staan twee grote pannen soep, er is brood en fruit en de hele groep staat en zit tevreden te eten en na te praten.  Binnenkort weer?

zondag 5 november 2023

Interviewcursus

“Je zit mooi actief rechtop, maar je hoeft niet je handen achter de tafel verstopt te houden.”
“Probeer je gezicht meer in de richting van de geïnterviewde te draaien en je kunt knikken om te laten merken dat je luistert.” Met dit soort aanwijzingen maakt Marijn Schilders de blinde deelnemers aan de interviewcursus bewust van hun lichaamstaal en het effect ervan.

Ik ben erbij namens de Voorste Kamer, waar al deze freelancers interviews en reportages voor maken. Jaarlijks komen ze bij elkaar voor een opfriscursus. De meesten kennen elkaar al lang; alleen T. is nieuw. Hij maakt interviews voor jongerentijdschrift Zapp! en woont nog niet zo lang op zichzelf. Tot voor kort brachten zijn ouders hem weg als hij naar een verre bestemming moest. Daarom is het fijn dat we samen konden reizen vanuit Nijmegen.

Cursusleidster Marijn heeft zich grondig voorbereid en iedereen ook van te voren informatie en opdrachten gestuurd. Helaas heeft de proefpersoon die tijdens de cursusdag als oefening geïnterviewd zou worden, gemeld dat hij corona heeft. Er moet dus geïmproviseerd worden. Op de valreep heeft Marijn iemand anders gevonden: Hanneke.

Hanneke blijkt een duizendpoot te zijn. Ze is 71, was zeven jaar moeder van pleegkinderen in een gezinshuis, maakt kunstwerken van dingen die ze vindt en heeft een netwerk opgezet van nabuurschap in Driebergen. Genoeg om haar over te bevragen. Elk van de zes cursisten interviewt haar vanuit een eigen invalshoek. Het levert heel verschillende gesprekken op.

“Probeer meteen tot de kern te komen,” zegt Marijn tegen M. “Je hebt die lange aanloop helemaal niet nodig; spring er meteen in.” Ik ben blij met die aanwijzing, want de interviews die M. maakt, worden door mij gemonteerd en ja, soms vallen de vragen lang uit en valt er veel te knippen. Ik zit aan de zijlijn, maar ook daar steek ik veel van op. Al was het maar hoe je het aanpakt om in je eigen buurt een netwerk op te zetten van mensen die elkaar helpen met kleine klusjes, vervoer, of gewoon even kletsen bij een kop koffie.

Die koffie is er trouwens ook vandaag. En een luxe lunch. En dan weer door. Tot vijf uur in plaats van vier, want iedereen is nog veel te enthousiast om te stoppen. Dan gaan we met de hele groep naar het station. Elkaar in een halve polonaise bij de schouder vasthoudend om de weg te vinden, die gelukkig kort en makkelijk is.
Een geslaagde dag waar iedereen veel van geleerd heeft.

Cello’s in het stadhuis van Arnhem

We zetten de auto in parkeergarage Musis en dan wandelen we op ons gemak naar het stadhuis van Arnhem. We zijn zó vroeg, dat we nog een rond...